TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Artikelen

Arado Ar 196
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 oktober 2020

Arado Ar 196

In 1936 startte het Duitse Ministerie voor Luchtvaart (Reichsluftfahrtministerium) een programma voor de vervanging van het verouderde maritieme toestel Heikel He 50 als katapultvliegtuig voor aan boord van de schepen van de Kriegsmarine. De eisen omschreven een verkenningsvliegtuig met ťťn of twee drijvers, twee bemanningsleden en een vermogen van tussen de 800 en 900 pk. Arado kwam hiervoor met het ontwerp van de Arado Ar 196. Het toestel zou de belangrijkste ťťn motorige verkenner van de Kriegsmarine worden

E13A, Aichi
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E13A, Aichi

Ontwikkeling

E16A, Aichi
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E16A, Aichi

Ontwikkeling. De Aichi E16A, door de Japanners Zuiun genoemd, was bedoeld als opvolger voor de Aichi E13A. Het nieuwe vliegtuig was duidelijk een verbetering vergeleken met het vorige toestel, waar het ontwerp op was gebaseerd. Het revolutionaire in het ontwerp was de mogelijkheid om een verkenner te gebruiken als duikbommenwerper door toepassing van duikremkleppen onder de vleugels. Hierdoor werd het een drijvervliegtuig met duikremmen, een hoogst ongebruikelijke combinatie. Van de in totaal drie gebouwde prototypen, vloog de eerste in mei 1942. De prototypen werden aangedreven door een Mitsubishi MK8A Kinsei 51 motor met een vermogen van 1300 pk. Het allereerste prototype was bewapend met twee 7,7 mm type 97 machinegeweren in de vleugels en ťťn enkele achterin de cockpit. Het toestel was ontworpen voor het dragen van een enkele 180 kg bom. Vanaf het tweede prototype kreeg de E16A haar toekomstige bewapening van twee 20 mm kanonnen in de vleugels. De duikremmen leverden echter de nodige problemen op, waardoor het lang duurde voordat de productie kon starten.

E7K, Kawanishi
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E7K, Kawanishi

Ontwikkeling. Begin jaren 30 was de Japanse marine op zoek naar een vervanger voor de Kawanishi E5K verkenner, voor op haar kruisers en op drijvervliegtuig-tenders. In 1932 werden daartoe de specificaties uitgevaardigd. Zowel Aichi als Kawanishi tekenden hierop in. Het Kawanishi-team onder leiding van Eiji Sekiguchi kwam met een ontwerp van de Kawanishi Model J, een vliegtuig van gemengde constructie, een bemanning van drie en op twee drijvers. Het eerste prototype vloog in februari 1933 en werd aangedreven door een Hiro Type 91 W motor met tweebladige houten propeller. Testen tegenover het Aichi-ontwerp (Aichi AB-6) toonden de superioriteit van het Kawanishi-ontwerp aan. De marine was echter nog niet tevreden en wachtte het tweede prototype af, dat in november 1933 het luchtruim koos. Toen was de marine tevreden.

E8N, Nakajima
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E8N, Nakajima

Ontwikkeling. In 1933 vond de Japanse marine het hoog tijd worden om de verouderde Nakajima E4N2 verkenners op haar schepen te vervangen door een nieuw vliegtuig. De nieuwe specificaties werden aangeboden aan Aichi, Kawanishi en Nakajima. Aichi en Kawanishi kwamen beide met een revolutionair ontwerp voor een ťťndekker, terwijl men bij Nakajima voortbouwde op het bestaande concept van de E4N2. Een ontwerpteam onder leiding van Kishoro Matsuo ging aan de slag en kwam in feite met een modernisering van het bestaande toestel. Uitgangspunt werd zelfs dezelfde motor.

F1M, Mitsubishi
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

F1M, Mitsubishi

Ontwikkeling. De Mitsubishi F1M werd het laatste dubbeldekvliegtuig dat door de Japanse marine in dienst zou worden genomen. Oorspronkelijk was het type bedoeld als observatievliegtuig. De observatie rol was een andere dan die van verkenner. Een verkenner had vooral tot doel het zoeken van de vijand. De rol van observator was oorspronkelijk bedoeld om tijdens een zeeslag boven het gevecht vliegend informatie door te geven. Het toestel, door de geallieerden "Pete" genoemd, was echter zo veelzijdig dat het is ingezet als observator, verkenner, duikbommenwerper, kustpatrouillevliegtuig en zelf als jager. De specificaties voor dit type waren door de Japanse overheid als Type 10 afgegeven in februari 1935. Volgens deze specificaties werd gevraagd om een vliegtuig, vliegend vanaf Japanse schepen, dat de observatierol moest gaan overnemen van de Nakajima E8N. Het eerste prototype vloog in juni 1936. Deze F1M1 werd aangedreven door een Nakajima Hikari motor met een vermogen van 820 pk. Van deze versie zijn hierna nog drie prototypen gebouwd waarmee het totaal voor de F1M1 op vier zou komen. Het was een geheel metalen ontwerp waarvan alleen de roeren met linnen overtrokken waren. Er was gekozen voor een dubbeldekker, zodat men een compact toestel kon ontwerpen dat aan boord van slagschepen en kruisers zelfs in de hangars kon, zonder inklapbare vleugels te hoeven installeren. Het toestel bleek echter problemen met de stabiliteit te hebben bij het taxiŽn op het water en in de lucht. Hierdoor gingen de ontwerpers terug naar de tekentafel. Het ontwerp werd herzien en er werd een andere, sterkere motor ingebouwd. Het toestel functioneerde perfect.

He 59, Heinkel
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

He 59, Heinkel

De Heinkel He 59 was een dubbeldekker torpedobommenwerper/verkenner, die in het geheim in 1930 is ontworpen. Het ontwerp werd gepresenteerd als een transportvliegtuig voor de burgerluchtvaart. Het toestel moest zowel als landvliegtuig en als watervliegtuig kunnen worden ingezet.

T.VIIIw (T-8w), Fokker
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 17 april 2020

T.VIIIw (T-8w), Fokker

De Fokker T.VIII W werd het eerste toestel van de in 1938 opgerichte torpedodienst van de MLD. Het toestel was in 1937 ontworpen en markeerde tegelijk voor Fokker de overgang naar een nieuwe constructie. Waar eerdere Fokkers nog opgebouwd werden uit een geheel metalen framewerk dat aan de voorzijde met aluminiumplaat was bewerkt en de achterzijde overtrokken met linnen, werd voor het eerst de voorzijde van de romp geheel uit aluminium vervaardigd. Het middenstuk van de romp en de vleugels waren van hout en de achterzijde nog steeds met linnen overtrokken. De geheel aluminium voorzijde markeerde echter de overstap naar Fokkers die geheel uit aluminium werden opgebouwd.