Een boek van binnenuit

Peter de Knegt schreef het boek De jongste van de achttien doden over George den Boon, die in 1941 op slechts 21-jarige leeftijd door de bezetter werd gefusilleerd vanwege zijn verzetsactiviteiten. Daarmee is dit het tweede boek dat De Knegt over een ‘oorlogsonderwerp’ schreef, nadat enkele jaren geleden al Olinka verscheen. De auteur vertelt over de totstandkoming van beide werken.

“Het is geen haatdragend boek geworden, vergeving is een belangrijk element in het verhaal van George den Boon”, aldus Peter de Knegt over De jongste van de achttien doden. “Zijn familie heeft ook op zijn grafsteen laten zetten dat hij door de bezetter is gefusilleerd, ze hebben er nadrukkelijk voor gekozen om daar niet het woord ‘Duitsers’ te gebruiken.”

De Knegt werd in 1946 geboren in een protestants-christelijk gezin te Rotterdam, “een echt geboortegolfkindje” zoals hij het zelf formuleert. Na een studie in de richting civiele techniek te Delft was hij met name werkzaam in de ruimtelijk ordening. “Daar kwam het nodige schrijfwerk aan te pas en mede daardoor ontdekte ik mijn belangstelling en aanleg voor het op papier zetten van proza en poëzie.” Een fietsreis naar de Noordkaap die eigenlijk voor na pensionering stond gepland maar - van uitstel komt immers afstel – in 2002 door De Knegt en zijn vrouw werd gemaakt resulteerde uiteindelijk in zijn eerste, in eigen beheer uitgegeven boek Noordkaap revisited.

Weer in beweging

Het thema van zijn tweede boek kwam eveneens van dicht bij huis. Olinka vertelt namelijk het verhaal van een Nederlandse man die als dwangarbeider in de oorlog te Hamburg vriendschap sloot met een vrouw uit Praag. Die Olga, Olinka voor intimi, overleefde de oorlog mede dankzij die man: de vader van Peter de Knegt. Daarmee is het niet sec het verhaal dat vader zijn familie had verteld. “Hij heeft er wel het één en ander over losgelaten, met name aan het einde van zijn leven tegenover mijn vrouw. Maar toen ik besloot dit boek te schrijven wist ik dat er nog heel veel moest worden uitgezocht.”

Niet zelden leek De Knegt niet verder te komen en dreigde het project zelfs op een dood spoor te geraken. “Maar dan gebeurde er telkens toch iets waardoor de boel weer in beweging kwam. Wij hebben Olinka nog twee keer ontmoet, maar na haar overlijden nam het contact met haar dochter Hanna af tot het niveau van elkaar een kaartje sturen met de kerst. In 1997 waren wij voor iets anders in de buurt van Praag. Het was niet onze bedoeling om die stad aan te doen, maar mijn vrouw stelde voor: we zijn nu in de buurt, laten we Hanna opzoeken. Na enig wikken en wegen besloten we dat te doen, en mijn vrouw reed ons er in één keer heen, zonder die route ooit eerder te hebben gereden. Alsof ze gestuurd werd. Eenmaal daar bleek hoe sterk de band met Hanna eigenlijk was door het gemeenschappelijke verleden van haar moeder en mijn vader.”

Uiteindelijk werd het contact weer hechter, ze zochten elkaar op en geleidelijk kwamen er ook objecten, documenten en brieven boven tafel. Zelfs op zodanig schaal en dermate inhoudelijk interessant dat het bijzondere verhaal in combinatie met de beschikbare bronnen om feiten te onderbouwen en uit te zoeken er toe leidde dat De Knegt in 2003 besloot datgene op papier te zetten wat uiteindelijk als Olinka werd uitgegeven. Het was voor Peter de Knegt meer dan het schrijven van een boek.

“Ik heb vele mensen ontmoet en vriendschappen gesloten. Mede als gevolg daarvan is Olinka ook in het Duits en het Tsjechisch vertaald. In het Duits primair voor Karl-Heinz Schultz, een man die mij enorm geholpen heeft en eigenlijk al zijn hele leven met ‘wiedergutmachung’ bezig is. De kampen waar Olga en mijn vader zaten staan er niet meer, maar Schultz heeft er voor gezorgd dat ze in zekere zin behouden zijn gebleven, onder meer door een plan voor de bouw van villa’s tegen te houden. En het boek is in het Tsjechisch vertaald zodat Hanna, de dochter van Olga en een goede vriendin van mijn vrouw en mij, het in haar eigen taal kan lezen.”

Niet terloops

Peter de Knegt geeft aan geen auteur te zijn die actief op zoek is naar verhalen. Ze moeten eigenlijk op zijn pad komen en iets bij hem teweegbrengen. Ook het verhaal van George den Boon kwam op zijn pad, en wel in mei 2011. Op een koffiemiddag van zijn kerk in woonplaats Lekkerkerk kwam hij te spreken met Tonny Littel–den Boon, waarbij Olinka ter sprake kwam. Zij deelde mee – het gesprek ging nu immers over de oorlog- dat haar broer George in het verzet had gezeten.

“Ik stond daar toen verder niet bij stil. Ik gaf haar een exemplaar van Olinka en sprak af dat ik nog eens bij haar langs zou komen om te informeren wat zij er van vond. Maar wat later realiseerde ik me dat haar terloops gemaakte opmerking misschien toch meer betekende. Ik ging eens wat napluizen en kwam er achter dat George den Boon één van de mensen was over wie het gedicht De achttien dooden van Jan Campert gaat. Van die achttien gefusilleerde verzetsmensen was hij de jongste, wat ook de titel van het boek verklaart. Het bleek een vrijwel onbekend stuk Lekkerkerkse historie te zijn.”

De Knegt ging zoals beloofd bij Tonny Littel–den Boon op bezoek, bracht wat hij te weten was gekomen ter sprake en de jongste zus van George begon te vertellen. Al gauw wist De Knegt wederom op een verhaal te zijn gestuit dat het verdiende om in boekvorm te worden gegoten. Littel-den Boon reageerde enthousiast op de suggestie om daar werk van te maken, en zij is ook erg blij met het resultaat: een boek dat haar broer de eer bewijst die hij als gevallen verzetsman verdient. Dat boek is geschreven op basis van de herinneringen van Tonny, “waardoor het een boek van binnenuit is geworden”, en op basis van brieven en andere documenten.

“Zoals zoveel mensen van haar generatie had Tonny haar verhaal nog nooit echt gedaan”, vertelt Peter de Knegt. “Ze stichtte na de oorlog een gezin en wilde haar kinderen niet belasten met de geschiedenis van haar broer. Maar intussen vond ze dat hij niet de aandacht kreeg die hij eigenlijk verdiende”, aldus De Knegt. Het levensverhaal van George den Boon is het verhaal van een vastbesloten man die in mei 1940 vocht voor zijn land in een poging de Duitse invasie af te houden. Toen dat onhaalbaar bleek en Nederland capituleerde sloot Den Boon zich aan bij De Geuzen. “Het gaat over hemzelf en zijn familie, mensen die zicht met hart en ziel tegen de bezetting weerden”, aldus De Knegt. Het werken voor deze eerste verzetsbeweging zou George al op 21-jarige leeftijd fataal worden. Hij werd op 13 maart 1941 geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte.

De jongste van de achttien doden is vanaf 28 november 2012 beschikbaar in de (online) boekhandel. Het boek kan ook rechtstreeks bij de auteur worden besteld via knegt229@planet.nl.

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Vincent Krabbendam (STIWOT)
  • Gepubliceerd op: 27-11-2012 18:34:51