De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

De ontwikkelingen aan het westelijk front sinds de geallieerde troepen eind augustus 1944 de Seine overstaken, had de positie van Antwerpen steeds belangrijker gemaakt. Generaal Dwight D. Eisenhower, de Amerikaanse commandant van alle geallieerde legers in West-Europa, had al in een vroeg stadium ingezien dat toekomstige operaties, diep in Duitsland, alleen mogelijk waren als de bevoorrading kon plaatsvinden via een grote haven dichtbij het front. In augustus 1944 beschikten de geallieerden daarover niet. De opmars die volgde vanaf de Seine moest voorzien in deze behoefte en één van de primaire doelen van de geallieerden was: de verovering van Antwerpen.

Reeds op 4 september 1944 werd dit doel bereikt en de zuivering van de stad en de havenwerken namen slechts enkele dagen in beslag. Doel bereikt? Generaal Brian Horrocks, commandant van het Britse 30e Legerkorps en verantwoordelijk voor de veldtocht naar Antwerpen, heeft na de oorlog geschreven dat de verovering van Antwerpen op 4 september hem als een "ernstige vergissing" moet worden aangerekend: hij had die belangrijke havenstad links moeten laten liggen en vóór alles de 11e Armoured Divison moeten laten oprukken via een bruggehoofd over het Albertkanaal naar Woensdrecht en de landengte van Zuid-Beveland, om zo de aftocht van het Duitse 15e leger over de Schelde af te grendelen. Hij zei verder: "Het is nooit bij me opgekomen dat de Schelde vol mijnen zou liggen en dat we met de Antwerpse haven niets konden beginnen, als niet eerst de zeeweg erheen geveegd was en we de Duitsers van beide oevers hadden verdreven". Zijn aandacht en die van zijn directe chef, veldmaarschalk Bernard Montgomery, waren toen nog gericht op de Rijn en op Arnhem. Daar moest volgens de veldheren de beslissende slag gewonnen worden, om daarna diep in Duitsland door te stoten en zo een snelle beëindiging van de oorlog in Europa te forceren.

Helaas, de Slag om Arnhem (17 tot en met 25 september) werd verloren en mede oorzaak van dit verlies was, ironisch genoeg, de gebrekkige aanvoer van voorraden. Montgomery, verantwoordelijk voor de gehele noordsector van het front, moest na de mislukking van de Slag om Arnhem toegeven dat de opening van de Scheldemond nu prioriteit nummer één was.

De Duitse generale staf zag ook in dat de vrije toegang van Antwerpen voor de geallieerden van cruciale betekenis was. Nadat generaal Gustav-Adolf von Zangen met zijn 15e Leger aan een omsingeling van de geallieerde troepen bij Calais had weten te ontsnappen, was het merendeel van zijn troepen (ongeveer 90.000 man) de Westerschelde overgestoken en had voor een sterke verdediging met een krachtige bezetting gezorgd rond de Scheldemonding. Een deel van Zeeuws-Vlaanderen werd geďnundeerd en de Duitse bezetters wachtten geduldig op wat komen zou.

De Slag om de Schelde kon beginnen.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.

Afbeeldingen

Amfibievoertuigen van het type Aligator en Terrepin bij de Schelde, vlakbij Terneuzen, 13 oktober 1944. Bron: National Archives of Canada.

Terugblik: geallieerde opmars

De Canadezen

Het Canadese 1e Leger, onder generaal Harry Crerar, stak op 29 augustus bij Rouen de Seine over en was verantwoordelijk voor een opmars langs de Kanaalkust. Het diende daar de V1-bases op te ruimen en de diverse havens te veroveren. Geen geringe taak, want Adolf Hitler had bevel gegeven dat alle havens als "vesting" beschouwd moesten worden. Dit betekende dat de stad tot het uiterste verdedigd diende te worden, ook na omsingeling. Terugtrekken was er dus niet bij. De Canadezen trokken op langs de kust en lieten steeds troepen achter voor de belegering en de uiteindelijke verovering van de havensteden.

Het Canadese 1e Leger begon haar opmars succesvol. In de vroege ochtend van 1 september trokken de Canadezen Dieppe al binnen. Door een haag van mensen, die de bevrijders van bloemen voorzagen en geklommen op de voertuigen de bevrijding wilden meemaken, probeerden de Canadezen op gepaste wijze hun taak uit te voeren. De Duitsers hadden, alle instructies ten spijt, het hazenpad gekozen en voor de Canadezen had de verovering een sentimenteel tintje vanwege de verliezen onder de Canadese troepen tijdens de Dieppe-raid in augustus 1942. De verovering van Dieppe betekende in de benarde logistieke situatie van dat moment een kleine verlichting, toen op 6 september de havenfaciliteiten hersteld waren.

Oostende viel op 8 september, maar hier waren de havenwerken volledig verwoest. De schepen konden daar pas vanaf 26 september binnenlopen zonder het risico van mijnen en versperringen. Het beleg van Boulogne (operatie Welhit) duurt van 6 tot 22 september en dat van Calais (operatie Undergo) van 6 tot 30 september 1944. Allemaal activiteiten die veel manschappen opeisten die daarom niet ingezet konden worden bij activiteiten aan het front bij Antwerpen.

De Britten

Het Britse 2e Leger onder commando van luitenant-generaal Miles Dempsey stak op 25 augustus bij Louviers en op 27 augustus bij Vernon de Seine over en startte de opmars naar het noorden, om daarna als een razende door Noord-Frankrijk en België de Duitse troepen voor zich uit te drijven. Ze trokken meer oostelijk door het binnenland, parallel aan de Canadezen, via Amiens en Lille en daarna deels via Gent naar Antwerpen of via Doornik en Brussel naar Antwerpen.

Het Britse 2e Leger was nog sneller dan de Canadezen. Op 31 augustus was Amiens gepasseerd (nadat de ondergrondse een 3-tal bruggen had veroverd over de Somme) en Doornik en Brussel vielen op 3 september. Op 4 september bereikten de eerste Britse verkenners de voorsteden van Antwerpen. Met behulp van het verzet in België werd de stad, inclusief de volledige haven, snel veroverd tot aan het Albertkanaal. De Duitsers verlieten de stad. Ook de noordelijke voorsteden Ekeren en Merksem werden verlaten, maar de Britten verzuimden door te stoten naar het noorden en de volgende dag keerden de Duitsers terug in Merksem, om daar verdedigingswerken aan te leggen.

De Poolse 1st Armoured Division trok op 6 september België binnen zonder op noemenswaardige tegenstand te stuiten en op dezelfde dag trok de Canadese 4th Armoured Division op naar Brugge. Beide onderdelen stuitten op 6 september op hevige tegenstand bij het Kanaal Brugge-Gent, zodat een snelle overtocht was uitgesloten. Met de rug tegen de Schelde vochten de Duitse troepen van het 15e Leger verbeten om eigen behoud en om de controle op de waterweg naar Antwerpen.

Toch wisten de geallieerden in de loop van september dit kanaal over te steken en verder op te rukken, maar iets noordelijker hield het helemaal op. Daar vormden de parallel aan elkaar lopende Afleidingskanalen van de Leie en van het Leopoldkanaal een perfecte verdedigingslinie voor de Duitsers en een onoverkomelijke hindernis voor de geallieerden, vooral nu nog teveel troepen gebruikt werden om de Duitse verdediging van een aantal steden langs de Kanaalkust tot overgave te dwingen.

Het front in Zeeuws-Vlaanderen liep nu ten zuiden van Zeebrugge langs de genoemde kanalen naar de Westerschelde bij de inham Braakman (inmiddels ingepolderd), daarvandaan langs de oever van de Westerschelde tot aan Antwerpen en vervolgens langs het Albertkanaal oostwaarts.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
operatie Undergo
Canadese aanval op Calais en de zware Duitse kustbatterijen bij Kaap Griz Nez, van 22 september tot 1 oktober 1944.
raid
Snelle militaire overval in vijandelijk gebied.

Planning

Op 5 september 1944 werd besloten om het 30e Legerkorps (één van de twee legerkorpsen van het Britse 2e Leger) in te zetten bij de operatie Market Garden. De bezetting van Antwerpen werd daarom overgenomen door het 12e Legerkorps. Na de mislukking van Market Garden werden plannen gemaakt om de Scheldemond vrij te krijgen. Naar aanleiding van een directief van 27 september, uitgegeven door Bernard Montgomery werd besloten een gecombineerde aanval te doen:

  1. Een aanval noordwaarts vanuit Antwerpen richting Bergen op Zoom (Operatie Suitcase), onderweg bij Woensdrecht afbuigend naar Zuid-Beveland (Operatie Vitality I en Operatie Vitality II), om daarna de aanval te openen op Walcheren (Operatie Infatuate I en Operatie Infatuate II).
  2. De verovering van Noord-Brabant (Operatie Pheasant, overgebleven na de opmars tijdens Market Garden).
  3. De verovering van Zeeuws-Vlaanderen door een gecombineerde aanval vanuit Terneuzen en over het Leopoldkanaal bij Eede (operatie Switchback).

N.B. De verovering van Noord-Brabant wordt in dit artikel niet behandeld, omdat het voor de Slag om de Schelde een indirecte functie had.

Voor de verovering van de Scheldemond zetten de geallieerden het Canadese 1e Leger in dat onder bevel stond van luitenant-generaal Guy Simonds (die inmiddels de zieke generaal Harry Crerar was opgevolgd) en dat bestond uit twee legerkorpsen, die de volgende taken kregen:

Het Britse 1e Legerkorps onder luitenant-generaal John Crocker kreeg tot taak het Britse 2e Leger te steunen en te opereren in de richting van Breda en Roosendaal en daarbij flank en achterhoede dekkend van de Canadese opmars naar de verbinding tussen Zuid-Beveland en het vasteland (de Kreekrakdam). Het 1e Legerkorps bestond uit de Poolse 1st Armoured Division, de Britse 49e (West Riding) divisie, de Amerikaanse 104e infanteriedivisie en (vanaf 17 oktober) de Canadese 4th Armoured Division.

Het Canadese 2e Legerkorps onder luitenant-generaal Charles Foulkes kreeg tot taak het gebied van de Schelde te zuiveren. Hij kreeg hiervoor de volgende eenheden: de Britse 52e (Lowland) divisie, de Canadese 2e infanteriedivisie, de Canadese 3e infanteriedivisie en de 4th Special Service Brigade.

De geallieerden moesten het opnemen tegen een sterke Duitse verdediging. In het gebied van de Westerschelde lag het Duitse 15e Leger (onder generaal Von Zangen), bestaande uit de 64e infanteriedivisie (generaal-majoor Knut Eberding) in Zeeuws-Vlaanderen, de 70e infanteriedivisie (luitenant-generaal Wilhelm Daser) op Walcheren en Zuid-Beveland en de 719e divisie ten noorden van Antwerpen. Ten slotte hadden de Duitsers de zogenaamde "Gruppe Chill" (een legergroep opgebouwd uit verschillende overblijfselen van vernietigde divisies onder bevel van luitenant-generaal Kurt Chill) in reserve.

Definitielijst

Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
operatie Market Garden
Codenaam voor gecombineerde land- en luchtaanvallen van de geallieerden in de regio Eindhoven, Arnhem en Nijmegen van 17 tot 26 september 1944.
Operatie Pheasant
Geallieerde aanval op de dorpen: Wuustwezel, Loenhout, Achtmaal, Wernhout en Zundert, op 20 oktober 1944. Onderdeel van operatie Suitcase
Operatie Suitcase
Overkoepelende naam voor de Geallieerde aanval in oktober 1944 richting het Hollandsdiep. Met als doel het isoleren van de op Walcheren gelegen Duitse troepen.
operatie Switchback
Canadese aanval over het Leopold kanaal met als doel de zgn. "Breskens Pocket" op de Duitse 64e Division te veroveren. Voorloper van Infatuate I & II.
Operatie Vitality I
Canadese aanval over de Kreekrakdam richting Zuid-Beveland, op 24 oktober 1944.
Operatie Vitality II
Canadese amfibische landing op de kust van Zuid-Beveland, in de nacht van 25 op 26 oktober 1944.

Afbeeldingen

Kaart 1-10-44

Via Zuid-Beveland naar Walcheren

De Canadese 2e divisie begon haar opmars op 2 oktober. Vanuit Antwerpen rukten ze op naar de Kreekrakdam (de landengte tussen Noord-Brabant en Zuid-Beveland). De infanterie schoot aanvankelijk flink op, veroverde die dag Lochtenberg en op 3 oktober Brasschaat. Putte, aan de Nederlands-Belgische grens, werd op 5 oktober veroverd en de Canadezen stonden op 6 oktober op 5 kilometer afstand van Woensdrecht. De omgeving van Woensdrecht was door een geďnundeerd poldergebied omgeven en Hoogerheide (een kilometer voor Woensdrecht) werd nog op 7 oktober door de Calgary Highlanders na felle gevechten veroverd, maar een verdere opmars werd verhinderd. Luchtverkenningen rapporteerden grote aantallen Duitse tanks en kanonnen in de bossen ten zuiden van Bergen op Zoom. Gevangengenomen Duitsers bleken parachutisten te zijn.

De gevolgtrekking was simpel: de Duitsers hadden de reserves in de strijd gebracht. Gruppe Chill was naar het zuidwesten gedirigeerd en nam aan de gevechten deel. Deze legergroep had de opdracht de Kreekrakdam vrij te houden, om de verbinding met het 15e Leger te garanderen. De gevechten bij Woensdrecht waren hevig en de verliezen aan beide zijden hoog. Een aanval op 13 oktober, uitgevoerd door de Canadese 'Black Watch' (een onderdeel van de Canadese 2e infanteriedivisie), kostte 145 officieren en manschappen (waarvan 56 gesneuveld).

De Canadese 4th Armoured Division was onderdeel van Operation Suitcase, gelanceerd om meer druk te leggen op het vrijmaken van de Schelde, met als opmarsdoel Bergen op Zoom. Het gevolg van deze operatie was dat de Duitse legerleiding het gevaar onderkende dat Kampfgruppe Chill zou worden afgesneden. Chill kreeg dan ook opdracht om zich terug te trekken van Woensdrecht en Hoogerheide richting Bergen op Zoom. Daardoor kon Woensdrecht uiteindelijk alsnog worden ingenomen door acties van de 5th en 6th Canadian Infantry Brigades. Hoewel de Royal Hamilton Light Infantry en de Essex Scottish Regiment (beide van de 4th Canadian Infantry Brigade) ook hebben gevochten in Woensdrecht, waren zij niet doorslaggevend.

Door de bevrijding van Woensdrecht waren de Duitse troepen op Zuid-Beveland en Walcheren aan de oostkant afgesneden.

Ruim een week later werd de aanval op Zuid-Beveland ingezet. Hierbij was sprake van een tweeledige actie: operatie Vitality I behelsde een directe aanval over de Kreekrakdam, uitgevoerd door de Canadese 2e divisie en Vitality II, een landing met amfibische voertuigen uitgevoerd door de 52nd (Lowland) Division, die hiervoor onder bevel was gesteld van Canadian First Army, op de zuidoostoever van Zuid-Beveland bij Baarland. De Duitsers hadden stellingen betrokken aan het begin van de Kreekrakdam en inundatie toegepast bij Rilland en langs het Kanaal door Zuid-Beveland. Het kanaal was de hoofdverdedigingslinie.

Op 24 oktober om 4.30 uur startte de aanval na de gebruikelijke inleidende beschietingen op de Kreekrakdam. De luchtmacht kon geen medewerking verlenen vanwege laaghangende bewolking en regen. De Canadese 4e brigade (onderdeel van de 2e divisie) slaagde er al spoedig in om een doorbraak te forceren en gesteund door tanks rukten ze op over de Kreekrakdam. Op de dam vormden de tanks een goed doelwit voor de Duitse anti-tank wapens en vele Shermans werden vernield. Op de dijk waren veel versperringen aangebracht, waardoor de Canadezen vaak werden opgehouden. Al snel werd het duidelijk dat de infanterie de kastanjes uit het vuur moest halen en en dat er pas op een later tijdstip van tanks gebruik kon worden gemaakt. De volgende dag kon, mede door een luchtaanval van Typhoons (Britse jachtbommenwerper bewapend met raketten) het plaatsje Rilland-Bath bevrijd worden. De voorhoede was toen bij Krabbendijke en werd later vervangen door de Canadese 6e brigade.

De Schotse 52e Lowland Divisie was aangewezen om de landingen uit te voeren op de zuidkust van Zuid-Beveland (Vitality II). Een vloot van 25 LCA's (Landing Craft Assault - de landingsvaartuigen bekend van de Normandische kust), 176 Buffalo's (amfibievoertuig op rupsbanden), bemand door het 5th Assault Regiment en het 11th Royal Tank Regiment, en 27 Terrapins (amfibievoertuigen met wielen) werden ingezet om de 156e brigade (van de 52e Lowland) over te zetten. In de nacht van 25 op 26 oktober werd de oversteek vanuit Terneuzen gemaakt. Tegen 5.00 uur gingen de eerste troepen aan land, onder dekking van artillerievuur. De Duitse tegenstand was gering. De steile zeedijk bleek het grootste probleem en moest gedeeltelijk worden opgeblazen om de amfibievoertuigen aan land te kunnen laten gaan. Na twee uur waren alle manschappen aan land en zwermden ze uit over het schiereiland. Met de Buffalo's werd een gedeelte van de bevolking geëvacueerd.

Op 28 oktober sloegen de troepen afkomstig van de Kreekrakdam een pontonbrug naast de vernielde bruggen over het Kanaal door Zuid-Beveland, trokken erover en een dag later maakten de onderdelen van beide aanvalslinies contact met elkaar bij 's-Gravenpolder. Goes en het westelijk deel van Zuid-Beveland werden vervolgens zonder veel moeite bevrijd. De 450 man tellende Duitse bezetting gaf zich zonder noemenswaardige strijd gewonnen en op 30 oktober, nadat de Duitse generaal Wilhelm Daser het restant van de Duitse troepen bevel had gegeven terug te trekken op Walcheren, was Zuid-Beveland in geallieerde handen.

Definitielijst

Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
inundatie
Het met opzet onder water zetten van land met als doel de opmars van de vijand te verhinderen of te vertragen.
Kampfgruppe
Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
operatie Vitality I
Canadese aanval over de Kreekrakdam richting Zuid-Beveland, op 24 oktober 1944.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Afbeeldingen

Front op 20-10-44

Strijd in Zeeuws-Vlaanderen

In Zeeuws-Vlaanderen begon de slag met aanvallen over het Leopoldkanaal. Vooral in het deels geďnundeerde polderland van westelijk Zeeuws-Vlaanderen bezaten de Duitsers een sterke vesting.

Op 6 oktober 1944 om 5.30 uur ging de Canadese 7e infanteriebrigade (met 150 km in de benen, omdat ze meegevochten hadden bij de verovering van Calais, dat pas op 1 oktober viel) bij Stroobrugge over het Leopoldkanaal. Deze aanval werd uitgevoerd onder dekking van 27 Wasps (brenguncarrier uitgerust met een vlammenwerper). Iets westelijker, bij Moerhuizen, ging een andere compagnie het kanaal over, aanvankelijk zonder dat de Duitsers een schot losten. Beide groepen veroverden een bruggehoofd, maar konden dat niet uitbreiden door hevig afweervuur van de Duitsers, die bijgekomen waren van de eerste schrik.

Op 9 oktober werden na zware gevechten de beide bruggehoofden samengevoegd en op 13 oktober legden de Royal Canadian Engineers (genietroepen) een brug over het kanaal en kregen de Canadezen vaste voet bij Eede. De dag daarop kon de 4th Armoured Brigade met zijn tanks over de bruggen trekken en de infanterie helpen de Duitsers te verdrijven. Twee dagen na het begin van de aanval over het Leopoldkanaal viel meer oostelijk de 9e infanteriebrigade bij de Braakman aan (de Braakman is tegenwoordig ingepolderd, maar was destijds een inham van enkele kilometers breed, die - ten westen van Terneuzen - zich bijna uitstrekte tot de Nederlands-Belgische grens). De Britse 79e pantserdivisie had Buffalo's (rupsvoertuigen voor amfibische operaties) en Terrapins (Britse amfibievoertuigen op wielen) geleverd om de Braakman over te steken. Na 9 kilometer varen bereikten ze de dijk aan de overzijde en verrasten de Duitse verdedigers volkomen. De Canadezen kregen pas tegenvuur, toen het al licht werd en nadat een behoorlijk bruggehoofd was gevestigd.

Maar toen begonnen de Duitsers ook goed. Vanaf de overkant (bij Vlissingen) en vanuit Breskens werden de aanvallers onder artillerievuur genomen, zodat de Canadezen een rookgordijn moesten leggen van Terneuzen tot aan het front, om de transportbewegingen aan het oog van de Duitsers te onttrekken.

De Duitsers hadden intussen twee compagnieën van de 70e divisie van Walcheren overgebracht naar Zeeuws-Vlaanderen ter versterking. Op 14 oktober maakten eenheden van de Canadese 4th Armoured Division contact met troepen aan het Braakmanfront. Dit verbeterde de situatie, omdat nu voorraden uit het zuiden konden worden uitgevoerd in plaats van over het water van de Braakman.

Op 18 oktober nam de Schotse 52e Lowlanddivisie (onder commando van generaal-majoor Edmund Hakewill Smith) de taken over van de Canadese 7e brigade. De Lowlanddivisie was een territoriale divisie uit Zuid-Schotland en uitstekend getrained voor diverse taken. Ze gingen vol élan de strijd aan en veroverden op 19 oktober Aardenburg. De Duitsers waren teruggevallen op verdedigingslinies op een lijn Breskens via Schoondijke en Oostburg naar Sluis.

Met de steun van de zware artillerie en met luchtaanvallen werd op 21 oktober de aanval geopend op Breskens. 's Middags viel het stadje in geallieerde handen, maar het oude fort Frederik Hendrik was nog stevig in Duitse handen. Pas na felle gevechten werd de bezetting van het fort (23 man) op 25 oktober gedwongen zich over te geven. Reeds op de 24ste werd Schoondijke veroverd en 29 oktober viel Cadzand. Generaal Knut Eberding en de laatste restanten van de Duitse 64e divisie werden in de eerste dagen van november gevangen genomen.

Operatie Switchback werd op 3 november als voltooid beschouwd. Er waren 12.707 Duitse militairen krijgsgevangen gemaakt. Ruim 800 Canadezen en 788 Duitsers waren gesneuveld. De bevolking van Zeeuws-Vlaanderen betaalde een zware tol: 581 inwoners werden gedood, 2047 woningen waren totaal vernield en 1021 zwaar beschadigd.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Operatie Switchback
Canadese aanval over het Leopold kanaal met als doel de zgn. "Breskens Pocket" op de Duitse 64e Division te veroveren. Voorloper van Infatuate I & II.

Afbeeldingen

Kaartje met front op 03-11-44

Slag om Walcheren

Inleiding

De Duitsers beschikten ter verdediging op dit schiereiland over een reeks artilleriebatterijen, betonnen bunkers met mitrailleursnesten en andere versterkingen. De batterijen behoorden tot de marine en konden vuur uitbrengen naar zee. Om de Duitsers zoveel mogelijk in het nauw te brengen besloten de geallieerden Walcheren onder water te zetten alvorens met de aanval te beginnen. Door middel van strooibiljetten werd de burgerbevolking voor komende gevaren gewaarschuwd. Vroeg in de middag van 3 oktober 1944 deden 247 Lancasters (Britse 4-motorige bommenwerper) en Mosquito's (Britse 2-motorige bommenwerper) van de RAF een aanval op de zeedijk bij Westkapelle. Bij dit bombardement (waarbij 120 meter dijk werd vernield) en de daarop volgende overstroming vonden toch nog tientallen burgers de dood. Zesenveertig inwoners van Westkapelle kwamen om het leven toen de molen, waarin ze toevlucht hadden gezocht, door een voltreffer werd geraakt.

Omdat het water zich te langzaam over het land verspreidde, werden ook de dijken bij Vlissingen en bij Veere gebombardeerd. Door de overstromingen werden de Duitse troepen verplicht op de hoogste delen van Walcheren terug te trekken. Op de dijken en in de duingebieden (die nog droog waren) stonden de zware batterijen, die de RAF in 650 vluchten en met 8 tot 9.000 ton bommen niet tot zwijgen had weten te brengen.

De aanval op Walcheren

Bij deze acties waren troepen betrokken van Britse, Franse, Nederlandse, Belgische en Noorse nationaliteit.

  1. Aan de oostzijde moest de Sloedam (verbinding tussen Zuid-Beveland en Walcheren) bestormd worden. Hiervoor werd een beroep gedaan op onderdelen van de Canadese 2e infanteriedivisie en (in een later stadium) op de Britse 52e Lowlanddivisie van generaal-majoor Edmund Hakewill Smith, versterkt met commando's van de 4th Special Service Brigade.
  2. In Vlissingen (operatie Infatuate I) zou een landing uitgevoerd worden door het 4e Commando. Hierbij waren 2 Franse "Troops" (halve compagnieën) en elf Nederlanders van het 10e (intergeallieerde) commando ingedeeld. Een artilleriebeschieting vanuit Zeeuws-Vlaanderen en een luchtaanval zouden de invasie vooraf gaan. Na de commando's zouden troepen van de 155e brigade (van de 52e divisie) aan land gezet worden.
  3. Westkapelle (operatie Infatuate II) was het doel van de overige onderdelen van de 4th Special Service Brigade (de marinierscommando's 41, 47 en 48). Deze werden versterkt met een Belgische en een Noorse Troop en met 14 Nederlanders van het 10e Commando. De Britse 79e divisie zorgde voor de levering van speciale voertuigen, nodig om de landingen te laten slagen. Ook hier gingen artillerie- en luchtbombardementen aan de landingen vooraf.

De Sloedam

De Sloedam was moeilijk te nemen. De dam was een kale dijk van meer dan een kilometer lengte. In die tijd bevonden zich aan weerskanten van de dijk slechts schorren en slikken. De Duitsers zaten op Walcheren verschanst in betonnen bunkers en hadden langs de spoordijk tanks en antitankgeschut ingegraven. Op 31 oktober startte de "Black Watch of Canada" de aanval en de soldaten rukten op onder zwaar Duits vuur. Tot op 70 meter voor de kust van Walcheren geraakten ze, toen stokte de opmars en moesten de mannen terug. 's Avonds deed een ander bataljon, de "Calgary Highlanders", een poging. Ook tevergeefs. De volgende morgen probeerden de Canadezen het opnieuw, nu met ondersteuning van artillerie. Dit keer lukte het wel en wisten ze voet op Walcheren te krijgen, maar een nachtelijke tegenaanval van Duitse zijde joeg ze weer terug.

Uiteindelijk wist het laatste Canadese bataljon tot Walcheren door te dringen en daar een bescheiden bruggenhoofd te vormen. Daarna nam de Britse 157ste brigade de aanval over en moest op 2 november al een Duitse tegenaanval afslaan. Maar hulp uit onverwachte bron diende zich aan: de verzetsman Kloosterman uit Nisse wist een manier om de Sloe ten zuiden van de Sloedam over te steken. Nadat verkenningen waren uitgevoerd en mijnen geruimd, werd in de nacht van 2 op 3 november, met stormboten en wadend door het lage water, een oversteek gemaakt. Op deze manier wist de 156ste brigade de Bijleveldpolder te bereiken en de Duitsers daar volkomen te verrassen. Op 4 november maakten deze troepen contact met de 157ste brigade in het bruggenhoofd bij de Sloedam en was het ergste leed geleden. 's Avonds was er een bruggenhoofd gevormd van vier bij twee kilometer en kon de opmars naar Middelburg beginnen. De Duitse generaal Daser, commandant van Middelburg, gaf deze stad zonder tegenstand op en de stad kon daarom zonder al te grote verliezen worden ingenomen.

Vlissingen

Vlak nadat de "Black Watch" hun aanval bij de Sloedam waren begonnen, formeerde de aanvalsvloot zich voor de landing bij Vlissingen. Artillerie, opgesteld rond Breskens, gaf voorafgaand aan de landingen vuur en bombardeerde de Duitse stellingen rondom de stad. In de nacht van 31 oktober op 1 november werden de landingen uitgevoerd bij het zogenaamde Slijkhaventje (dat de codenaam Uncle Beach had gekregen). De stormloop van de commando's was effectief en binnen vijf minuten werd een 7,5cm kanon buitgemaakt. Rond half zeven stonden alle manschappen van het 4e commando (550 man) aan land. In Vlissingen ontstonden felle straatgevechten toen de commando's hun doelen in de stad probeerden te bereiken. Korte tijd later landde het 4e bataljon (de "King's Own Scottish Borderers") en andere eenheden van de 155e brigade onder commando van brigadegeneraal McLaren, ten koste van ernstige verliezen. Nadat het licht was geworden, werd de situatie op Uncle Beach een hel. De Duitsers bombardeerden de plaats onophoudelijk met hun artillerie. Ook de ondergrondse wierp zich in de strijd en wist beslag te leggen op de bevelen om de scheepswerf van de Maatschappij "De Schelde" te vernielen. Door het onderscheppen van die bevelen bleef de werf dit lot bespaard.

Op 2 november hadden de Duitsers hun verdediging geconcentreerd op de boulevard, met als belangrijk onderdeel een grote bunker ten zuidwesten van de stad. Na een aanval door jachtbommenwerpers met raketten slaagden de commando's erin de bunker te veroveren. Op 3 november viel de stad. De "Royal Scots" (de laatst gelande eenheid) bestormde het tot een fort herschapen hotel Brittannia aan de Boulevard Evertsen. Hierin was het hoofdkwartier van de Duitse garnizoenscommandant (kolonel Reinhardt) gevestigd. Pas na een urenlange strijd gaf Reinhardt zich gewonnen en was Vlissingen bevrijd.

Westkapelle

Om kwart over drie verliet, in de nacht van 31 oktober op 1 november, de vloot Oostende voor de landing bij Westkapelle. Door het slechte weer kon ook hier geen voorafgaand luchtbombardement worden gegeven en moest de meegebrachte scheepsartillerie het zonder luchtwaarneming doen. Toen de vuurtoren van Westkapelle werd waargenomen, namen de schepen hun posities in: de landingsvaartuigen kozen positie voor de aanval en de oorlogsschepen (waaronder het Britse slagschip Warspite en 2 kanonneerboten) namen hun plaats in voor het scheepsbombardement. Zodra deze schepen het vuur openden, beantwoordden de Duitse kustbatterijen het vuur onmiddellijk. Omdat de oorlogsschepen op deze manier het vuur naar zich toetrokken, konden de landingsvaartuigen relatief ongemoeid de kust naderen. Rond tien uur lieten de landingsvaartuigen hun kleppen neer, gingen de Buffalo's te water en voeren door het gat in de dijk Walcheren binnen. Kort na de middag was de batterij op de noordelijke dijk (W 15) veroverd en werd Westkapelle bevrijd.

De zuidelijke dijk werd ook fel verdedigd door de Duitsers, maar de batterij aan deze kant kwam zonder munitie te zitten, een gevolg van de gebrekkige aanvoer van voorraden en munitie nadat Walcheren onder water kwam te staan. Daarna werd de stuksbemanning na een korte schermutseling met handwapens uitgeschakeld en hadden de geallieerden een stevig bruggenhoofd in handen.

Vanuit dit bruggenhoofd trok het 41ste commando noordwaarts en veroverde dezelfde dag nog Domburg. Het 48e commando, op de zuidelijke dijk, trok in de morgen van de 2de november op (met in de spits de bij hen ingedeelde Nederlanders) en moest een zware slag leveren bij Dishoek. De Duitse batterij (W 11) die hier stond opgesteld, moest worden uitgeschakeld, omdat het de bevoorrading via Westkapelle bemoeilijkte. Na lange en dure strijd wisten de commando's 's avonds de batterij binnen te dringen en na nachtelijke gevechten was de batterij in de ochtend veroverd. De overige batterijen bleken minder verzet op te leveren en in de loop van de avond werd het dijkgat bij Vlissingen bereikt.

Het 41e commando, dat noordwaarts trok, kwam na de verovering van Domburg vast te zitten. Pas nadat een viertal tanks versterking brachten, kon de aanval worden ingezet op de batterij W 18, vlak onder Oostkapelle. Drie dagen duurde de strijd hier, waar de Duitse verdedigers de bosrijke omgeving bijzonder goed ter verdediging hadden ingericht en de omgeving met mijnenvelden hadden beschermd. Op 6 november legde de verdediging de wapens neer en op 8 november werd de laatste weerstand op het eiland gebroken.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
slagschip
Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.

Afbeeldingen

Hotel Brittannia te Vlissingen, hoofdkwartier van de Duitse Oberst Reinhardt
Dijkgat in de Nolle
Britse troepen in de Molenstraat te Vlissingen

Nawoord

Tussen 1 oktober en 8 november verloor het Canadese 1e Leger 703 officieren en 12.700 manschappen aan doden, gewonden en vermisten. Hiervan waren 305 officieren en 6.012 manschappen van Canadese afkomst. Totaal werden 41.043 Duitse soldaten krijgsgevangen gemaakt.

Achteraf beschouwd had generaal Dwight Eisenhower niet moeten toegeven aan de plannen van Bernard Montgomery en had de verovering van de Scheldemond voorrang verleend moeten worden boven de aanval op Arnhem. De felle strijd die geleverd moest worden om het mondingsgebied van de Schelde te veroveren en om de Schelde mijnvrij te maken, kostte bijna drie maanden. In deze periode, waarin Antwerpen niet als haven gebruikt kon worden, stagneerde de bevoorrading van de troepen aan het front, waardoor de opmars stokte. De Duitsers kregen hierdoor de gelegenheid het Ardennenoffensief te lanceren en de verdedigingslinie langs de Rijn te versterken. Montgomery heeft achteraf zijn verkeerde beoordeling van de situatie toegegeven.

Gedurende het grootste deel van november was hard gewerkt om de haven van mijnen te zuiveren en op 28 november werd met enig ceremonieel vertoon het eerste konvooi Liberty-schepen verwelkomd.Op 1 december kon in Antwerpen alweer 10.000 ton goederen per dag worden gelost en de haven zou in het verdere verloop van de strijd een belangrijk logistiek onderdeel zijn. De offers waren niet voor niets.

Informatie

Artikel door:
Arie Netten
Geplaatst op:
28-03-2003
Laatst gewijzigd:
26-05-2019
Feedback?
Stuur het in!

Nieuws

14jul

'Ik denk dat ik de tranen van mijn vader huil', groot respect bij herdenking Canadese soldaten

Tweehonderd Canadese soldaten strak in het gelid, het geluid van een doedelzak en uitzicht op bijna duizend witte grafstenen. Het respect is voelbaar, zaterdagmiddag op de Canadese begraafplaats in Bergen op Zoom. Er worden kransen gelegd om de soldaten te herdenken die tijdens de Tweede Wereldoorlog sneuvelden. De herdenking wordt gehouden om jonge Canadese soldaten te vertellen over het lot van hun landgenoten in 1944.

Lees meer

7jun

Carla Rus wil Slag om Schelde uit vergetelheid halen

GOES - Langzaam maar zeker krijgt de Slag om de Schelde de aandacht die het verdient. De zware gevechten in het zuiden van Nederland zorgden in 1944 voor een doorbraak in de oorlog met Duitsland. “Maar het is altijd een blinde vlek geweest”, zegt schrijver Carla Rus, die het als haar missie ziet om de slag uit de vergetelheid te trekken. Ze heeft in een paar weken tijd twee boeken uitgebracht: het kleine ‘Zeeland bevrijd’ en het omvangrijke ‘Breekbare helden’ over het verzet in Zeeland.

Lees meer

Gerelateerde bezienswaardigheden

Gerelateerde bezienswaardigheden