TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

De evacuatie van Arnhem en omgeving verteld door ruim 80 getuigen

Op 17 september 1944 bombardeerden de Britten het door de Duitsers bezette Arnhem tijdens operatie Market Garden. De bevolking bevond zich plots in de gevechtslinie. Vele inwoners van Arnhem vertrokken in alle haast. De Duitse bezetter gaf het bevel voor de evacuatie van de stad. In totaal evacueerden er ruim 100.000 mensen uit Arnhem en omstreken, waarvan er zo’n 40.000 richting Apeldoorn. De Arnhemmers vertrokken over het algemeen lopend met wat ze maar konden meenemen. Willem Looijs interviewde in de jaren 80 ruim honderd overlevenden over deze evacuatie en verwerkte hun verhalen tot een boek, getiteld ‘Arnhem, een verlaten stad’.

De auteur als baby met zijn moeder.


De auteur maakte de evacuatie als vierjarig kind mee. Samen met zijn familie liep hij onder erbarmelijke omstandigheden naar Apeldoorn. In 1984 was heer Looijs een van de organisatoren van de herinneringswandeling, waarbij de route van de evacuatie van Arnhem naar Apeldoorn veertig jaar ná de evacuatie opnieuw gelopen werd. In april 2020 vroeg de dochter van de auteur, Ayla Looijs, uitgeverij 18.02 publishing om van het op papier getypte manuscript een boek te maken. In eerste instantie ging het om één boek als verjaardagscadeau voor haar vader, maar na overleg bleek dat hij de wens had om het boek uit te geven. Met het boek vol verhalen en historisch fotomateriaal worden de herinneringen aan het Gelderse en specifiek aan het Arnhemse oorlogsverleden in leven gehouden. We stelden de auteur via e-mail enkele vragen en mochten een fragment uit zijn boek overnemen.

U maakte in de Tweede Wereldoorlog de evacuatie van Arnhem mee. Kunt u iets meer vertellen over hoe het u en uw familie in die tijd verging?

Omdat ik jong was kan ik me nu pas de evacuatie in stukjes herinneren. Op een platte wagen zijn mijn moeder en ik via Apeldoorn naar Zeist geëvacueerd. Wij kwamen op een zolderkamertje terecht bij mensen die eigenlijk ons niet wilden hebben. Ze hadden de kelder vol met eten, maar wij kregen er niets van. Mijn vader die later kwam door zijn maagoperatie werd enige tijd later verraden en in het Zeisterbos met nog meer mannen gearresteerd en getransporteerd naar Duitsland. Hij kwam in Wilhelmshaven terecht. Wat voor werk hij daar deed weet ik niet.

In de jaren 80 interviewde u ruim honderd mensen die deze evacuatie eveneens meemaakten. Hoe kwam u ertoe om dit te doen en waarom zijn deze interviews indertijd niet al gebundeld en uitgegeven?

Mijn moeder en ik besloten om de 40-jarige herdenking van Market Garden te herdenken door de evacuatietocht na te bootsen. Er was veel positieve reactie op vooral in Apeldoorn. Zo’n 250 wandelaars hebben op 22-8-1984 deze tocht afgelegd. Tot slot was er een Vesperdienst in de Zuiderkerk. Dezelfde kerk waar in 1944 ook de evacués bijeenkwamen en daarvandaan verder trokken. Het uitgeven van het boek is toen niet gelukt. Waarom weet ik eigenlijk niet.

Wat waren de belangrijkste vragen die u stelde tijdens de interviews? Waren er bepaalde ervaringen die telkens weer terugkeerden in de gesprekken en zo ja, welke?

Er waren tijdens de interviews verschillende belangrijke vragen. Dat lag aan de mensen waarmee je praatte en wat ze voor en tijdens Market Garden deden.

Is er een bepaald interview dat u het meest bijgebleven is en zo ja, met wie en waarom? Waren het allemaal emotionele gesprekken of was er ook ruimte voor een vrolijke noot?

Wat mij opviel was dat je overal heel positief werd ontvangen. Nergens een wanklank of negativiteit. Men was bereid te vertellen in een ontspannen sfeer met ook humoristische voorvallen. De koekoeksklok die in actie kwam, een papagaai die begon te praten en in de keuken werd gezet. Of een kopje koffie dat viel over de tafel. Ook kwamen er familieleden of kennissen onverwachts binnen.

Op welke wijze spelen de oorlogsjaren nog steeds een rol in uw leven?

Op bepaalde momenten kijk ik terug op de Market Garden-periode. Ik bezit ook de nodige oorlogsfilms. Geschiedenis trekt mij altijd weer.

Wat was de rol van uw dochter bij de totstandkoming van dit boek? Heeft u met haar vaak gesproken over uw oorlogservaringen?

Mijn dochter kwam met het idee het materiaal in boekvorm uit te geven. Ze dacht dat dat voor mij heel belangrijk zou zijn. Dat is ook zo. Zij is ook naar de uitgeverij gestapt terwijl ik dat niet wist. Natuurlijk heb ik met haar over de oorlog gesproken. Zij vond het ook interessant.

Is er een specifiek publiek dat u met uw boek wilt bereiken? Wat hoopt u dat mensen na het lezen van dit boek bijblijft?

Ik denk dat vooral de oudere generatie het boek zal lezen al heb ik toch wel het idee dat steeds meer jeugd dat ook wil. Ik hoop dat men door dit boek te lezen nog meer interesse voor dit onderwerp zal krijgen en ook hun eventuele kinderen er over zal vertellen.

Het boek is te bestellen op de website van 18.02 Publishing.


Hieronder volgt een fragment uit het boek. Het speelt zich af in Oosterbeek gedurende de begindagen van operatie Market Garden. De fraters van het Sint Eusebiushuis in Arnhem waren in 1942 onder Duitse dwang naar deze plaats verhuisd, waar ze voorafgaand aan de evacuatie middenin de gevechten belandden. Daarbij kwam één frater, Isidorus, om het leven.

Op dinsdagmorgen 19 september plunderden burgers de Christelijke ULO aan het Zaaijerplein, waar de Duitsers in gehuisvest waren geweest. Een van de fraters wist te voorkomen dat op benzinevaten, achter het badhuis, een aanslag werd gepleegd. Men vreesde Duitse represailles. Het burgergezelschap werd intussen uitgebreid met de familie Viets van vijf personen, de familie Edens van vier personen, Opoe Krol met haar bejaarde dochter en een zekere Willem en zijn vrouw. Met het totaal van vierenvijftig personen diende zich een voedselprobleem aan. Er moest, zodra een rustig moment aanbrak, geprobeerd worden bij bakker Rutgers brood te halen.

Intussen vlogen er allerlei projectielen over. De ruiten rinkelden ervan. Gloeiende kogels vlogen over de daken van de huizen aan de overkant van de parochie. Enkele huizen kregen een lading op het dak. De kogels veroorzaakten brand. De heer Salemink stelde voor te proberen zoveel mogelijk aardappelen en groente bij hem uit de kelder te halen. Enkele fraters gingen mee. Toen ze op weg waren, ging moeder Sweers ook het parochiehuis uit om thuis twee koffertjes te halen. Bij bakker Rutgers werd een mand brood gehaald. Bijna iedereen kwam terug. Moeder Sweers niet. Frater Isidorus bood aan, toen moeder Sweers na een tijdje nog niet terug was gekeerd, haar te halen. Allen voelden instinctief dat er iets ging gebeuren, wie er ook ging. Ze keken hem vol spanning na bij iedere pas die hij zette. Een waarschuwingskogel kraste plotsklaps de straatstenen. Gelukkig werd niemand geraakt.

Frater Maria Isidoris.

Frater Isidorus stapte het huis van moeder Sweers binnen. Twee tellen later verscheen hij weer in de deuropening met twee koffertjes in zijn hand. Moeder Sweers stond achter hem. Naast elkaar staken ze de straat over. Dan knalde een schot. Frater Isidorus zwikte door, bukte zich, maar liep toch verder. Een tweede schot knalde uit een vijandelijke loop. Toen zakte hij ineen. De koffers vielen op de grond. Voor de stoep bleef hij roerloos liggen. Twee fraters trokken hem met gevaar voor eigen leven naar binnen. Bloedsporen bleven op de straat achter. “Ik ben gewond,” steunde frater Isidorus. “Gelukkig dat de vrouw niets mankeert.” De dokter werd gebeld. Deze mocht echter niets ondernemen zonder toestemming van de Rode Kruiscentrale van de Tafelberg. Het telefoonnummer van deze centrale was niet bekend. De frater had een lelijke wond aan z’n knie en in de buik. Er werd een noodverband aangelegd. Hij werd voorzichtig tegen de muur onder een tafel op een matras neergelegd.

Weer waren er vliegtuigen in de lucht. De hel brak los. Wit van angst zat de groep in de halfduistere gang te wachten op hun eind. Er werd gebeden, hard, vurig en lang. Men trachtte zo luid te bidden dat het geknal buiten niet gehoord werd. Toen werd het buiten en in de gang stil. Het gedreun buiten en het gedreun binnen hield op. Transportvliegtuigen, door jagers begeleid, strooiden rondom het parochiehuis opnieuw materiaal uit. Deze luchtvloot werd door de Duitsers schietend ontvangen. Vliegtuigen stortten neer. Huizen werden in brand geschoten. Anderen waren in brand geraakt, doordat een parachute met brandbaar materiaal door het dak van een van de huizen viel. Overal lagen de grote helder gekleurde parachutelappen: in de perenboom tegenover, in de wei ernaast.

‘s Nachts om twee uur werden ze gewekt door het geluid van ontploffende granaten. Men voelde zich in de zaal niet veilig. Dan maar weer naar de gang. Het gegier van granaten en de korte nacht hield hen wakker. Omdat de toestand van frater Isidorus achteruitging, werd weer de dokter gebeld. Het antwoord: het ongeval was aan de Tafelberg doorgegeven. Meer kon de arts niet doen. Rond zes uur in de morgen overleed frater Isidorus… Ondanks dat moest er toch worden gegeten en dat ging met de nodige moeite gepaard. De Duitsers bleven op alles schieten wat zich in de buurt van de ramen begaf. Tijdens het ontbijt arriveerde de ziekenwagen van het Rode Kruis. In plaats van frater Isidorus namen ze de familie Slakhorst mee terug.

In Memoriam voor frater Isidorus.


Om elf uur klonk er geschreeuw in de Badhuisstraat samen met gestamp van laarzen, geronk van een legerwagen en gerinkel van glasscherven. Zwaar gecamoufleerde Duitse soldaten zuiverden met een buitgemaakte Engelse wagen de straat. Ze trokken van huis naar huis en trokken ook bij het Parochiehuis aan de bel. Toen de deur voorzichtig werd geopend, staarden drie fraters in de loop van een geweer, met een bajonet. Door een bevel van een commandant liep het nog met een sisser af, maar ze hielden er vanaf dit moment toch rekening mee te moeten evacueren.

Er volgden voor de fraters en de evacués een paar angstige dagen. Toch probeerden ze zo goed mogelijk de uren door te komen. Ook zag bakker Rutgers nog kans een keer een arm vol broden te brengen. Hij kreeg daarvoor tabak, waar hij erg blij mee was. Om alle moeilijkheden tot het minimum te beperken werden de vele taken verdeeld. Er werd zelfs een ‘Minister van Waterstaat’ aangesteld. Dit alles hielp ieder de angst zoveel mogelijk te vergeten en had men het idee te hebben zich nuttig te kunnen maken.

Iedere morgen waste men zich en toen het, woensdag 20 september, ‘s morgens tussen zeven en acht uur rustig in de lucht was, werd dat uur benut om zoveel mogelijk water bij de dichtstbijzijnde pomp, die van familie Grol, te halen. De put stond bij een kleine boerderij, waarvan de 80-jarige weduwe bij de fraters was binnengevlucht. Op dinsdag 23 september raakte de boerderij bij de hel van afweer in brand en brandde volledig uit.

Door de felle tegenstand van de Duitsers kwam bij de fraters de angst op voor een mogelijk lucht- of artilleriebombardement van de Engelse kant, wat inhield dat de banken uit het klaslokaal van de bovengang naar de zaal gesjouwd werden. Iemand kwam op het idee de kelder te gaan gebruiken. Deze werd eerst schoongemaakt en ingericht. Er werd een menselijke ketting gemaakt. De weck van Slakhorst en van henzelf werd op deze wijze in de voorraadkelder gebracht.

De Britse transportvliegtuigen vlogen weer nader om hun voorraden te droppen. Er was veel afweer. Waar bleven de Engelsen voor wie al dit materiaal bestemd was? Donderdagmiddag kwam een aantal oude zeer vermoeide Duitse soldaten binnen om uit te rusten. Toen ze het aantal mensen zagen, werd aan rusten niet meer gedacht. Ze vertrokken om ergens anders een slaapgelegenheid te zoeken. Een aantal uren later viel weer bevoorrading uit de lucht. Nu viel alles rondom Mariëndaal.

Op vrijdag werd over het begraven van frater Isidorus gesproken. Naast het badhuis werd een kuil gegraven. De pastoor hoorde dit, kwam het lijk zegenen en verrichtte een verkorte absolutie. Intussen kwam ook de familie Slakhorst terug. In de Prins Hendrikstraat was de toestand nog erger geworden. De Duitsers hadden zich op het talud van de spoorweg ingegraven.

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Willem Looijs / TracesOfWar.nl
  • Gepubliceerd op: 23-05-2021 19:04:17