Artikelen

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 mei 2013

Amerikaanse slagschepen

Het Amerikaanse moderne slagschepentijdperk begon in 1895 toen op 15 augustus van dat jaar de Texas in dienst werd gesteld bij de US Navy. Dit schip van 6.682 ton was bedoeld voor de kustverdediging en vergelijkbaar met de Nederlandse pantserschepen van de Kortenaer-klasse. Dit was het eerste Amerikaanse oorlogsschip dat voldeed aan de algemene normen van het moderne slagschip: een primaire bewapening van kanonnen met een kaliber van minimaal 25cm in draaibare geschutskoepels, aandrijving door middel van stoommachines en schroeven en een maximale snelheid van boven de 15 knopen. Er zouden nog vijf slagschepen voor de kustverdediging gebouwd worden voor de Amerikaanse marine.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 april 2012

Amerikaanse slagschepen van de Colorado-klasse

Het ontwerp van de vier slagschepen van de Colorado-klasse was gebaseerd op dat van de voorgaande Tennessee-klasse. In feite werden er maar drie grote verbeteringen doorgevoerd bij de nieuwe slagschepen ten opzichte van USS Tennessee en USS California. Ten eerste werden USS Colorado, USS Maryland, de Washington en USS West Virginia uitgerust met acht 41cm 45-kaliber kanonnen in plaats van twaalf 35,5cm 50-kaliber kanonnen. Dit werd gedaan omdat de Japanse slagschepen van de Nagato-klasse eveneens uitgerust waren met 41cm kanonnen. Het tweede belangrijke verschil met de Tennessee-klasse werd de onderwaterbescherming tegen torpedo`s. Deze bestond uit vijf lagen waarvan de buitenste leeg was, de drie volgende lagen gevuld waren met olie en water en de binnenste laag weer leeg was. Op deze wijze moest de kracht van een exploderende torpedo geabsorbeerd worden door de verschillende lagen. Als laatste innovatie werden de acht Babcock & Wilcox of Bureau Express ketels per vier aan stuurboord en bakboord van de turbo-elektrische machine-installatie geplaatst in plaats van bij elkaar in ťťn enkele ketelruimte. Hierdoor werd de kans verkleind dat het schip stil kwam te liggen door een enkele ongelukkige treffer in die ketelruimte.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2013

Amerikaanse slagschepen van de Iowa-klasse

De Amerikaanse slagschepen van de Iowa-klasse, USS Iowa, USS New Jersey, USS Missouri en USS Wisconsin, waren de opvolgers van de South Dakota-klasse en de laatste klasse slagschepen die voor de US Navy gebouwd werd. Het ontwerp kwam voort uit de wens van de Amerikaanse marine om een snelle klasse slagschepen te bouwen met een standaard waterverplaatsing van 45.000 ton. De interesse voor deze specifieke waterverplaatsing werd in 1937 aangewakkerd door de mogelijkheid dat Japan de afspraken van het Tweede Vlootverdrag van Londen, dat op 25 maart 1936 ondertekend werd door de maritieme grootheden, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ, niet na zou komen. In het verdrag zat een clausule die bepaalde dat als ťťn van de aangesloten landen de maximale waterverplaatsing van nieuwe slagschepen van 35.000 ton niet zou respecteren, deze opgeschroefd zou worden tot 45.000 ton. Deze extra 10.000 ton hadden de Amerikaanse ontwerpers nodig om een snellere versie van de South Dakota-klasse te bouwen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 november 2011

Amerikaanse slagschepen van de Nevada-klasse

De Amerikaanse slagschepen van de Nevada-klasse, USS Nevada en USS Oklahoma, waren een doorontwikkeling van de New York-klasse. Met het ontwerp van de Nevada en de Oklahoma startte een nieuw tijdperk in de constructie van Amerikaanse slagschepen. De Nevada-klasse slagschepen hadden veel zwaardere bepantsering op de belangrijkste delen zoals de gordel, munitiemagazijnen, machinekamers, commandotoren en geschutskoepels, dan hun voorgangers, maar over de andere delen helemaal geen bepantsering. Dit zogenaamde alles of niets concept betekende dat bijvoorbeeld de dekken niet beschermd waren. Dit was logisch omdat de slagschepen nog voor de Eerste Wereldoorlog ontworpen werden. De dreiging van vijandelijke vliegtuigen was vrijwel onbekend en het grootste gevaar voor een slagschip kwam van onderzeeboten, mijnen en andere slagschepen. Door dit concept bleef de totale waterverplaatsing van de Nevada-klasse slagschepen ongeveer even groot als die van de New York-klasse terwijl het totale gewicht aan pantserplaten bijna 40 procent groter was. De gewichtsbesparing zat in de constructie van de slagschepen die door lichter, maar harder staal en betere las- en klinktechnieken gerealiseerd kon worden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 3 januari 2012

Amerikaanse slagschepen van de New Mexico-klasse

De Amerikaanse slagschepen van de New Mexico-klasse, die in 1914 besteld werden, waren een licht verbeterde versie van de voorgaande Pennsylvania-klasse die bestond uit USS Pennsylvania en USS Arizona. De US Navy had graag een geheel nieuw ontwerp door willen voeren met twaalf 40,5cm kanonnen, maar de Secretary of Navy, Josephus Daniels, weigerde om een dergelijk ambitieus plan te financieren. Dit betekende niet dat er helemaal geen ruimte was om verbeteringen door te voeren aan de nieuwe klasse slagschepen, die oorspronkelijk zou bestaan uit de USS New Mexico en de USS Mississippi. Door de verkoop van twee verouderde slagschepen, Mississippi (BB-23) en Idaho (BB-24), aan Griekenland kwam er geld vrij voor de aanbesteding van een derde New Mexico-class battleship, USS Idaho.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 25 oktober 2011

Amerikaanse slagschepen van de New York-klasse

De beide Amerikaanse slagschepen van de New York-klasse waren een doorontwikkeling van de beide slagschepen van de Wyoming-klasse, USS Wyoming en USS Arkansas. De US Navy wilde de primaire bewapening van de USS New York en USS Texas uitbreiden en de schepen uitrusten met zeven dubbele 30,5cm torens wat ten opzichte van de Wyoming en de Arkansas een verlenging van de schepen zou betekenen. Dit was voor de ontwerpers van voor de Eerste Wereldoorlog niet mogelijk dus werden er alternatieven onderzocht. Het eerste alternatief was een opstelling van vijf 30,5cm drielingtorens, maar hierdoor zouden de schepen te breed worden. Bovendien stond de ontwikkeling van de drielingtoren nog in de kinderschoenen. Daarom werd een tweede alternatief toegepast: tien 35,5cm kanonnen in vijf tweelingopstellingen. Dit kaliber kanonnen zou later ook toegepast worden op de slagschepen van de Nevada-klasse, Pennsylvania-klasse en New Mexico-klasse. De 35,5cm kanonnen werden in 1910 ontworpen en getest door het Bureau of Ordnance van de Amerikaanse marine, een organisatie die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling, aanschaf en opslag van Amerikaans scheepsgeschut. De kanonnen bleken uitstekend te functioneren.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 januari 2013

Amerikaanse slagschepen van de North Carolina-klasse

De Amerikaanse slagschepen van de North Carolina-klasse, USS North Carolina en USS Washington, waren de eerste nieuwe slagschepen van de US Navy die opgeleverd werden na het Vlootverdrag van Washington. Dit verdrag werd op 6 februari 1922 ondertekend door de maritieme grootheden Japan, ItaliŽ, Frankrijk, Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten om de wapenwedloop op maritiem gebied een halt toe te roepen. Dit verdrag hield onder andere in dat de Verenigde Staten een totaal tonnage van 525.000 ton aan slagschepen en slagkruisers mocht bezitten en dat oudere slagschepen pas vervangen mochten worden nadat zij twintig jaar oud waren. Door deze afspraken was de Amerikaanse marine genoodzaakt ťťn van de nieuwe Colorado-klasse slagschepen, de Washington (BB-47), te slopen en kon men bovendien geen nieuwe slagschepen op stapel zetten. Halverwege de jaren `30 van de vorige eeuw was de US Navy zover dat een aantal oudere slagschepen vervangen kon worden. Dit zouden dan de slagschepen van de Wyoming-klasse en New York-klasse zijn. Op 25 maart 1936 werd echter het Tweede Vlootverdrag van Londen (het Eerste Vlootverdrag van Londen was op 22 april 1930 ondertekend) van kracht dat door dezelfde partijen was ondertekend als het Vlootverdrag van Washington. De belangrijkste overeenkomst van dit nieuwe verdrag was dat geen enkel oorlogsschip een grotere standaard waterverplaatsing mocht hebben dan 35.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 december 2011

Amerikaanse slagschepen van de Pennsylvania-klasse

De Amerikaanse slagschepen van de Pennsylvania-klasse, USS Pennsylvania en USS Arizona, die in 1916 in dienst werden gesteld, waren een vergrote versie van de voorgaande Nevada-klasse. Zij behielden de 35,5cm Mk 2 kanonnen als primaire bewapening, maar het aantal werd met nog eens twee uitgebreid door gebruik te maken van vier drielingtorens, twee op het voorschip en twee op het achterschip. Dit was een reactie op de Japanse slagschepen Fuso en Yamashiro, die op dat moment gebouwd werden en eveneens over twaalf 35,5cm kanonnen beschikten. De ontwerpers van het Bureau of Ordnance van de US Navy hadden het automatiseren van het laadsysteem van de granaten en kruitzakken verbeterd, maar de kanonnen hadden slechts een elevatiehoek van 15 graden en een maximaal bereik van 19.000 meter. Voor elk kanon beschikten de slagschepen standaard over 100 granaten.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 februari 2013

Amerikaanse slagschepen van de South Dakota-klasse

De Amerikaanse slagschepen van de South Dakota-klasse, USS South Dakota, USS Indiana, USS Massachusetts en USS Alabama vormden een klasse snelle slagschepen, die eind jaren `30 ontworpen werd onder de beperkingen van de vlootverdragen van Washington en Londen. In vergelijking met de voorgaande North Carolina-klasse, waren de vier slagschepen van de South Dakota-klasse compacter en beter bepantserd, maar beschikten over dezelfde primaire bewapening van 3 x 3 41cm 45-kaliber kanonnen. De twee klassen schepen leken daarom veel op elkaar, maar konden eenvoudig onderscheiden worden doordat de beide schepen van de North Carolina-klasse twee schoorstenen hadden en die van de South Dakota-klasse slechts ťťn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 februari 2012

Amerikaanse slagschepen van de Tennessee-klasse

De beide slagschepen van de Tennessee-klasse, USS Tennessee en USS California, waren een licht verbeterde versie van de New Mexico-klasse slagschepen, die bestond uit USS New Mexico, USS Mississippi en USS Idaho. Het ontwerp van de nieuwe klasse werd in 1916, na de Slag bij Jutland, aangepast. Tijdens die slag, die van 31 mei tot 1 juni 1916 uitgevochten werd door de Royal Navy en de Keizerlijke Duitse Marine bij Jutland, Denemarken, bleek dat slagschepen en slagkruisers kwetsbaar waren onder de waterlijn en op de hoofddekken. Daarom kregen de Tennessee-klasse slagschepen meer onderwater- en dekbepantsering. Verder werd afgezien van de opstelling van secondaire kanonnen in kazematopstellingen in de scheepswand. Bij de vorige klassen was gebleken dat de kanonnen in deze opstellingen veel zeewater over kregen en daardoor op volle zee nauwelijks gebruikt konden worden. Alle 12,5cm secondaire kanonnen werden daarom in of op de bovenbouw geplaatst. Hierdoor werden de buitenwanden van de slagschepen meer gestroomlijnd en waren zij minder gevoelig voor corrosie.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 27 september 2011

Amerikaanse slagschepen van de Wyoming-klasse

De Japanse aanval op Pearl Harbor, de basis van de US Pacific Fleet in HawaÔ, was de directe reden voor de Verenigde Staten om zich actief te mengen in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks deze late intrede in het wereldwijde conflict, of misschien wel juist daardoor, beschikte de Verenigde Staten eind 1941 al over 19 slagschepen waarvan er 17 op dat moment als zodanig ingezet konden worden. Het uit 1910 stammende slagschip van de Florida-klasse USS Utah, was in gebruik als radiografisch bestuurbaar doelschip en de naamgever van de uit 1911 stammende Wyoming-klasse was in gebruik als opleidingsschip.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 10 maart 2003

Bismarck

Het ontwerp van Bismarck-klasse stamde al vanaf 1934, bestaande uit een 35.000 tons pantserschip met 8 38 cm lopen. Echter door de constructie van de Franse Dunkerque-klasse werd het ontwerp aangepast, en werd het geherclassificeerd als slagschip. Het ontwerp stamde deels af van de Duitse WO I Baden-klasse. Het zou oorspronkelijk binnen de verdragen van Washington en Londen vallen, echter door het kiezen van acht lopen van 38 cm werden de maximale tonnages van deze verdragen grof overschreden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Britse Slagschepen van de King George V-klasse

Vanwege het in 1922 afgesloten Washington Naval Treaty kon Groot-BrittanniŽ tot 1931 maar twee slagschepen bouwen. De enige schepen die in die periode dan ook op stapel werden gezet waren die van de HMS Nelson-klasse. Na enkele eerder mislukte pogingen riepen de Britten een nieuwe conferentie bijeen op 21 januari 1930. Het resultaat was dat de vloten van slagschepen nog verder dienden te worden teruggedrongen en dat er voor 1936 geen nieuwe bouwprogramma's konden worden opgestart. Politieke ontwikkelingen haalden dit akkoord echter snel in. Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ hadden zich vanaf het begin van de jaren 30 alweer gestort op het ontwikkelen en bouwen van grote schepen. De Britse overheid en de Admiraliteit beseften gelukkig snel dat ze nu niet meer konden achterblijven. In 1936 begon men met het opstellen van de benodigde specificaties voor een nieuwe serie slagschepen en in 1937 gingen de ontwerpers aan de slag.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2010

Britse Slagschepen van de Queen Elizabeth-klasse

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beschikte Groot-BrittanniŽ over 12 slagschepen en 3 slagkruisers. Vlak na de Eerste Wereldoorlog bedroeg dit aantal 46. Het Verdrag van Washington, dat in 1921 afgesloten was door de grote marinemogendheden van die tijd om een nieuwe bewapeningswedloop te voorkomen, bepaalde dat er in de jaren `20, 28 Britse slagschepen gesloopt werden. Een viertal andere werd omgebouwd tot vliegdekschip en ťťn werd gebruikt als opleidingsvaartuig. Alleen de vijf schepen van de Queen Elizabeth-klasse en de vijf van de Royal Sovereign-klasse werden aangehouden evenals de slagkruisers HMS Hood, HMS Repulse en HMS Renown. HMS Nelson en HMS Rodney werden als nieuwe slagschepen geÔntroduceerd in 1926.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 6 maart 2015

Britse Slagschepen van de Revenge-klasse

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 19 februari 2005

Gneisenau

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Duitse marine enorm verkleind. Het enige wat de Duitsers mochten houden waren zes oude slagschepen uit de periode van voor de dreadnoughts, zes oude lichte kruisers en 24 torpedoboten. Deze schepen waren in de Eerste Wereldoorlog al verouderd en dus moesten er na de oorlog snel nieuwe schepen gebouwd worden. Er was echter erg weinig geld beschikbaar voor nieuwe schepen omdat Duitsland veel herstelbetalingen moest doen. De geallieerden hadden ook beperkingen aan de nieuw te bouwen schepen gesteld: ze mochten niet meer dan 10.000 ton meten en het kaliber hoofdbewapening mocht maximaal 28 cm zijn.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Haruna

De Kongo-klasse slagschepen waren gebaseerd op een Brits ontwerp van Sir G.Thurston voor slagkruisers. De Kongo werd hiertoe, als laatste Japanse oorlogsbodem, buiten Japan en wel in Groot-BrittanniŽ gebouwd. In de loop der jaren zijn alle vier de schepen verscheidene malen gemoderniseerd. De eerste belangrijke verbouwingen vonden eind jaren twintig plaats, toen de slagkruisers werden omgebouwd tot slagschepen. In het midden van de jaren 30 werden de schepen ingrijpend gewijzigd. De lengte werd vergroot naar 225 m, de breedte naar 31,7 m en de diepgang werd 9,8 m. Dit was alles het gevolg van een grote aanpassing in onder andere de bepantsering. Het dekpantser werd verdikt naar 96,5-165mm. De schepen kregen nieuwe boilers, waardoor het vermogen werd verdubbeld naar 136,000 shp. De snelheid nam daardoor toe naar circa 30 knopen en de waterverplaatsing naar circa 36.000 ton. Ook de bewapening werd diverse malen aangepast. De hoofdbewapening bleef qua kaliber hetzelfde, maar werd wel gemoderniseerd. De secundaire bewapening werd gereduceerd tot 4 - 3"/40 M1928, wat bij de Kongo later weer werd verhoogd naar zeven stuks. De 6" wapens werden gereduceerd tot acht stuks terwijl tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens twaalf stuks 5"/40 M1928 werd toegevoegd. Het luchtdoelgeschut werd tijdens de oorlog verhoogd naar 100 stuks 25mm/60. Tijdens het verloop van de oorlog werd hierdoor ook de bemanning aanzienlijk uitgebreid, van 1100 naar 1360. Vanwege de hoge snelheid voor een slagschip, werden de schepen meestal ingezet als escorte voor de vliegdekschepen.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Kongo
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Slagschip
Waterverpl.: standaard 29330 BRT volledig beladen 31000 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 214,60 meter Breedte: 28,90 meter Diepgang: (volledig beladen) 8,70 meter
Aandrijving: Vermogen: 64,000 shp Max. Snelheid: 27,5 knopen 4 schachten geschakelde Parsons (Kongo & Kirishima) of Curtis (Hiei & Haruna) turbines 10 Babcock & Wilcox boilers
Bepantsering: pantsergordel 203 mm dek 42-70 mm barbettes 254 mm torens 267 mm
Bewapening: 8 - 14"/45 M1908 (356 mm) (6x2) 16 - 3"/40 41ste Type 3 - NE-NDO Shiki 80 mm 8 - 13mm/76 AA 2 - 21"(533 mm ) torpedo lanceerinrichtingen 3 vliegtuigen
Bemanning: 1100 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Hiei

De Kongo-klasse slagschepen waren gebaseerd op een Brits ontwerp van Sir G.Thurston voor slagkruisers. De Kongo werd hiertoe, als laatste Japanse oorlogsbodem, buiten Japan en wel in Groot-BrittanniŽ gebouwd. In de loop der jaren zijn alle vier de schepen verscheidene malen gemoderniseerd. De eerste belangrijke verbouwingen vonden eind jaren twintig plaats, toen de slagkruisers werden omgebouwd tot slagschepen. In het midden van de jaren 30 werden de schepen ingrijpend gewijzigd. De lengte werd vergroot naar 225 m, de breedte naar 31,7 m en de diepgang werd 9,8 m. Dit was alles het gevolg van een grote aanpassing in onder andere de bepantsering. Het dekpantser werd verdikt naar 96,5-165mm. De schepen kregen nieuwe boilers, waardoor het vermogen werd verdubbeld naar 136,000 shp. De snelheid nam daardoor toe naar circa 30 knopen en de waterverplaatsing naar circa 36.000 ton. Ook de bewapening werd diverse malen aangepast. De hoofdbewapening bleef qua kaliber hetzelfde, maar werd wel gemoderniseerd. De secundaire bewapening werd gereduceerd tot 4 - 3"/40 M1928, wat bij de Kongo later weer werd verhoogd naar zeven stuks. De 6" wapens werden gereduceerd tot acht stuks terwijl tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens twaalf stuks 5"/40 M1928 werd toegevoegd. Het luchtdoelgeschut werd tijdens de oorlog verhoogd naar 100 stuks 25mm/60. Tijdens het verloop van de oorlog werd hierdoor ook de bemanning aanzienlijk uitgebreid, van 1100 naar 1360. Vanwege de hoge snelheid voor een slagschip, werden de schepen meestal ingezet als escorte voor de vliegdekschepen.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Kongo
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Slagschip
Waterverpl.: standaard 29330 BRT volledig beladen 31000 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 214,60 meter Breedte: 28,90 meter Diepgang: (volledig beladen) 8,70 meter
Aandrijving: Vermogen: 64,000 shp Max. Snelheid: 27,5 knopen 4 schachten geschakelde Parsons (Kongo & Kirishima) of Curtis (Hiei & Haruna) turbines 10 Babcock & Wilcox boilers
Bepantsering: pantsergordel 203 mm dek 42-70 mm barbettes 254 mm torens 267 mm
Bewapening: 8 - 14"/45 M1908 (356 mm) (6x2) 16 - 3"/40 41ste Type 3 - NE-NDO Shiki 80 mm 8 - 13mm/76 AA 2 - 21"(533 mm ) torpedo lanceerinrichtingen 3 vliegtuigen
Bemanning: 1100 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Anson

Vanwege het in 1922 afgesloten Washington Naval Treaty kon Groot-BrittanniŽ tot 1931 maar twee slagschepen bouwen. De enige schepen die in die periode dan ook op stapel werden gezet waren die van de HMS Nelson-klasse. Na enkele eerder mislukte pogingen riepen de Britten een nieuwe conferentie bijeen op 21 januari 1930. Het resultaat was dat de vloten van slagschepen nog verder dienden te worden teruggedrongen en dat er voor 1936 geen nieuwe bouwprogramma's konden worden opgestart. Politieke ontwikkelingen haalden dit akkoord echter snel in. Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ hadden zich vanaf het begin van de jaren 30 alweer gestort op het ontwikkelen en bouwen van grote schepen. De Britse overheid en de Admiraliteit beseften gelukkig snel dat ze nu niet meer konden achterblijven. In 1936 begon men met het opstellen van de benodigde specificaties voor een nieuwe serie slagschepen en in 1937 gingen de ontwerpers aan de slag.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2010

HMS Barham

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beschikte Groot-BrittanniŽ over 12 slagschepen en 3 slagkruisers. Vlak na de Eerste Wereldoorlog bedroeg dit aantal 46. Het Verdrag van Washington, dat in 1921 afgesloten was door de grote marinemogendheden van die tijd om een nieuwe bewapeningswedloop te voorkomen, bepaalde dat er in de jaren `20, 28 Britse slagschepen gesloopt werden. Een viertal andere werd omgebouwd tot vliegdekschip en ťťn werd gebruikt als opleidingsvaartuig. Alleen de vijf schepen van de Queen Elizabeth-klasse en de vijf van de Royal Sovereign-klasse werden aangehouden evenals de slagkruisers HMS Hood, HMS Repulse en HMS Renown. HMS Nelson en HMS Rodney werden als nieuwe slagschepen geÔntroduceerd in 1926.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Duke of York

Vanwege het in 1922 afgesloten Washington Naval Treaty kon Groot-BrittanniŽ tot 1931 maar twee slagschepen bouwen. De enige schepen die in die periode dan ook op stapel werden gezet waren die van de HMS Nelson-klasse. Na enkele eerder mislukte pogingen riepen de Britten een nieuwe conferentie bijeen op 21 januari 1930. Het resultaat was dat de vloten van slagschepen nog verder dienden te worden teruggedrongen en dat er voor 1936 geen nieuwe bouwprogramma's konden worden opgestart. Politieke ontwikkelingen haalden dit akkoord echter snel in. Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ hadden zich vanaf het begin van de jaren 30 alweer gestort op het ontwikkelen en bouwen van grote schepen. De Britse overheid en de Admiraliteit beseften gelukkig snel dat ze nu niet meer konden achterblijven. In 1936 begon men met het opstellen van de benodigde specificaties voor een nieuwe serie slagschepen en in 1937 gingen de ontwerpers aan de slag.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Howe

Vanwege het in 1922 afgesloten Washington Naval Treaty kon Groot-BrittanniŽ tot 1931 maar twee slagschepen bouwen. De enige schepen die in die periode dan ook op stapel werden gezet waren die van de HMS Nelson-klasse. Na enkele eerder mislukte pogingen riepen de Britten een nieuwe conferentie bijeen op 21 januari 1930. Het resultaat was dat de vloten van slagschepen nog verder dienden te worden teruggedrongen en dat er voor 1936 geen nieuwe bouwprogramma's konden worden opgestart. Politieke ontwikkelingen haalden dit akkoord echter snel in. Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ hadden zich vanaf het begin van de jaren 30 alweer gestort op het ontwikkelen en bouwen van grote schepen. De Britse overheid en de Admiraliteit beseften gelukkig snel dat ze nu niet meer konden achterblijven. In 1936 begon men met het opstellen van de benodigde specificaties voor een nieuwe serie slagschepen en in 1937 gingen de ontwerpers aan de slag.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS King George V

Vanwege het in 1922 afgesloten Washington Naval Treaty kon Groot-BrittanniŽ tot 1931 maar twee slagschepen bouwen. De enige schepen die in die periode dan ook op stapel werden gezet waren die van de HMS Nelson-klasse. Na enkele eerder mislukte pogingen riepen de Britten een nieuwe conferentie bijeen op 21 januari 1930. Het resultaat was dat de vloten van slagschepen nog verder dienden te worden teruggedrongen en dat er voor 1936 geen nieuwe bouwprogramma's konden worden opgestart. Politieke ontwikkelingen haalden dit akkoord echter snel in. Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ hadden zich vanaf het begin van de jaren 30 alweer gestort op het ontwikkelen en bouwen van grote schepen. De Britse overheid en de Admiraliteit beseften gelukkig snel dat ze nu niet meer konden achterblijven. In 1936 begon men met het opstellen van de benodigde specificaties voor een nieuwe serie slagschepen en in 1937 gingen de ontwerpers aan de slag.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2010

HMS Malaya

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beschikte Groot-BrittanniŽ over 12 slagschepen en 3 slagkruisers. Vlak na de Eerste Wereldoorlog bedroeg dit aantal 46. Het Verdrag van Washington, dat in 1921 afgesloten was door de grote marinemogendheden van die tijd om een nieuwe bewapeningswedloop te voorkomen, bepaalde dat er in de jaren `20, 28 Britse slagschepen gesloopt werden. Een viertal andere werd omgebouwd tot vliegdekschip en ťťn werd gebruikt als opleidingsvaartuig. Alleen de vijf schepen van de Queen Elizabeth-klasse en de vijf van de Royal Sovereign-klasse werden aangehouden evenals de slagkruisers HMS Hood, HMS Repulse en HMS Renown. HMS Nelson en HMS Rodney werden als nieuwe slagschepen geÔntroduceerd in 1926.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 16 maart 2003

HMS Nelson

De Britse vloot was na de Eerste Wereldoorlog de machtigste ter wereld. Maar zowel Japan als de Verenigde Staten hadden inmiddels schepen op stapel gezet die krachtiger waren dan de grote schepen van de Britse Royal Navy. Hierop gaf Groot-BrittanniŽ op 21 oktober 1921 de opdracht voor de bouw van vier grote slagkruisers en was de bouw van 2 slagschepen van plan in 1923. De vier slagkruisers zouden voorzien worden van 3 torens met daarin 3 lopen van 16,5 inch (later 16 inch), een snelheid van 33 knopen en een waterverplaatsing van rond de 47.200 ton. De geplande twee slagschepen zouden bewapend worden met 3 torens met daarin 3 lopen van 18 inch. De waterverplaatsing zou rond de 48.770 ton zitten.

Deze schepen kwamen echter te vervallen door de ondertekening van het verdrag van Washington dat de scheepssterkte van de landen met een sterke marine aan banden legde.

Omdat Groot-BrittanniŽ als enige geen moderne 16 inch slagschepen bezat mochten er twee gebouwd worden volgens het verdrag van Washington met een maximaal tonnage van 35.360 ton. De Verenigde Staten hadden namelijk wel 16 inch slagschepen met de Colorado-klasse en de Japanners met de Nagato-klasse.

De Britten ontwierpen een moderne klasse van 16 inch geschut, waarbij ze de beste elementen van de eerder ontworpen slagschepen en slagkruisers in het ontwerp meenamen. Dit ontwerp was redelijk uitzonderlijk voor wat betreft de indeling van het schip. Alle drie de 16 inch geschutskoepels aan de voorkant van het schip en de brug werden wat naar achteren geschoven om het schip in lengte zo kort mogelijk te houden. De secundaire bewapening werd meer op het achterschip geconcentreerd en bestond uit zes torens met 2 lopen van 6 inch welke zowel een antischeeps- als een antiluchtdoelrol hadden. Om gewicht te besparen om binnen het vastgestelde tonnage te blijven werden er 2 schroeven gebruikt in plaats van 3. Verder werd er een grote pantsertoren met een bijzondere brug toegepast, iets wat in latere slagschepen van de Amerikaanse Idaho-, Mississippi- en New Mexico-klasse weer terug te zien was. Ook de Franse Dunkerque en Strasbourg waren grotendeels gebaseerd op het ontwerp van de Nelson-klasse. Voor zijn tijd werd er een grote hoeveelheid antiluchtdoelgeschut geplaatst, iets wat vrijwel alle slagschepen uit deze periode in de Tweede Wereldoorlog pijnlijk tekort kwamen.

Het 16 inch geschut bleek later een teleurstelling vergeleken met het succesvolle 15 inch geschut van de Britse Royal Navy. De lopen moesten snel vervangen worden door slijtage en de vuursnelheid was ook niet al te best. Verder was de betrouwbaarheid minder dan de veelgebruikte 15 inch stukken. Pogingen om dit te verbeteren hebben tot weinig verbetering geleid. De derde geschutstoren vanaf de voorkant gezien (toren X genaamd) zorgde bij het vuren voor schade aan de pantsertoren en hierop werd de draaicirkel van deze toren beperkt.

De Nelson-klasse was ondanks wat kleine tekortkomingen toch een zeer krachtige klasse en was beter dan zijn soortgenoten van de andere landen. Beide schepen hebben de oorlog overleefd en deelgenomen aan een groot aantal belangrijke acties.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Prince of Wales

Vanwege het in 1922 afgesloten Washington Naval Treaty kon Groot-BrittanniŽ tot 1931 maar twee slagschepen bouwen. De enige schepen die in die periode dan ook op stapel werden gezet waren die van de HMS Nelson-klasse. Na enkele eerder mislukte pogingen riepen de Britten een nieuwe conferentie bijeen op 21 januari 1930. Het resultaat was dat de vloten van slagschepen nog verder dienden te worden teruggedrongen en dat er voor 1936 geen nieuwe bouwprogramma's konden worden opgestart. Politieke ontwikkelingen haalden dit akkoord echter snel in. Duitsland, Frankrijk en ItaliŽ hadden zich vanaf het begin van de jaren 30 alweer gestort op het ontwikkelen en bouwen van grote schepen. De Britse overheid en de Admiraliteit beseften gelukkig snel dat ze nu niet meer konden achterblijven. In 1936 begon men met het opstellen van de benodigde specificaties voor een nieuwe serie slagschepen en in 1937 gingen de ontwerpers aan de slag.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2010

HMS Queen Elizabeth

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beschikte Groot-BrittanniŽ over 12 slagschepen en 3 slagkruisers. Vlak na de Eerste Wereldoorlog bedroeg dit aantal 46. Het Verdrag van Washington, dat in 1921 afgesloten was door de grote marinemogendheden van die tijd om een nieuwe bewapeningswedloop te voorkomen, bepaalde dat er in de jaren `20, 28 Britse slagschepen gesloopt werden. Een viertal andere werd omgebouwd tot vliegdekschip en ťťn werd gebruikt als opleidingsvaartuig. Alleen de vijf schepen van de Queen Elizabeth-klasse en de vijf van de Royal Sovereign-klasse werden aangehouden evenals de slagkruisers HMS Hood, HMS Repulse en HMS Renown. HMS Nelson en HMS Rodney werden als nieuwe slagschepen geÔntroduceerd in 1926.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 16 maart 2003

HMS Rodney

De Britse vloot was na de Eerste Wereldoorlog de machtigste ter wereld. Maar zowel Japan als de Verenigde Staten hadden inmiddels schepen op stapel gezet die krachtiger waren dan de grote schepen van de Britse Royal Navy. Hierop gaf Groot-BrittanniŽ op 21 oktober 1921 de opdracht voor de bouw van vier grote slagkruisers en was de bouw van 2 slagschepen van plan in 1923. De vier slagkruisers zouden voorzien worden van 3 torens met daarin 3 lopen van 16,5 inch (later 16 inch), een snelheid van 33 knopen en een waterverplaatsing van rond de 47.200 ton. De geplande twee slagschepen zouden bewapend worden met 3 torens met daarin 3 lopen van 18 inch. De waterverplaatsing zou rond de 48.770 ton zitten.

Deze schepen kwamen echter te vervallen door de ondertekening van het verdrag van Washington dat de scheepssterkte van de landen met een sterke marine aan banden legde.

Omdat Groot-BrittanniŽ als enige geen moderne 16 inch slagschepen bezat mochten er twee gebouwd worden volgens het verdrag van Washington met een maximaal tonnage van 35.360 ton. De Verenigde Staten hadden namelijk wel 16 inch slagschepen met de Colorado-klasse en de Japanners met de Nagato-klasse.

De Britten ontwierpen een moderne klasse van 16 inch geschut, waarbij ze de beste elementen van de eerder ontworpen slagschepen en slagkruisers in het ontwerp meenamen. Dit ontwerp was redelijk uitzonderlijk voor wat betreft de indeling van het schip. Alle drie de 16 inch geschutskoepels aan de voorkant van het schip en de brug werden wat naar achteren geschoven om het schip in lengte zo kort mogelijk te houden. De secundaire bewapening werd meer op het achterschip geconcentreerd en bestond uit zes torens met 2 lopen van 6 inch welke zowel een antischeeps- als een antiluchtdoelrol hadden. Om gewicht te besparen om binnen het vastgestelde tonnage te blijven werden er 2 schroeven gebruikt in plaats van 3. Verder werd er een grote pantsertoren met een bijzondere brug toegepast, iets wat in latere slagschepen van de Amerikaanse Idaho-, Mississippi- en New Mexico-klasse weer terug te zien was. Ook de Franse Dunkerque en Strasbourg waren grotendeels gebaseerd op het ontwerp van de Nelson-klasse. Voor zijn tijd werd er een grote hoeveelheid antiluchtdoelgeschut geplaatst, iets wat vrijwel alle slagschepen uit deze periode in de Tweede Wereldoorlog pijnlijk tekort kwamen.

Het 16 inch geschut bleek later een teleurstelling vergeleken met het succesvolle 15 inch geschut van de Britse Royal Navy. De lopen moesten snel vervangen worden door slijtage en de vuursnelheid was ook niet al te best. Verder was de betrouwbaarheid minder dan de veelgebruikte 15 inch stukken. Pogingen om dit te verbeteren hebben tot weinig verbetering geleid. De derde geschutstoren vanaf de voorkant gezien (toren X genaamd) zorgde bij het vuren voor schade aan de pantsertoren en hierop werd de draaicirkel van deze toren beperkt.

De Nelson-klasse was ondanks wat kleine tekortkomingen toch een zeer krachtige klasse en was beter dan zijn soortgenoten van de andere landen. Beide schepen hebben de oorlog overleefd en deelgenomen aan een groot aantal belangrijke acties.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2010

HMS Valiant

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beschikte Groot-BrittanniŽ over 12 slagschepen en 3 slagkruisers. Vlak na de Eerste Wereldoorlog bedroeg dit aantal 46. Het Verdrag van Washington, dat in 1921 afgesloten was door de grote marinemogendheden van die tijd om een nieuwe bewapeningswedloop te voorkomen, bepaalde dat er in de jaren `20, 28 Britse slagschepen gesloopt werden. Een viertal andere werd omgebouwd tot vliegdekschip en ťťn werd gebruikt als opleidingsvaartuig. Alleen de vijf schepen van de Queen Elizabeth-klasse en de vijf van de Royal Sovereign-klasse werden aangehouden evenals de slagkruisers HMS Hood, HMS Repulse en HMS Renown. HMS Nelson en HMS Rodney werden als nieuwe slagschepen geÔntroduceerd in 1926.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2010

HMS Warspite

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog beschikte Groot-BrittanniŽ over 12 slagschepen en 3 slagkruisers. Vlak na de Eerste Wereldoorlog bedroeg dit aantal 46. Het Verdrag van Washington, dat in 1921 afgesloten was door de grote marinemogendheden van die tijd om een nieuwe bewapeningswedloop te voorkomen, bepaalde dat er in de jaren `20, 28 Britse slagschepen gesloopt werden. Een viertal andere werd omgebouwd tot vliegdekschip en ťťn werd gebruikt als opleidingsvaartuig. Alleen de vijf schepen van de Queen Elizabeth-klasse en de vijf van de Royal Sovereign-klasse werden aangehouden evenals de slagkruisers HMS Hood, HMS Repulse en HMS Renown. HMS Nelson en HMS Rodney werden als nieuwe slagschepen geÔntroduceerd in 1926.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 24 december 2015

Japanse slagschepen van de Kawachi-klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Slagschepen van de Kongo-klasse

De Kongo-klasse slagschepen waren gebaseerd op een Brits ontwerp van Sir G.Thurston voor slagkruisers. De Kongo werd hiertoe, als laatste Japanse oorlogsbodem, buiten Japan en wel in Groot-BrittanniŽ gebouwd. In de loop der jaren zijn alle vier de schepen verscheidene malen gemoderniseerd. De eerste belangrijke verbouwingen vonden eind jaren twintig plaats, toen de slagkruisers werden omgebouwd tot slagschepen. In het midden van de jaren 30 werden de schepen ingrijpend gewijzigd. De lengte werd vergroot naar 225 m, de breedte naar 31,7 m en de diepgang werd 9,8 m. Dit was alles het gevolg van een grote aanpassing in onder andere de bepantsering. Het dekpantser werd verdikt naar 96,5-165mm. De schepen kregen nieuwe boilers, waardoor het vermogen werd verdubbeld naar 136,000 shp. De snelheid nam daardoor toe naar circa 30 knopen en de waterverplaatsing naar circa 36.000 ton. Ook de bewapening werd diverse malen aangepast. De hoofdbewapening bleef qua kaliber hetzelfde, maar werd wel gemoderniseerd. De secundaire bewapening werd gereduceerd tot 4 - 3"/40 M1928, wat bij de Kongo later weer werd verhoogd naar zeven stuks. De 6" wapens werden gereduceerd tot acht stuks terwijl tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens twaalf stuks 5"/40 M1928 werd toegevoegd. Het luchtdoelgeschut werd tijdens de oorlog verhoogd naar 100 stuks 25mm/60. Tijdens het verloop van de oorlog werd hierdoor ook de bemanning aanzienlijk uitgebreid, van 1100 naar 1360. Vanwege de hoge snelheid voor een slagschip, werden de schepen meestal ingezet als escorte voor de vliegdekschepen.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Kongo
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Slagschip
Waterverpl.: standaard 29330 BRT volledig beladen 31000 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 214,60 meter Breedte: 28,90 meter Diepgang: (volledig beladen) 8,70 meter
Aandrijving: Vermogen: 64,000 shp Max. Snelheid: 27,5 knopen 4 schachten geschakelde Parsons (Kongo & Kirishima) of Curtis (Hiei & Haruna) turbines 10 Babcock & Wilcox boilers
Bepantsering: pantsergordel 203 mm dek 42-70 mm barbettes 254 mm torens 267 mm
Bewapening: 8 - 14"/45 M1908 (356 mm) (6x2) 16 - 3"/40 41ste Type 3 - NE-NDO Shiki 80 mm 8 - 13mm/76 AA 2 - 21"(533 mm ) torpedo lanceerinrichtingen 3 vliegtuigen
Bemanning: 1100 man

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 maart 2017

Japanse slagschepen van de Yamato-klasse

Tot ongeveer 1870 werden Japanse oorlogsschepen vooral gebouwd ter directe bescherming van de kustlijnen van het Land van de Rijzende Zon. In 1875 besloten de Japanners echter, in navolging van andere belangrijke en invloedrijke mogendheden, over te gaan op een marine met oceaanwaardige schepen. Als vanzelfsprekend wendden zij zich tot de Britten omdat die toentertijd over de grootste technische kennis beschikten betreffende het bouwen van grote oorlogsschepen. De Japanners bestelden een stalen fregat bij de Londense werf Samuda Brothers dat in 1877 in Japanse dienst werd gesteld als Fuso. Het schip voldeed uitstekend en werd de grondlegger van een moderne marine. Om niet alleen in kwaliteit, maar ook in kwantiteit aan hun ambities en verwachtingen te voldoen bestelde de Japanse regering vervolgens oorlogsschepen in zowel Groot-BrittanniŽ als Frankrijk en liet men tevens op eigen bodem schepen op stapel zetten. Twintig jaar later kon de Japanse marine adequaat en geheel zelfstandig het vaderlandse eilandenrijk en de omliggende zeeŽn beschermen.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 24 december 2015

Kawachi

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Kirishima

De Kongo-klasse slagschepen waren gebaseerd op een Brits ontwerp van Sir G.Thurston voor slagkruisers. De Kongo werd hiertoe, als laatste Japanse oorlogsbodem, buiten Japan en wel in Groot-BrittanniŽ gebouwd. In de loop der jaren zijn alle vier de schepen verscheidene malen gemoderniseerd. De eerste belangrijke verbouwingen vonden eind jaren twintig plaats, toen de slagkruisers werden omgebouwd tot slagschepen. In het midden van de jaren 30 werden de schepen ingrijpend gewijzigd. De lengte werd vergroot naar 225 m, de breedte naar 31,7 m en de diepgang werd 9,8 m. Dit was alles het gevolg van een grote aanpassing in onder andere de bepantsering. Het dekpantser werd verdikt naar 96,5-165mm. De schepen kregen nieuwe boilers, waardoor het vermogen werd verdubbeld naar 136,000 shp. De snelheid nam daardoor toe naar circa 30 knopen en de waterverplaatsing naar circa 36.000 ton. Ook de bewapening werd diverse malen aangepast. De hoofdbewapening bleef qua kaliber hetzelfde, maar werd wel gemoderniseerd. De secundaire bewapening werd gereduceerd tot 4 - 3"/40 M1928, wat bij de Kongo later weer werd verhoogd naar zeven stuks. De 6" wapens werden gereduceerd tot acht stuks terwijl tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens twaalf stuks 5"/40 M1928 werd toegevoegd. Het luchtdoelgeschut werd tijdens de oorlog verhoogd naar 100 stuks 25mm/60. Tijdens het verloop van de oorlog werd hierdoor ook de bemanning aanzienlijk uitgebreid, van 1100 naar 1360. Vanwege de hoge snelheid voor een slagschip, werden de schepen meestal ingezet als escorte voor de vliegdekschepen.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Kongo
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Slagschip
Waterverpl.: standaard 29330 BRT volledig beladen 31000 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 214,60 meter Breedte: 28,90 meter Diepgang: (volledig beladen) 8,70 meter
Aandrijving: Vermogen: 64,000 shp Max. Snelheid: 27,5 knopen 4 schachten geschakelde Parsons (Kongo & Kirishima) of Curtis (Hiei & Haruna) turbines 10 Babcock & Wilcox boilers
Bepantsering: pantsergordel 203 mm dek 42-70 mm barbettes 254 mm torens 267 mm
Bewapening: 8 - 14"/45 M1908 (356 mm) (6x2) 16 - 3"/40 41ste Type 3 - NE-NDO Shiki 80 mm 8 - 13mm/76 AA 2 - 21"(533 mm ) torpedo lanceerinrichtingen 3 vliegtuigen
Bemanning: 1100 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Kongo

De Kongo-klasse slagschepen waren gebaseerd op een Brits ontwerp van Sir G.Thurston voor slagkruisers. De Kongo werd hiertoe, als laatste Japanse oorlogsbodem, buiten Japan en wel in Groot-BrittanniŽ gebouwd. In de loop der jaren zijn alle vier de schepen verscheidene malen gemoderniseerd. De eerste belangrijke verbouwingen vonden eind jaren twintig plaats, toen de slagkruisers werden omgebouwd tot slagschepen. In het midden van de jaren 30 werden de schepen ingrijpend gewijzigd. De lengte werd vergroot naar 225 m, de breedte naar 31,7 m en de diepgang werd 9,8 m. Dit was alles het gevolg van een grote aanpassing in onder andere de bepantsering. Het dekpantser werd verdikt naar 96,5-165mm. De schepen kregen nieuwe boilers, waardoor het vermogen werd verdubbeld naar 136,000 shp. De snelheid nam daardoor toe naar circa 30 knopen en de waterverplaatsing naar circa 36.000 ton. Ook de bewapening werd diverse malen aangepast. De hoofdbewapening bleef qua kaliber hetzelfde, maar werd wel gemoderniseerd. De secundaire bewapening werd gereduceerd tot 4 - 3"/40 M1928, wat bij de Kongo later weer werd verhoogd naar zeven stuks. De 6" wapens werden gereduceerd tot acht stuks terwijl tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens twaalf stuks 5"/40 M1928 werd toegevoegd. Het luchtdoelgeschut werd tijdens de oorlog verhoogd naar 100 stuks 25mm/60. Tijdens het verloop van de oorlog werd hierdoor ook de bemanning aanzienlijk uitgebreid, van 1100 naar 1360. Vanwege de hoge snelheid voor een slagschip, werden de schepen meestal ingezet als escorte voor de vliegdekschepen.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Kongo
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Slagschip
Waterverpl.: standaard 29330 BRT volledig beladen 31000 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 214,60 meter Breedte: 28,90 meter Diepgang: (volledig beladen) 8,70 meter
Aandrijving: Vermogen: 64,000 shp Max. Snelheid: 27,5 knopen 4 schachten geschakelde Parsons (Kongo & Kirishima) of Curtis (Hiei & Haruna) turbines 10 Babcock & Wilcox boilers
Bepantsering: pantsergordel 203 mm dek 42-70 mm barbettes 254 mm torens 267 mm
Bewapening: 8 - 14"/45 M1908 (356 mm) (6x2) 16 - 3"/40 41ste Type 3 - NE-NDO Shiki 80 mm 8 - 13mm/76 AA 2 - 21"(533 mm ) torpedo lanceerinrichtingen 3 vliegtuigen
Bemanning: 1100 man

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 maart 2017

Musashi

Tot ongeveer 1870 werden Japanse oorlogsschepen vooral gebouwd ter directe bescherming van de kustlijnen van het Land van de Rijzende Zon. In 1875 besloten de Japanners echter, in navolging van andere belangrijke en invloedrijke mogendheden, over te gaan op een marine met oceaanwaardige schepen. Als vanzelfsprekend wendden zij zich tot de Britten omdat die toentertijd over de grootste technische kennis beschikten betreffende het bouwen van grote oorlogsschepen. De Japanners bestelden een stalen fregat bij de Londense werf Samuda Brothers dat in 1877 in Japanse dienst werd gesteld als Fuso. Het schip voldeed uitstekend en werd de grondlegger van een moderne marine. Om niet alleen in kwaliteit, maar ook in kwantiteit aan hun ambities en verwachtingen te voldoen bestelde de Japanse regering vervolgens oorlogsschepen in zowel Groot-BrittanniŽ als Frankrijk en liet men tevens op eigen bodem schepen op stapel zetten. Twintig jaar later kon de Japanse marine adequaat en geheel zelfstandig het vaderlandse eilandenrijk en de omliggende zeeŽn beschermen.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 19 februari 2005

Scharnhorst

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Duitse marine enorm verkleind. Het enige wat de Duitsers mochten houden waren zes oude slagschepen uit de periode van voor de dreadnoughts, zes oude lichte kruisers en 24 torpedoboten. Deze schepen waren in de Eerste Wereldoorlog al verouderd en dus moesten er na de oorlog snel nieuwe schepen gebouwd worden. Er was echter erg weinig geld beschikbaar voor nieuwe schepen omdat Duitsland veel herstelbetalingen moest doen. De geallieerden hadden ook beperkingen aan de nieuw te bouwen schepen gesteld: ze mochten niet meer dan 10.000 ton meten en het kaliber hoofdbewapening mocht maximaal 28 cm zijn.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 24 december 2015

Settsu

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 maart 2017

Shinano

Tot ongeveer 1870 werden Japanse oorlogsschepen vooral gebouwd ter directe bescherming van de kustlijnen van het Land van de Rijzende Zon. In 1875 besloten de Japanners echter, in navolging van andere belangrijke en invloedrijke mogendheden, over te gaan op een marine met oceaanwaardige schepen. Als vanzelfsprekend wendden zij zich tot de Britten omdat die toentertijd over de grootste technische kennis beschikten betreffende het bouwen van grote oorlogsschepen. De Japanners bestelden een stalen fregat bij de Londense werf Samuda Brothers dat in 1877 in Japanse dienst werd gesteld als Fuso. Het schip voldeed uitstekend en werd de grondlegger van een moderne marine. Om niet alleen in kwaliteit, maar ook in kwantiteit aan hun ambities en verwachtingen te voldoen bestelde de Japanse regering vervolgens oorlogsschepen in zowel Groot-BrittanniŽ als Frankrijk en liet men tevens op eigen bodem schepen op stapel zetten. Twintig jaar later kon de Japanse marine adequaat en geheel zelfstandig het vaderlandse eilandenrijk en de omliggende zeeŽn beschermen.

  • Artikel door Auke de Vlieger
  • Geplaatst op 19 februari 2005

Slagschepen van de Scharnhorst-klasse

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Duitse marine enorm verkleind. Het enige wat de Duitsers mochten houden waren zes oude slagschepen uit de periode van voor de dreadnoughts, zes oude lichte kruisers en 24 torpedoboten. Deze schepen waren in de Eerste Wereldoorlog al verouderd en dus moesten er na de oorlog snel nieuwe schepen gebouwd worden. Er was echter erg weinig geld beschikbaar voor nieuwe schepen omdat Duitsland veel herstelbetalingen moest doen. De geallieerden hadden ook beperkingen aan de nieuw te bouwen schepen gesteld: ze mochten niet meer dan 10.000 ton meten en het kaliber hoofdbewapening mocht maximaal 28 cm zijn.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 10 maart 2003

Tirpitz

Het ontwerp van Bismarck-klasse stamde al vanaf 1934, bestaande uit een 35.000 tons pantserschip met 8 38 cm lopen. Echter door de constructie van de Franse Dunkerque-klasse werd het ontwerp aangepast, en werd het geherclassificeerd als slagschip. Het ontwerp stamde deels af van de Duitse WO I Baden-klasse. Het zou oorspronkelijk binnen de verdragen van Washington en Londen vallen, echter door het kiezen van acht lopen van 38 cm werden de maximale tonnages van deze verdragen grof overschreden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 februari 2013

USS Alabama

De Amerikaanse slagschepen van de South Dakota-klasse, USS South Dakota, USS Indiana, USS Massachusetts en USS Alabama vormden een klasse snelle slagschepen, die eind jaren `30 ontworpen werd onder de beperkingen van de vlootverdragen van Washington en Londen. In vergelijking met de voorgaande North Carolina-klasse, waren de vier slagschepen van de South Dakota-klasse compacter en beter bepantserd, maar beschikten over dezelfde primaire bewapening van 3 x 3 41cm 45-kaliber kanonnen. De twee klassen schepen leken daarom veel op elkaar, maar konden eenvoudig onderscheiden worden doordat de beide schepen van de North Carolina-klasse twee schoorstenen hadden en die van de South Dakota-klasse slechts ťťn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 december 2011

USS Arizona

De Amerikaanse slagschepen van de Pennsylvania-klasse, USS Pennsylvania en USS Arizona, die in 1916 in dienst werden gesteld, waren een vergrote versie van de voorgaande Nevada-klasse. Zij behielden de 35,5cm Mk 2 kanonnen als primaire bewapening, maar het aantal werd met nog eens twee uitgebreid door gebruik te maken van vier drielingtorens, twee op het voorschip en twee op het achterschip. Dit was een reactie op de Japanse slagschepen Fuso en Yamashiro, die op dat moment gebouwd werden en eveneens over twaalf 35,5cm kanonnen beschikten. De ontwerpers van het Bureau of Ordnance van de US Navy hadden het automatiseren van het laadsysteem van de granaten en kruitzakken verbeterd, maar de kanonnen hadden slechts een elevatiehoek van 15 graden en een maximaal bereik van 19.000 meter. Voor elk kanon beschikten de slagschepen standaard over 100 granaten.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 27 september 2011

USS Arkansas

De Japanse aanval op Pearl Harbor, de basis van de US Pacific Fleet in HawaÔ, was de directe reden voor de Verenigde Staten om zich actief te mengen in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks deze late intrede in het wereldwijde conflict, of misschien wel juist daardoor, beschikte de Verenigde Staten eind 1941 al over 19 slagschepen waarvan er 17 op dat moment als zodanig ingezet konden worden. Het uit 1910 stammende slagschip van de Florida-klasse USS Utah, was in gebruik als radiografisch bestuurbaar doelschip en de naamgever van de uit 1911 stammende Wyoming-klasse was in gebruik als opleidingsschip.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 februari 2012

USS California

De beide slagschepen van de Tennessee-klasse, USS Tennessee en USS California, waren een licht verbeterde versie van de New Mexico-klasse slagschepen, die bestond uit USS New Mexico, USS Mississippi en USS Idaho. Het ontwerp van de nieuwe klasse werd in 1916, na de Slag bij Jutland, aangepast. Tijdens die slag, die van 31 mei tot 1 juni 1916 uitgevochten werd door de Royal Navy en de Keizerlijke Duitse Marine bij Jutland, Denemarken, bleek dat slagschepen en slagkruisers kwetsbaar waren onder de waterlijn en op de hoofddekken. Daarom kregen de Tennessee-klasse slagschepen meer onderwater- en dekbepantsering. Verder werd afgezien van de opstelling van secondaire kanonnen in kazematopstellingen in de scheepswand. Bij de vorige klassen was gebleken dat de kanonnen in deze opstellingen veel zeewater over kregen en daardoor op volle zee nauwelijks gebruikt konden worden. Alle 12,5cm secondaire kanonnen werden daarom in of op de bovenbouw geplaatst. Hierdoor werden de buitenwanden van de slagschepen meer gestroomlijnd en waren zij minder gevoelig voor corrosie.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 april 2012

USS Colorado

Het ontwerp van de vier slagschepen van de Colorado-klasse was gebaseerd op dat van de voorgaande Tennessee-klasse. In feite werden er maar drie grote verbeteringen doorgevoerd bij de nieuwe slagschepen ten opzichte van USS Tennessee en USS California. Ten eerste werden USS Colorado, USS Maryland, de Washington en USS West Virginia uitgerust met acht 41cm 45-kaliber kanonnen in plaats van twaalf 35,5cm 50-kaliber kanonnen. Dit werd gedaan omdat de Japanse slagschepen van de Nagato-klasse eveneens uitgerust waren met 41cm kanonnen. Het tweede belangrijke verschil met de Tennessee-klasse werd de onderwaterbescherming tegen torpedo`s. Deze bestond uit vijf lagen waarvan de buitenste leeg was, de drie volgende lagen gevuld waren met olie en water en de binnenste laag weer leeg was. Op deze wijze moest de kracht van een exploderende torpedo geabsorbeerd worden door de verschillende lagen. Als laatste innovatie werden de acht Babcock & Wilcox of Bureau Express ketels per vier aan stuurboord en bakboord van de turbo-elektrische machine-installatie geplaatst in plaats van bij elkaar in ťťn enkele ketelruimte. Hierdoor werd de kans verkleind dat het schip stil kwam te liggen door een enkele ongelukkige treffer in die ketelruimte.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 3 januari 2012

USS Idaho

De Amerikaanse slagschepen van de New Mexico-klasse, die in 1914 besteld werden, waren een licht verbeterde versie van de voorgaande Pennsylvania-klasse die bestond uit USS Pennsylvania en USS Arizona. De US Navy had graag een geheel nieuw ontwerp door willen voeren met twaalf 40,5cm kanonnen, maar de Secretary of Navy, Josephus Daniels, weigerde om een dergelijk ambitieus plan te financieren. Dit betekende niet dat er helemaal geen ruimte was om verbeteringen door te voeren aan de nieuwe klasse slagschepen, die oorspronkelijk zou bestaan uit de USS New Mexico en de USS Mississippi. Door de verkoop van twee verouderde slagschepen, Mississippi (BB-23) en Idaho (BB-24), aan Griekenland kwam er geld vrij voor de aanbesteding van een derde New Mexico-class battleship, USS Idaho.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 februari 2013

USS Indiana

De Amerikaanse slagschepen van de South Dakota-klasse, USS South Dakota, USS Indiana, USS Massachusetts en USS Alabama vormden een klasse snelle slagschepen, die eind jaren `30 ontworpen werd onder de beperkingen van de vlootverdragen van Washington en Londen. In vergelijking met de voorgaande North Carolina-klasse, waren de vier slagschepen van de South Dakota-klasse compacter en beter bepantserd, maar beschikten over dezelfde primaire bewapening van 3 x 3 41cm 45-kaliber kanonnen. De twee klassen schepen leken daarom veel op elkaar, maar konden eenvoudig onderscheiden worden doordat de beide schepen van de North Carolina-klasse twee schoorstenen hadden en die van de South Dakota-klasse slechts ťťn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2013

USS Iowa

De Amerikaanse slagschepen van de Iowa-klasse, USS Iowa, USS New Jersey, USS Missouri en USS Wisconsin, waren de opvolgers van de South Dakota-klasse en de laatste klasse slagschepen die voor de US Navy gebouwd werd. Het ontwerp kwam voort uit de wens van de Amerikaanse marine om een snelle klasse slagschepen te bouwen met een standaard waterverplaatsing van 45.000 ton. De interesse voor deze specifieke waterverplaatsing werd in 1937 aangewakkerd door de mogelijkheid dat Japan de afspraken van het Tweede Vlootverdrag van Londen, dat op 25 maart 1936 ondertekend werd door de maritieme grootheden, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ, niet na zou komen. In het verdrag zat een clausule die bepaalde dat als ťťn van de aangesloten landen de maximale waterverplaatsing van nieuwe slagschepen van 35.000 ton niet zou respecteren, deze opgeschroefd zou worden tot 45.000 ton. Deze extra 10.000 ton hadden de Amerikaanse ontwerpers nodig om een snellere versie van de South Dakota-klasse te bouwen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 april 2012

USS Maryland

Het ontwerp van de vier slagschepen van de Colorado-klasse was gebaseerd op dat van de voorgaande Tennessee-klasse. In feite werden er maar drie grote verbeteringen doorgevoerd bij de nieuwe slagschepen ten opzichte van USS Tennessee en USS California. Ten eerste werden USS Colorado, USS Maryland, de Washington en USS West Virginia uitgerust met acht 41cm 45-kaliber kanonnen in plaats van twaalf 35,5cm 50-kaliber kanonnen. Dit werd gedaan omdat de Japanse slagschepen van de Nagato-klasse eveneens uitgerust waren met 41cm kanonnen. Het tweede belangrijke verschil met de Tennessee-klasse werd de onderwaterbescherming tegen torpedo`s. Deze bestond uit vijf lagen waarvan de buitenste leeg was, de drie volgende lagen gevuld waren met olie en water en de binnenste laag weer leeg was. Op deze wijze moest de kracht van een exploderende torpedo geabsorbeerd worden door de verschillende lagen. Als laatste innovatie werden de acht Babcock & Wilcox of Bureau Express ketels per vier aan stuurboord en bakboord van de turbo-elektrische machine-installatie geplaatst in plaats van bij elkaar in ťťn enkele ketelruimte. Hierdoor werd de kans verkleind dat het schip stil kwam te liggen door een enkele ongelukkige treffer in die ketelruimte.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 februari 2013

USS Massachusetts

De Amerikaanse slagschepen van de South Dakota-klasse, USS South Dakota, USS Indiana, USS Massachusetts en USS Alabama vormden een klasse snelle slagschepen, die eind jaren `30 ontworpen werd onder de beperkingen van de vlootverdragen van Washington en Londen. In vergelijking met de voorgaande North Carolina-klasse, waren de vier slagschepen van de South Dakota-klasse compacter en beter bepantserd, maar beschikten over dezelfde primaire bewapening van 3 x 3 41cm 45-kaliber kanonnen. De twee klassen schepen leken daarom veel op elkaar, maar konden eenvoudig onderscheiden worden doordat de beide schepen van de North Carolina-klasse twee schoorstenen hadden en die van de South Dakota-klasse slechts ťťn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 3 januari 2012

USS Mississippi

De Amerikaanse slagschepen van de New Mexico-klasse, die in 1914 besteld werden, waren een licht verbeterde versie van de voorgaande Pennsylvania-klasse die bestond uit USS Pennsylvania en USS Arizona. De US Navy had graag een geheel nieuw ontwerp door willen voeren met twaalf 40,5cm kanonnen, maar de Secretary of Navy, Josephus Daniels, weigerde om een dergelijk ambitieus plan te financieren. Dit betekende niet dat er helemaal geen ruimte was om verbeteringen door te voeren aan de nieuwe klasse slagschepen, die oorspronkelijk zou bestaan uit de USS New Mexico en de USS Mississippi. Door de verkoop van twee verouderde slagschepen, Mississippi (BB-23) en Idaho (BB-24), aan Griekenland kwam er geld vrij voor de aanbesteding van een derde New Mexico-class battleship, USS Idaho.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2013

USS Missouri

De Amerikaanse slagschepen van de Iowa-klasse, USS Iowa, USS New Jersey, USS Missouri en USS Wisconsin, waren de opvolgers van de South Dakota-klasse en de laatste klasse slagschepen die voor de US Navy gebouwd werd. Het ontwerp kwam voort uit de wens van de Amerikaanse marine om een snelle klasse slagschepen te bouwen met een standaard waterverplaatsing van 45.000 ton. De interesse voor deze specifieke waterverplaatsing werd in 1937 aangewakkerd door de mogelijkheid dat Japan de afspraken van het Tweede Vlootverdrag van Londen, dat op 25 maart 1936 ondertekend werd door de maritieme grootheden, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ, niet na zou komen. In het verdrag zat een clausule die bepaalde dat als ťťn van de aangesloten landen de maximale waterverplaatsing van nieuwe slagschepen van 35.000 ton niet zou respecteren, deze opgeschroefd zou worden tot 45.000 ton. Deze extra 10.000 ton hadden de Amerikaanse ontwerpers nodig om een snellere versie van de South Dakota-klasse te bouwen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 november 2011

USS Nevada

De Amerikaanse slagschepen van de Nevada-klasse, USS Nevada en USS Oklahoma, waren een doorontwikkeling van de New York-klasse. Met het ontwerp van de Nevada en de Oklahoma startte een nieuw tijdperk in de constructie van Amerikaanse slagschepen. De Nevada-klasse slagschepen hadden veel zwaardere bepantsering op de belangrijkste delen zoals de gordel, munitiemagazijnen, machinekamers, commandotoren en geschutskoepels, dan hun voorgangers, maar over de andere delen helemaal geen bepantsering. Dit zogenaamde alles of niets concept betekende dat bijvoorbeeld de dekken niet beschermd waren. Dit was logisch omdat de slagschepen nog voor de Eerste Wereldoorlog ontworpen werden. De dreiging van vijandelijke vliegtuigen was vrijwel onbekend en het grootste gevaar voor een slagschip kwam van onderzeeboten, mijnen en andere slagschepen. Door dit concept bleef de totale waterverplaatsing van de Nevada-klasse slagschepen ongeveer even groot als die van de New York-klasse terwijl het totale gewicht aan pantserplaten bijna 40 procent groter was. De gewichtsbesparing zat in de constructie van de slagschepen die door lichter, maar harder staal en betere las- en klinktechnieken gerealiseerd kon worden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2013

USS New Jersey

De Amerikaanse slagschepen van de Iowa-klasse, USS Iowa, USS New Jersey, USS Missouri en USS Wisconsin, waren de opvolgers van de South Dakota-klasse en de laatste klasse slagschepen die voor de US Navy gebouwd werd. Het ontwerp kwam voort uit de wens van de Amerikaanse marine om een snelle klasse slagschepen te bouwen met een standaard waterverplaatsing van 45.000 ton. De interesse voor deze specifieke waterverplaatsing werd in 1937 aangewakkerd door de mogelijkheid dat Japan de afspraken van het Tweede Vlootverdrag van Londen, dat op 25 maart 1936 ondertekend werd door de maritieme grootheden, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ, niet na zou komen. In het verdrag zat een clausule die bepaalde dat als ťťn van de aangesloten landen de maximale waterverplaatsing van nieuwe slagschepen van 35.000 ton niet zou respecteren, deze opgeschroefd zou worden tot 45.000 ton. Deze extra 10.000 ton hadden de Amerikaanse ontwerpers nodig om een snellere versie van de South Dakota-klasse te bouwen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 3 januari 2012

USS New Mexico

De Amerikaanse slagschepen van de New Mexico-klasse, die in 1914 besteld werden, waren een licht verbeterde versie van de voorgaande Pennsylvania-klasse die bestond uit USS Pennsylvania en USS Arizona. De US Navy had graag een geheel nieuw ontwerp door willen voeren met twaalf 40,5cm kanonnen, maar de Secretary of Navy, Josephus Daniels, weigerde om een dergelijk ambitieus plan te financieren. Dit betekende niet dat er helemaal geen ruimte was om verbeteringen door te voeren aan de nieuwe klasse slagschepen, die oorspronkelijk zou bestaan uit de USS New Mexico en de USS Mississippi. Door de verkoop van twee verouderde slagschepen, Mississippi (BB-23) en Idaho (BB-24), aan Griekenland kwam er geld vrij voor de aanbesteding van een derde New Mexico-class battleship, USS Idaho.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 25 oktober 2011

USS New York

De beide Amerikaanse slagschepen van de New York-klasse waren een doorontwikkeling van de beide slagschepen van de Wyoming-klasse, USS Wyoming en USS Arkansas. De US Navy wilde de primaire bewapening van de USS New York en USS Texas uitbreiden en de schepen uitrusten met zeven dubbele 30,5cm torens wat ten opzichte van de Wyoming en de Arkansas een verlenging van de schepen zou betekenen. Dit was voor de ontwerpers van voor de Eerste Wereldoorlog niet mogelijk dus werden er alternatieven onderzocht. Het eerste alternatief was een opstelling van vijf 30,5cm drielingtorens, maar hierdoor zouden de schepen te breed worden. Bovendien stond de ontwikkeling van de drielingtoren nog in de kinderschoenen. Daarom werd een tweede alternatief toegepast: tien 35,5cm kanonnen in vijf tweelingopstellingen. Dit kaliber kanonnen zou later ook toegepast worden op de slagschepen van de Nevada-klasse, Pennsylvania-klasse en New Mexico-klasse. De 35,5cm kanonnen werden in 1910 ontworpen en getest door het Bureau of Ordnance van de Amerikaanse marine, een organisatie die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling, aanschaf en opslag van Amerikaans scheepsgeschut. De kanonnen bleken uitstekend te functioneren.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 januari 2013

USS North Carolina

De Amerikaanse slagschepen van de North Carolina-klasse, USS North Carolina en USS Washington, waren de eerste nieuwe slagschepen van de US Navy die opgeleverd werden na het Vlootverdrag van Washington. Dit verdrag werd op 6 februari 1922 ondertekend door de maritieme grootheden Japan, ItaliŽ, Frankrijk, Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten om de wapenwedloop op maritiem gebied een halt toe te roepen. Dit verdrag hield onder andere in dat de Verenigde Staten een totaal tonnage van 525.000 ton aan slagschepen en slagkruisers mocht bezitten en dat oudere slagschepen pas vervangen mochten worden nadat zij twintig jaar oud waren. Door deze afspraken was de Amerikaanse marine genoodzaakt ťťn van de nieuwe Colorado-klasse slagschepen, de Washington (BB-47), te slopen en kon men bovendien geen nieuwe slagschepen op stapel zetten. Halverwege de jaren `30 van de vorige eeuw was de US Navy zover dat een aantal oudere slagschepen vervangen kon worden. Dit zouden dan de slagschepen van de Wyoming-klasse en New York-klasse zijn. Op 25 maart 1936 werd echter het Tweede Vlootverdrag van Londen (het Eerste Vlootverdrag van Londen was op 22 april 1930 ondertekend) van kracht dat door dezelfde partijen was ondertekend als het Vlootverdrag van Washington. De belangrijkste overeenkomst van dit nieuwe verdrag was dat geen enkel oorlogsschip een grotere standaard waterverplaatsing mocht hebben dan 35.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 november 2011

USS Oklahoma

De Amerikaanse slagschepen van de Nevada-klasse, USS Nevada en USS Oklahoma, waren een doorontwikkeling van de New York-klasse. Met het ontwerp van de Nevada en de Oklahoma startte een nieuw tijdperk in de constructie van Amerikaanse slagschepen. De Nevada-klasse slagschepen hadden veel zwaardere bepantsering op de belangrijkste delen zoals de gordel, munitiemagazijnen, machinekamers, commandotoren en geschutskoepels, dan hun voorgangers, maar over de andere delen helemaal geen bepantsering. Dit zogenaamde alles of niets concept betekende dat bijvoorbeeld de dekken niet beschermd waren. Dit was logisch omdat de slagschepen nog voor de Eerste Wereldoorlog ontworpen werden. De dreiging van vijandelijke vliegtuigen was vrijwel onbekend en het grootste gevaar voor een slagschip kwam van onderzeeboten, mijnen en andere slagschepen. Door dit concept bleef de totale waterverplaatsing van de Nevada-klasse slagschepen ongeveer even groot als die van de New York-klasse terwijl het totale gewicht aan pantserplaten bijna 40 procent groter was. De gewichtsbesparing zat in de constructie van de slagschepen die door lichter, maar harder staal en betere las- en klinktechnieken gerealiseerd kon worden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 december 2011

USS Pennsylvania

De Amerikaanse slagschepen van de Pennsylvania-klasse, USS Pennsylvania en USS Arizona, die in 1916 in dienst werden gesteld, waren een vergrote versie van de voorgaande Nevada-klasse. Zij behielden de 35,5cm Mk 2 kanonnen als primaire bewapening, maar het aantal werd met nog eens twee uitgebreid door gebruik te maken van vier drielingtorens, twee op het voorschip en twee op het achterschip. Dit was een reactie op de Japanse slagschepen Fuso en Yamashiro, die op dat moment gebouwd werden en eveneens over twaalf 35,5cm kanonnen beschikten. De ontwerpers van het Bureau of Ordnance van de US Navy hadden het automatiseren van het laadsysteem van de granaten en kruitzakken verbeterd, maar de kanonnen hadden slechts een elevatiehoek van 15 graden en een maximaal bereik van 19.000 meter. Voor elk kanon beschikten de slagschepen standaard over 100 granaten.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 februari 2013

USS South Dakota

De Amerikaanse slagschepen van de South Dakota-klasse, USS South Dakota, USS Indiana, USS Massachusetts en USS Alabama vormden een klasse snelle slagschepen, die eind jaren `30 ontworpen werd onder de beperkingen van de vlootverdragen van Washington en Londen. In vergelijking met de voorgaande North Carolina-klasse, waren de vier slagschepen van de South Dakota-klasse compacter en beter bepantserd, maar beschikten over dezelfde primaire bewapening van 3 x 3 41cm 45-kaliber kanonnen. De twee klassen schepen leken daarom veel op elkaar, maar konden eenvoudig onderscheiden worden doordat de beide schepen van de North Carolina-klasse twee schoorstenen hadden en die van de South Dakota-klasse slechts ťťn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 februari 2012

USS Tennessee

De beide slagschepen van de Tennessee-klasse, USS Tennessee en USS California, waren een licht verbeterde versie van de New Mexico-klasse slagschepen, die bestond uit USS New Mexico, USS Mississippi en USS Idaho. Het ontwerp van de nieuwe klasse werd in 1916, na de Slag bij Jutland, aangepast. Tijdens die slag, die van 31 mei tot 1 juni 1916 uitgevochten werd door de Royal Navy en de Keizerlijke Duitse Marine bij Jutland, Denemarken, bleek dat slagschepen en slagkruisers kwetsbaar waren onder de waterlijn en op de hoofddekken. Daarom kregen de Tennessee-klasse slagschepen meer onderwater- en dekbepantsering. Verder werd afgezien van de opstelling van secondaire kanonnen in kazematopstellingen in de scheepswand. Bij de vorige klassen was gebleken dat de kanonnen in deze opstellingen veel zeewater over kregen en daardoor op volle zee nauwelijks gebruikt konden worden. Alle 12,5cm secondaire kanonnen werden daarom in of op de bovenbouw geplaatst. Hierdoor werden de buitenwanden van de slagschepen meer gestroomlijnd en waren zij minder gevoelig voor corrosie.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 25 oktober 2011

USS Texas

De beide Amerikaanse slagschepen van de New York-klasse waren een doorontwikkeling van de beide slagschepen van de Wyoming-klasse, USS Wyoming en USS Arkansas. De US Navy wilde de primaire bewapening van de USS New York en USS Texas uitbreiden en de schepen uitrusten met zeven dubbele 30,5cm torens wat ten opzichte van de Wyoming en de Arkansas een verlenging van de schepen zou betekenen. Dit was voor de ontwerpers van voor de Eerste Wereldoorlog niet mogelijk dus werden er alternatieven onderzocht. Het eerste alternatief was een opstelling van vijf 30,5cm drielingtorens, maar hierdoor zouden de schepen te breed worden. Bovendien stond de ontwikkeling van de drielingtoren nog in de kinderschoenen. Daarom werd een tweede alternatief toegepast: tien 35,5cm kanonnen in vijf tweelingopstellingen. Dit kaliber kanonnen zou later ook toegepast worden op de slagschepen van de Nevada-klasse, Pennsylvania-klasse en New Mexico-klasse. De 35,5cm kanonnen werden in 1910 ontworpen en getest door het Bureau of Ordnance van de Amerikaanse marine, een organisatie die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling, aanschaf en opslag van Amerikaans scheepsgeschut. De kanonnen bleken uitstekend te functioneren.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 januari 2013

USS Washington

De Amerikaanse slagschepen van de North Carolina-klasse, USS North Carolina en USS Washington, waren de eerste nieuwe slagschepen van de US Navy die opgeleverd werden na het Vlootverdrag van Washington. Dit verdrag werd op 6 februari 1922 ondertekend door de maritieme grootheden Japan, ItaliŽ, Frankrijk, Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten om de wapenwedloop op maritiem gebied een halt toe te roepen. Dit verdrag hield onder andere in dat de Verenigde Staten een totaal tonnage van 525.000 ton aan slagschepen en slagkruisers mocht bezitten en dat oudere slagschepen pas vervangen mochten worden nadat zij twintig jaar oud waren. Door deze afspraken was de Amerikaanse marine genoodzaakt ťťn van de nieuwe Colorado-klasse slagschepen, de Washington (BB-47), te slopen en kon men bovendien geen nieuwe slagschepen op stapel zetten. Halverwege de jaren `30 van de vorige eeuw was de US Navy zover dat een aantal oudere slagschepen vervangen kon worden. Dit zouden dan de slagschepen van de Wyoming-klasse en New York-klasse zijn. Op 25 maart 1936 werd echter het Tweede Vlootverdrag van Londen (het Eerste Vlootverdrag van Londen was op 22 april 1930 ondertekend) van kracht dat door dezelfde partijen was ondertekend als het Vlootverdrag van Washington. De belangrijkste overeenkomst van dit nieuwe verdrag was dat geen enkel oorlogsschip een grotere standaard waterverplaatsing mocht hebben dan 35.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 april 2012

USS West Virginia

Het ontwerp van de vier slagschepen van de Colorado-klasse was gebaseerd op dat van de voorgaande Tennessee-klasse. In feite werden er maar drie grote verbeteringen doorgevoerd bij de nieuwe slagschepen ten opzichte van USS Tennessee en USS California. Ten eerste werden USS Colorado, USS Maryland, de Washington en USS West Virginia uitgerust met acht 41cm 45-kaliber kanonnen in plaats van twaalf 35,5cm 50-kaliber kanonnen. Dit werd gedaan omdat de Japanse slagschepen van de Nagato-klasse eveneens uitgerust waren met 41cm kanonnen. Het tweede belangrijke verschil met de Tennessee-klasse werd de onderwaterbescherming tegen torpedo`s. Deze bestond uit vijf lagen waarvan de buitenste leeg was, de drie volgende lagen gevuld waren met olie en water en de binnenste laag weer leeg was. Op deze wijze moest de kracht van een exploderende torpedo geabsorbeerd worden door de verschillende lagen. Als laatste innovatie werden de acht Babcock & Wilcox of Bureau Express ketels per vier aan stuurboord en bakboord van de turbo-elektrische machine-installatie geplaatst in plaats van bij elkaar in ťťn enkele ketelruimte. Hierdoor werd de kans verkleind dat het schip stil kwam te liggen door een enkele ongelukkige treffer in die ketelruimte.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2013

USS Wisconsin

De Amerikaanse slagschepen van de Iowa-klasse, USS Iowa, USS New Jersey, USS Missouri en USS Wisconsin, waren de opvolgers van de South Dakota-klasse en de laatste klasse slagschepen die voor de US Navy gebouwd werd. Het ontwerp kwam voort uit de wens van de Amerikaanse marine om een snelle klasse slagschepen te bouwen met een standaard waterverplaatsing van 45.000 ton. De interesse voor deze specifieke waterverplaatsing werd in 1937 aangewakkerd door de mogelijkheid dat Japan de afspraken van het Tweede Vlootverdrag van Londen, dat op 25 maart 1936 ondertekend werd door de maritieme grootheden, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ, niet na zou komen. In het verdrag zat een clausule die bepaalde dat als ťťn van de aangesloten landen de maximale waterverplaatsing van nieuwe slagschepen van 35.000 ton niet zou respecteren, deze opgeschroefd zou worden tot 45.000 ton. Deze extra 10.000 ton hadden de Amerikaanse ontwerpers nodig om een snellere versie van de South Dakota-klasse te bouwen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 27 september 2011

USS Wyoming

De Japanse aanval op Pearl Harbor, de basis van de US Pacific Fleet in HawaÔ, was de directe reden voor de Verenigde Staten om zich actief te mengen in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks deze late intrede in het wereldwijde conflict, of misschien wel juist daardoor, beschikte de Verenigde Staten eind 1941 al over 19 slagschepen waarvan er 17 op dat moment als zodanig ingezet konden worden. Het uit 1910 stammende slagschip van de Florida-klasse USS Utah, was in gebruik als radiografisch bestuurbaar doelschip en de naamgever van de uit 1911 stammende Wyoming-klasse was in gebruik als opleidingsschip.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 april 2012

Washington (BB-47)

Het ontwerp van de vier slagschepen van de Colorado-klasse was gebaseerd op dat van de voorgaande Tennessee-klasse. In feite werden er maar drie grote verbeteringen doorgevoerd bij de nieuwe slagschepen ten opzichte van USS Tennessee en USS California. Ten eerste werden USS Colorado, USS Maryland, de Washington en USS West Virginia uitgerust met acht 41cm 45-kaliber kanonnen in plaats van twaalf 35,5cm 50-kaliber kanonnen. Dit werd gedaan omdat de Japanse slagschepen van de Nagato-klasse eveneens uitgerust waren met 41cm kanonnen. Het tweede belangrijke verschil met de Tennessee-klasse werd de onderwaterbescherming tegen torpedo`s. Deze bestond uit vijf lagen waarvan de buitenste leeg was, de drie volgende lagen gevuld waren met olie en water en de binnenste laag weer leeg was. Op deze wijze moest de kracht van een exploderende torpedo geabsorbeerd worden door de verschillende lagen. Als laatste innovatie werden de acht Babcock & Wilcox of Bureau Express ketels per vier aan stuurboord en bakboord van de turbo-elektrische machine-installatie geplaatst in plaats van bij elkaar in ťťn enkele ketelruimte. Hierdoor werd de kans verkleind dat het schip stil kwam te liggen door een enkele ongelukkige treffer in die ketelruimte.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 maart 2017

Yamato

Tot ongeveer 1870 werden Japanse oorlogsschepen vooral gebouwd ter directe bescherming van de kustlijnen van het Land van de Rijzende Zon. In 1875 besloten de Japanners echter, in navolging van andere belangrijke en invloedrijke mogendheden, over te gaan op een marine met oceaanwaardige schepen. Als vanzelfsprekend wendden zij zich tot de Britten omdat die toentertijd over de grootste technische kennis beschikten betreffende het bouwen van grote oorlogsschepen. De Japanners bestelden een stalen fregat bij de Londense werf Samuda Brothers dat in 1877 in Japanse dienst werd gesteld als Fuso. Het schip voldeed uitstekend en werd de grondlegger van een moderne marine. Om niet alleen in kwaliteit, maar ook in kwantiteit aan hun ambities en verwachtingen te voldoen bestelde de Japanse regering vervolgens oorlogsschepen in zowel Groot-BrittanniŽ als Frankrijk en liet men tevens op eigen bodem schepen op stapel zetten. Twintig jaar later kon de Japanse marine adequaat en geheel zelfstandig het vaderlandse eilandenrijk en de omliggende zeeŽn beschermen.