Artikelen

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2014

Amerikaanse vliegdekschepen

Op 26 september 1910 werd de marineofficier Captain Washington Irving Chambers aangewezen als contactpersoon voor alle partijen die betrokken waren bij het operationele gebruik van vliegtuigen bij de Amerikaanse marine. De aanstelling van Chambers door de Secretary of the Navy George von Lengerke Meyer, kan gezien worden als de geboorte van de Amerikaanse marineluchtvaart. Chambers was zelf geen voorstander van een aangepast schip met een vliegdek, maar zag meer in vliegtuigen die vanaf oorlogsschepen gelanceerd konden worden door middel van een katapult. De samenwerking van de US Navy met vliegtuigbouwer Glenn Hammond Curtiss, van de Curtiss Aeroplane Company, zorgde er echter voor dat burgerpiloot Eugene Ely op 14 november 1910 met een Curtiss vliegtoestel opsteeg van een houten platform dat was gebouwd over de boeg van de lichte kruiser USS Birmingham (CL-2). Deze historische gebeurtenis vond plaats in Hampton Roads, de toegang tot Chesapeake Bay, Virginia. Ely zette de Curtiss korte tijd later veilig aan de grond op het schiereiland Willoughby Spit bij Norfolk, Virginia.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

Amerikaanse vliegdekschepen van de Essex-klasse

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

Amerikaanse vliegdekschepen van de Independence-klasse

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 juli 2013

Amerikaanse vliegdekschepen van de Lexington-klasse

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga (CV-3), waren de eerste echte vliegdekschepen van de Amerikaanse marine. Zij werden alleen voorgegaan door USS Langley (CV-1), maar dit was nog een experimenteel schip. De beide schepen van de Lexington-klasse waren tijdens de wapenwedloop, kort na de Eerste Wereldoorlog in 1920 en 1921, op stapel gezet als slagkruisers. De Lexington-klasse slagkruisers zou oorspronkelijk bestaan uit de zes schepen: Lexington, Constellation, Saratoga, Ranger, Constitution en United States. De zes schepen van de klasse zouden de eerste Amerikaanse slagkruisers worden die op stapel gezet werden. Als gevolg van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty; 1922) werd de bouw echter gestopt en werden de casco`s, die het verst gevorderd waren, gespaard om omgebouwd te worden tot vliegdekschepen. De overige vier op stapel staande schepen werden in 1923 gesloopt. Het materiaal van de Ranger werd later gebruikt bij de bouw van het kleinere vliegdekschip USS Ranger (CV-4). De enige slagkruisers die ooit voor de US Navy afgebouwd zouden worden waren USS Alaska en USS Guam van de Alaska-klasse. Deze klasse zou eveneens uit zes schepen bestaan, maar de laatste vier werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog geannuleerd.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2013

Amerikaanse vliegdekschepen van de Yorktown-klasse

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise (CV-6) en USS Hornet (CV-8), waren de opvolgers van zowel de vliegdekschepen van de Lexington-klasse als van USS Ranger (CV-4). De US Navy had heel belangrijke ervaringen opgedaan met de grote vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga. De grote vliegdekschepen hadden als voordeel dat zij veel minder kwetsbaar waren voor zowel luchtaanvallen als torpedoaanvallen. Dit kwam door de uitgebreidere en zwaardere bewapening en de betere onderwaterbescherming door bepantsering, in vergelijking met kleinere vliegdekschepen. Bovendien konden zij een groter scherm vliegtuigen ter eigen verdediging in de lucht brengen. Het ontwerp van de Ranger, het eerste Amerikaanse vliegdekschip dat als zodanig ontworpen was, hielp de Amerikaanse marine echter wel op weg naar de grotere en verbeterde omschreven plannen van de nieuwe Yorktown-klasse.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Britse Vliegdekschepen van de Illustrious-klasse

De Illustrious klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2015

Britse Vliegdekschip HMS Hermes (95)

  • Artikel door Auke de Vlieger
  • Geplaatst op 6 augustus 2006

Duitse vliegdekschepen van de Graf Zeppelin-klasse

Na 1933 nam de Reichsmarine de eerste voorzichtige stappen om een vliegdekschip te bouwen. Het ontbreken van een vliegdekschip was een duidelijke tekortkoming. De restricties opgelegd door het Verdrag van Versailles betekenden dat een ontwerp van de grond af aan moest worden opgezet. De basis werd gelegd door ingenieur Wilhelm Hadeler, een lid van de Kriegsmarine-Constructie-Afdeling. Zijn taak werd bemoeilijkt door de snelle technische ontwikkelingen in de militaire luchtvaart in de jaren 30 en de hoogoplopende discussies omtrent de ontwerpen van vliegdekschepen in het algemeen. Het ontbreken van ervaren piloten veroorzaakte ook de nodige problemen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Formidable

De Illustrious klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Illustrious

De Illustrious klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Indomitable

De Illustrious klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

HMS Victorious

De Illustrious klasse

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Antietam

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Bataan

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Belleau Wood

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Bennington

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Bon Homme Richard

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Boxer

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Bunker Hill

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Cabot

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Cowpens

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2013

USS Enterprise

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise (CV-6) en USS Hornet (CV-8), waren de opvolgers van zowel de vliegdekschepen van de Lexington-klasse als van USS Ranger (CV-4). De US Navy had heel belangrijke ervaringen opgedaan met de grote vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga. De grote vliegdekschepen hadden als voordeel dat zij veel minder kwetsbaar waren voor zowel luchtaanvallen als torpedoaanvallen. Dit kwam door de uitgebreidere en zwaardere bewapening en de betere onderwaterbescherming door bepantsering, in vergelijking met kleinere vliegdekschepen. Bovendien konden zij een groter scherm vliegtuigen ter eigen verdediging in de lucht brengen. Het ontwerp van de Ranger, het eerste Amerikaanse vliegdekschip dat als zodanig ontworpen was, hielp de Amerikaanse marine echter wel op weg naar de grotere en verbeterde omschreven plannen van de nieuwe Yorktown-klasse.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Essex

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Franklin

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Hancock

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Hornet (CV-12)

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2013

USS Hornet (CV-8)

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise (CV-6) en USS Hornet (CV-8), waren de opvolgers van zowel de vliegdekschepen van de Lexington-klasse als van USS Ranger (CV-4). De US Navy had heel belangrijke ervaringen opgedaan met de grote vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga. De grote vliegdekschepen hadden als voordeel dat zij veel minder kwetsbaar waren voor zowel luchtaanvallen als torpedoaanvallen. Dit kwam door de uitgebreidere en zwaardere bewapening en de betere onderwaterbescherming door bepantsering, in vergelijking met kleinere vliegdekschepen. Bovendien konden zij een groter scherm vliegtuigen ter eigen verdediging in de lucht brengen. Het ontwerp van de Ranger, het eerste Amerikaanse vliegdekschip dat als zodanig ontworpen was, hielp de Amerikaanse marine echter wel op weg naar de grotere en verbeterde omschreven plannen van de nieuwe Yorktown-klasse.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Independence

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Intrepid

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Kearsarge

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Lake Champlain

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2014

USS Langley (CV-1)

Op 26 september 1910 werd de marineofficier Captain Washington Irving Chambers aangewezen als contactpersoon voor alle partijen die betrokken waren bij het operationele gebruik van vliegtuigen bij de Amerikaanse marine. De aanstelling van Chambers door de Secretary of the Navy George von Lengerke Meyer, kan gezien worden als de geboorte van de Amerikaanse marineluchtvaart. Chambers was zelf geen voorstander van een aangepast schip met een vliegdek, maar zag meer in vliegtuigen die vanaf oorlogsschepen gelanceerd konden worden door middel van een katapult. De samenwerking van de US Navy met vliegtuigbouwer Glenn Hammond Curtiss, van de Curtiss Aeroplane Company, zorgde er echter voor dat burgerpiloot Eugene Ely op 14 november 1910 met een Curtiss vliegtoestel opsteeg van een houten platform dat was gebouwd over de boeg van de lichte kruiser USS Birmingham (CL-2). Deze historische gebeurtenis vond plaats in Hampton Roads, de toegang tot Chesapeake Bay, Virginia. Ely zette de Curtiss korte tijd later veilig aan de grond op het schiereiland Willoughby Spit bij Norfolk, Virginia.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Langley (CV-27)

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Lexington (CV-16)

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 juli 2013

USS Lexington (CV-2)

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga (CV-3), waren de eerste echte vliegdekschepen van de Amerikaanse marine. Zij werden alleen voorgegaan door USS Langley (CV-1), maar dit was nog een experimenteel schip. De beide schepen van de Lexington-klasse waren tijdens de wapenwedloop, kort na de Eerste Wereldoorlog in 1920 en 1921, op stapel gezet als slagkruisers. De Lexington-klasse slagkruisers zou oorspronkelijk bestaan uit de zes schepen: Lexington, Constellation, Saratoga, Ranger, Constitution en United States. De zes schepen van de klasse zouden de eerste Amerikaanse slagkruisers worden die op stapel gezet werden. Als gevolg van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty; 1922) werd de bouw echter gestopt en werden de casco`s, die het verst gevorderd waren, gespaard om omgebouwd te worden tot vliegdekschepen. De overige vier op stapel staande schepen werden in 1923 gesloopt. Het materiaal van de Ranger werd later gebruikt bij de bouw van het kleinere vliegdekschip USS Ranger (CV-4). De enige slagkruisers die ooit voor de US Navy afgebouwd zouden worden waren USS Alaska en USS Guam van de Alaska-klasse. Deze klasse zou eveneens uit zes schepen bestaan, maar de laatste vier werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog geannuleerd.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Leyte

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Monterey

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Oriskany

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Philippine Sea

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS Princeton (CV-23)

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Princeton (CV-37)

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Randolph

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2014

USS Ranger (CV-4)

Op 26 september 1910 werd de marineofficier Captain Washington Irving Chambers aangewezen als contactpersoon voor alle partijen die betrokken waren bij het operationele gebruik van vliegtuigen bij de Amerikaanse marine. De aanstelling van Chambers door de Secretary of the Navy George von Lengerke Meyer, kan gezien worden als de geboorte van de Amerikaanse marineluchtvaart. Chambers was zelf geen voorstander van een aangepast schip met een vliegdek, maar zag meer in vliegtuigen die vanaf oorlogsschepen gelanceerd konden worden door middel van een katapult. De samenwerking van de US Navy met vliegtuigbouwer Glenn Hammond Curtiss, van de Curtiss Aeroplane Company, zorgde er echter voor dat burgerpiloot Eugene Ely op 14 november 1910 met een Curtiss vliegtoestel opsteeg van een houten platform dat was gebouwd over de boeg van de lichte kruiser USS Birmingham (CL-2). Deze historische gebeurtenis vond plaats in Hampton Roads, de toegang tot Chesapeake Bay, Virginia. Ely zette de Curtiss korte tijd later veilig aan de grond op het schiereiland Willoughby Spit bij Norfolk, Virginia.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

USS Robin

De Illustrious klasse

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 12 mei 2014

USS San Jacinto

Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 juli 2013

USS Saratoga

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga (CV-3), waren de eerste echte vliegdekschepen van de Amerikaanse marine. Zij werden alleen voorgegaan door USS Langley (CV-1), maar dit was nog een experimenteel schip. De beide schepen van de Lexington-klasse waren tijdens de wapenwedloop, kort na de Eerste Wereldoorlog in 1920 en 1921, op stapel gezet als slagkruisers. De Lexington-klasse slagkruisers zou oorspronkelijk bestaan uit de zes schepen: Lexington, Constellation, Saratoga, Ranger, Constitution en United States. De zes schepen van de klasse zouden de eerste Amerikaanse slagkruisers worden die op stapel gezet werden. Als gevolg van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty; 1922) werd de bouw echter gestopt en werden de casco`s, die het verst gevorderd waren, gespaard om omgebouwd te worden tot vliegdekschepen. De overige vier op stapel staande schepen werden in 1923 gesloopt. Het materiaal van de Ranger werd later gebruikt bij de bouw van het kleinere vliegdekschip USS Ranger (CV-4). De enige slagkruisers die ooit voor de US Navy afgebouwd zouden worden waren USS Alaska en USS Guam van de Alaska-klasse. Deze klasse zou eveneens uit zes schepen bestaan, maar de laatste vier werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog geannuleerd.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Shangri-La

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Tarawa

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Ticonderoga

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Valley Forge

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Wasp (CV-18)

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2014

USS Wasp (CV-7)

Op 26 september 1910 werd de marineofficier Captain Washington Irving Chambers aangewezen als contactpersoon voor alle partijen die betrokken waren bij het operationele gebruik van vliegtuigen bij de Amerikaanse marine. De aanstelling van Chambers door de Secretary of the Navy George von Lengerke Meyer, kan gezien worden als de geboorte van de Amerikaanse marineluchtvaart. Chambers was zelf geen voorstander van een aangepast schip met een vliegdek, maar zag meer in vliegtuigen die vanaf oorlogsschepen gelanceerd konden worden door middel van een katapult. De samenwerking van de US Navy met vliegtuigbouwer Glenn Hammond Curtiss, van de Curtiss Aeroplane Company, zorgde er echter voor dat burgerpiloot Eugene Ely op 14 november 1910 met een Curtiss vliegtoestel opsteeg van een houten platform dat was gebouwd over de boeg van de lichte kruiser USS Birmingham (CL-2). Deze historische gebeurtenis vond plaats in Hampton Roads, de toegang tot Chesapeake Bay, Virginia. Ely zette de Curtiss korte tijd later veilig aan de grond op het schiereiland Willoughby Spit bij Norfolk, Virginia.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 2 juni 2014

USS Yorktown (CV-10)

De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Deze vliegdekschepen waren door het Bureau of Ships (BuShips), de afdeling binnen de US Navy die verantwoordelijk was voor het ontwerpen en de ontwikkeling van oorlogsschepen, ontworpen onder het regime van de Verdragen van Washington van 1922 en Londen van 1930, dat in 1936 geprolongeerd werd. In deze verdragen werd door de grootste zeemachten ter wereld, Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Japan, Frankrijk en ItaliŽ overeengekomen dat elk deelnemend land slechts over een bepaald aantal slag- en vliegdekschepen mocht beschikken met een maximaal tonnage. Voor de Verenigde Staten betekende dit onder andere dat de US Navy vliegdekschepen in de vaart mocht brengen met een gezamenlijk tonnage van 135.000 ton. In 1937 kondigden Japan en ItaliŽ aan dat zij de vlootverdragen niet meer zouden nakomen. Zodoende vervielen de limieten, die genoemd werden in de overeenkomsten, ook voor de andere deelnemende landen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 oktober 2013

USS Yorktown (CV-5)

De Amerikaanse vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise (CV-6) en USS Hornet (CV-8), waren de opvolgers van zowel de vliegdekschepen van de Lexington-klasse als van USS Ranger (CV-4). De US Navy had heel belangrijke ervaringen opgedaan met de grote vliegdekschepen van de Lexington-klasse, USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga. De grote vliegdekschepen hadden als voordeel dat zij veel minder kwetsbaar waren voor zowel luchtaanvallen als torpedoaanvallen. Dit kwam door de uitgebreidere en zwaardere bewapening en de betere onderwaterbescherming door bepantsering, in vergelijking met kleinere vliegdekschepen. Bovendien konden zij een groter scherm vliegtuigen ter eigen verdediging in de lucht brengen. Het ontwerp van de Ranger, het eerste Amerikaanse vliegdekschip dat als zodanig ontworpen was, hielp de Amerikaanse marine echter wel op weg naar de grotere en verbeterde omschreven plannen van de nieuwe Yorktown-klasse.