Artikelen

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Bv 138, Blohm & Voss

In 1933 werd bij de Blohm und Voss scheepswerf in Hamburg de Hamburger Flugzeugbau (HFB) opgericht. Eén van de eerste opdrachten was het ontwerpen van een langeafstandsvliegboot voor maritieme verkenning. Onder leiding van Dr. Ing. Richart Vogt werd er een aantal studies verricht naar 2- 3- en 4-motorige ontwerpen. Van al deze ontwerpen werd uiteindelijk project 12 uitgekozen. In 1935 kreeg Blohm und Voss de opdracht om een voorserie uit te brengen van drie prototypes. Het toestel kreeg de aanduiding Ha-138. Het ontwerp bestond uit een korte gedrongen romp, hoge vleugel en twee motoren aan de voorzijde van ieder van de twee staartbomen. De drie prototypes zouden elk getest worden met een andere set motoren. Men zou gaan testen met twee BMW 15 motoren, twee Jumo 206 en twee Daimler Benz DB600 motoren. De levering van deze motoren zorgde echter voor de nodige problemen, waardoor men koos voor de Jumo 205C. Tegelijk werd besloten om naast de twee motoren een derde aan te brengen in het midden, boven op de vleugel.

Op 15 juli 1937 vloog eindelijk het eerste prototype, de Ha 138V.1, kort daarop gevolgd door het tweede toestel, de V.2. De testen brachten echter nogal wat problemen aan het licht, het derde prototype werd uitgesteld en men ging terug naar de tekentafel. In februari 1939 was de derde klaar. De romp was een stuk langer geworden, de geknikte vleugel was vervangen door een rechte en staartbomen en staartvlakken waren anders vormgegeven. Tevens waren er onder de vleugel twee stabilisatordrijvers aangebracht. De fabriek was ondertussen volledig geïntegreerd in de scheepswerf Blohm und Voss en het toestel werd dan ook aangeduid als Bv 138.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

Canso, Boeing Canada

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

Catalina, Consolidated

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E13A, Aichi

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E16A, Aichi

Ontwikkeling. De Aichi E16A, door de Japanners Zuiun genoemd, was bedoeld als opvolger voor de Aichi E13A. Het nieuwe vliegtuig was duidelijk een verbetering vergeleken met het vorige toestel, waar het ontwerp op was gebaseerd. Het revolutionaire in het ontwerp was de mogelijkheid om een verkenner te gebruiken als duikbommenwerper door toepassing van duikremkleppen onder de vleugels. Hierdoor werd het een drijvervliegtuig met duikremmen, een hoogst ongebruikelijke combinatie. Van de in totaal drie gebouwde prototypen, vloog de eerste in mei 1942. De prototypen werden aangedreven door een Mitsubishi MK8A Kinsei 51 motor met een vermogen van 1300 pk. Het allereerste prototype was bewapend met twee 7,7 mm type 97 machinegeweren in de vleugels en één enkele achterin de cockpit. Het toestel was ontworpen voor het dragen van een enkele 180 kg bom. Vanaf het tweede prototype kreeg de E16A haar toekomstige bewapening van twee 20 mm kanonnen in de vleugels. De duikremmen leverden echter de nodige problemen op, waardoor het lang duurde voordat de productie kon starten.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E7K, Kawanishi

Ontwikkeling. Begin jaren 30 was de Japanse marine op zoek naar een vervanger voor de Kawanishi E5K verkenner, voor op haar kruisers en op drijvervliegtuig-tenders. In 1932 werden daartoe de specificaties uitgevaardigd. Zowel Aichi als Kawanishi tekenden hierop in. Het Kawanishi-team onder leiding van Eiji Sekiguchi kwam met een ontwerp van de Kawanishi Model J, een vliegtuig van gemengde constructie, een bemanning van drie en op twee drijvers. Het eerste prototype vloog in februari 1933 en werd aangedreven door een Hiro Type 91 W motor met tweebladige houten propeller. Testen tegenover het Aichi-ontwerp (Aichi AB-6) toonden de superioriteit van het Kawanishi-ontwerp aan. De marine was echter nog niet tevreden en wachtte het tweede prototype af, dat in november 1933 het luchtruim koos. Toen was de marine tevreden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

E8N, Nakajima

Ontwikkeling. In 1933 vond de Japanse marine het hoog tijd worden om de verouderde Nakajima E4N2 verkenners op haar schepen te vervangen door een nieuw vliegtuig. De nieuwe specificaties werden aangeboden aan Aichi, Kawanishi en Nakajima. Aichi en Kawanishi kwamen beide met een revolutionair ontwerp voor een ééndekker, terwijl men bij Nakajima voortbouwde op het bestaande concept van de E4N2. Een ontwerpteam onder leiding van Kishoro Matsuo ging aan de slag en kwam in feite met een modernisering van het bestaande toestel. Uitgangspunt werd zelfs dezelfde motor.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

F1M, Mitsubishi

Ontwikkeling. De Mitsubishi F1M werd het laatste dubbeldekvliegtuig dat door de Japanse marine in dienst zou worden genomen. Oorspronkelijk was het type bedoeld als observatievliegtuig. De observatie rol was een andere dan die van verkenner. Een verkenner had vooral tot doel het zoeken van de vijand. De rol van observator was oorspronkelijk bedoeld om tijdens een zeeslag boven het gevecht vliegend informatie door te geven. Het toestel, door de geallieerden "Pete" genoemd, was echter zo veelzijdig dat het is ingezet als observator, verkenner, duikbommenwerper, kustpatrouillevliegtuig en zelf als jager. De specificaties voor dit type waren door de Japanse overheid als Type 10 afgegeven in februari 1935. Volgens deze specificaties werd gevraagd om een vliegtuig, vliegend vanaf Japanse schepen, dat de observatierol moest gaan overnemen van de Nakajima E8N. Het eerste prototype vloog in juni 1936. Deze F1M1 werd aangedreven door een Nakajima Hikari motor met een vermogen van 820 pk. Van deze versie zijn hierna nog drie prototypen gebouwd waarmee het totaal voor de F1M1 op vier zou komen. Het was een geheel metalen ontwerp waarvan alleen de roeren met linnen overtrokken waren. Er was gekozen voor een dubbeldekker, zodat men een compact toestel kon ontwerpen dat aan boord van slagschepen en kruisers zelfs in de hangars kon, zonder inklapbare vleugels te hoeven installeren. Het toestel bleek echter problemen met de stabiliteit te hebben bij het taxiën op het water en in de lucht. Hierdoor gingen de ontwerpers terug naar de tekentafel. Het ontwerp werd herzien en er werd een andere, sterkere motor ingebouwd. Het toestel functioneerde perfect.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

GST, Amtorg

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

H6K, Kawanishi

Alhoewel de door de geallieerden "Mavis" genoemde Kawanishi H6K bij aanvang van de oorlog in de Pacific in december 1941 eigenlijk al was verouderd, was het op dat moment waarschijnlijk één van de beste vliegboten van de Japanse marine. Het was een stevig toestel, dat in staat was om lange afstanden te overbruggen. Het toestel is de gehele oorlog in gebruik geweest, alhoewel aan het eind de meeste alleen nog werden ingezet voor transportdoeleinden. De Mavissen hebben gevlogen bij de volgende eenheden, de 8ste, 14e, 801ste, Toko en Yokohama luchtgroepen

Ontwikkeling. In 1933 werden de specificaties afgegeven voor een verkenner-vliegboot voor de lange afstand ten behoeve van de Japanse marine. Kawanishi maakte twee ontwerpen, een ontwerp met drie motoren (Type R) en één met vier motoren (Type Q). Proefnemingen in windtunnels en waterbakken toonden aan dat geen van beide ontwerpen zou voldoen aan het door de marine vereiste niveau. In 1934 werden uiteindelijk door de marine nieuwe specificaties afgegeven voor een viermotorige vliegboot met één vleugel. Het toestel zou minimaal een bereik moeten hebben van 4633 km en een kruissnelheid van 222 km/u. Onder andere op basis van een bezoek aan de Britse Short-fabriek, kwam het ontwerpteam van Kawanishi met Type S, een geheel metalen vliegboot met een enkele vleugel met vier motoren in parasolpositie boven het toestel (zoals de Catalina en de Dornier Do 24).

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

He 59, Heinkel

De Heinkel He 59 was een dubbeldekker torpedobommenwerper/verkenner, die in het geheim in 1930 is ontworpen. Het ontwerp werd gepresenteerd als een transportvliegtuig voor de burgerluchtvaart. Het toestel moest zowel als landvliegtuig en als watervliegtuig kunnen worden ingezet.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

OA-10, Consolidated

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

PB2B, Boeing Canada

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

PBN-1 Nomad, NAF

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 12 februari 2003

PBO-1, Lockheed

Toen bij de RAF bleek dat de Avro Anson bij Coastal Command niet voldeed aan de voor haar bedachte taak, was er snel behoefte aan een vliegtuig dat de taken van de Anson kon overnemen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

PBY, Consolidated

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Sandringham, Short

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was de RAF voor haar maritieme patrouilles (Coastal Command) aan het overstappen van de Short Singapore op de nieuwe Short Sunderland. De Short Sunderland was direct afgeleid van de Short Empire civiele vliegboten van Imperial Airways. Het waren werkelijk gigantische vliegboten die een zeer belangrijke rol zouden gaan spelen in de strijd tegen onder andere de Duitse U-boten. Het waren werkelijk formidabele wapenplatforms, waarvan de verdedigende capaciteit gedurende de strijd zodanig werd uitgebreid dat ze werkelijk gevreesd werden door zowel de Duitse U-bootcommandanten als aanvallende Duitse vliegtuigbemanningen. Deze laatsten hebben hem dat ook eerbiedig de naam "Fliegendes Stachelschwein", vliegend stekelvarken genoemd. De bewapening werd zo formidabel dat de Sunderlandbemanning laagvliegend over het wateroppervlak, om de kwetsbare onderzijde te beschermen, nagenoeg iedere aanval van vijandelijke vliegtuigen kon weerstaan.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Seaford, Short

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was de RAF voor haar maritieme patrouilles (Coastal Command) aan het overstappen van de Short Singapore op de nieuwe Short Sunderland. De Short Sunderland was direct afgeleid van de Short Empire civiele vliegboten van Imperial Airways. Het waren werkelijk gigantische vliegboten die een zeer belangrijke rol zouden gaan spelen in de strijd tegen onder andere de Duitse U-boten. Het waren werkelijk formidabele wapenplatforms, waarvan de verdedigende capaciteit gedurende de strijd zodanig werd uitgebreid dat ze werkelijk gevreesd werden door zowel de Duitse U-bootcommandanten als aanvallende Duitse vliegtuigbemanningen. Deze laatsten hebben hem dat ook eerbiedig de naam "Fliegendes Stachelschwein", vliegend stekelvarken genoemd. De bewapening werd zo formidabel dat de Sunderlandbemanning laagvliegend over het wateroppervlak, om de kwetsbare onderzijde te beschermen, nagenoeg iedere aanval van vijandelijke vliegtuigen kon weerstaan.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 maart 2003

Seagull, Supermarine

Ontwikkeling In 1920 werd bij fabrikant Supermarine aangevangen met de ontwikkeling van een kleine vliegboot, de Supermarine Channal. Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk in 1922 tot de presentatie van de Supermarine Seagull Mk I. Door de snelle technische vooruitgang volgde een zich snel opeenvolgend productieprogramma, met als eindpunt de Supermarine Seagull Mk V in 1933.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Singapore, Short

Alhoewel ook binnen de wereld van de grote vliegboten de enkeldekkers (Short Sunderland, Consolidated Catalina, Dornier Do 24) in de meerderheid waren, waren nog vele dubbeldekkers in dienst van de diverse luchtmachten. Eén van de grotere onder de dubbeldek vliegboten was de Short Singapore van de RAF. Vliegtuigen die bij de RAF nog tot in 1941 en in de Nieuw Zeelandse luchtmacht tot 1943 dienst deden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Sunderland, Short

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was de RAF voor haar maritieme patrouilles (Coastal Command) aan het overstappen van de Short Singapore op de nieuwe Short Sunderland. De Short Sunderland was direct afgeleid van de Short Empire civiele vliegboten van Imperial Airways. Het waren werkelijk gigantische vliegboten die een zeer belangrijke rol zouden gaan spelen in de strijd tegen onder andere de Duitse U-boten. Het waren werkelijk formidabele wapenplatforms, waarvan de verdedigende capaciteit gedurende de strijd zodanig werd uitgebreid dat ze werkelijk gevreesd werden door zowel de Duitse U-bootcommandanten als aanvallende Duitse vliegtuigbemanningen. Deze laatsten hebben hem dat ook eerbiedig de naam "Fliegendes Stachelschwein", vliegend stekelvarken genoemd. De bewapening werd zo formidabel dat de Sunderlandbemanning laagvliegend over het wateroppervlak, om de kwetsbare onderzijde te beschermen, nagenoeg iedere aanval van vijandelijke vliegtuigen kon weerstaan.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

T.VIII W (T-8 W), Fokker

De Fokker T.VIII W werd het eerste toestel van de in 1938 opgerichte torpedodienst van de MLD. Het toestel was in 1937 ontworpen en markeerde tegelijk voor Fokker de overgang naar een nieuwe constructie. Waar eerdere Fokkers nog opgebouwd werden uit een geheel metalen framewerk dat aan de voorzijde met aluminiumplaat was bewerkt en de achterzijde overtrokken met linnen, werd voor het eerst de voorzijde van de romp geheel uit aluminium vervaardigd. Het middenstuk van de romp en de vleugels waren van hout en de achterzijde nog steeds met linnen overtrokken. De geheel aluminium voorzijde markeerde echter de overstap naar Fokkers die geheel uit aluminium werden opgebouwd.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 maart 2003

Walrus, Supermarine

Ontwikkeling In 1920 werd bij fabrikant Supermarine aangevangen met de ontwikkeling van een kleine vliegboot, de Supermarine Channal. Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk in 1922 tot de presentatie van de Supermarine Seagull Mk I. Door de snelle technische vooruitgang volgde een zich snel opeenvolgend productieprogramma, met als eindpunt de Supermarine Seagull Mk V in 1933.