Artikelen

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 8 maart 2014

Artillerie-Tršger

Nadat de Duitse strijdkrachten zich in juni 1940 hadden weten te vestigen van de Noordkaap tot aan de Spaanse grens, volgde er een periode waarin de Kriegsmarine in de West-Europese kustwateren de dienst uitmaakte. De Marine Nationale FranÁaise was door de Franse capitulatie geneutraliseerd en de Britse Royal Navy had de handen vol aan de strijd tegen de U-boten op de Atlantische Oceaan en aan de Italiaanse marine in de Middellandse Zee, die zich vanaf de zomer van 1940 in de oorlog had gemengd. Hierdoor hadden de kleinere Duitse oorlogsschepen, zoals Torpedoboote, ZerstŲrer, Schnellboote en zelfs Kriegsfischkutter, tot kanonneerboot omgebouwde visserskotters, die inmiddels gestationeerd waren in veroverde havens in Noorwegen, Denemarken, Nederland en Frankrijk, bijna vrij spel.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 januari 2014

Nederlandse gemilitariseerde hulpschepen

Door ver doorgevoerde bezuinigingen op defensie in de jaren `20 en `30 van de vorige eeuw was de Koninklijke Marine bij lange na niet op sterkte toen voor Nederland op 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog werkelijkheid werd. Maar zelfs al had de Nederlandse zeemacht wel over voldoende oorlogsschepen beschikt, om haar vastgelegde taken in oorlogstijd uit te voeren, dan had zij nog een beroep moeten doen op de koopvaardij om schepen te leveren voor vooral logistieke taken. Zelfs de Britse marine, kort voor de Tweede Wereldoorlog de grootste en belangrijkste zeemacht ter wereld, moest vanaf 1939 koopvaardijschepen vorderen of inhuren om alle taken naar behoren uit te kunnen voeren.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 13 augustus 2012

Nederlandse logementsschepen

Halverwege de negentiende eeuw bestond de vloot van de Koninklijke Nederlandsche Zeemacht, zoals de Koninklijke Marine toen nog genoemd werd, nog voornamelijk uit zeilschepen. De houten linieschepen, fregatten en brikken uit de eerste helft van de negentiende eeuw verschilden in wezen niet zoveel van de schepen waarmee Michiel de Ruyter en Maarten Harpertszoon Tromp hun heldendaden verricht hadden in de 17e eeuw. In 1827 stak de eerste Nederlandse stoomraderboot de Atlantische Oceaan over als volledig stoomschip. Het schip, Zr. Ms. CuraÁao, was weliswaar nog getuigd als schoener met drie masten, maar voerde het zeil als hulpvermogen. Rond 1850 begon de Nederlandse oorlogsvloot langzamerhand over te gaan tot het gebruik van stoomschepen, die echter nog steeds zeilen als hulpvermogen voerden om de actieradius te vergroten. Vele van dit soort schepen zoals schroefstoomschepen, stoomraderschepen en stoomschoeners, waren tot het einde van de negentiende eeuw gemeengoed bij de Nederlandse zeemacht.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 10 december 2014

Nederlandse niet-gemilitariseerde hulpschepen: zinkschepen

De Nederlandse marine beschikte vanaf de mobilisatie in augustus 1939 over een groep hulpschepen, die wel door de marine gevorderd werd, maar niet gemilitariseerd werd. De schepen werden gehuurd, gecharterd of gewoon geconfisqueerd, maar de eigenaren van de schepen hadden door de officieel afgekondigde mobilisatie niet de vrije keuze om dit te weigeren. Het betrof schepen die op enigerlei wijze dienst deden voor de Koninklijke Marine, maar die niet als oorlogsschepen in dienst werden gesteld. Deze schepen kregen dan ook geen Hr. Ms. voor hun naam en de bemanningsleden gingen geen contract aan als marine-reservist of oorlogsvrijwilliger, maar bleven in dienst van de rederij waar het schip toebehoorde. Een derde onderscheidende factor was het feit dat deze schepen, op een enkele uitzondering na, niet bewapend werden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 4 juni 2012

Onderzeebootmoederschip Hr. Ms. Colombia

In juni 1940 werd het Nederlandsch Flottielje Onderzeeboten, dat bestond uit een aantal uit het bezette Nederland uitgeweken Nederlandse onderzeeboten, gestationeerd in het Schotse Dundee. De Nederlandse onderzeeboten stonden onder Brits operationeel bevel en maakten deel uit van het Britse 9th Submarine Flotilla. Het Nederlandse flottielje stond onder bevel van de Nederlandse kapitein-luitenant-ter-zee (KLTZ) C. Hellingman en bestond uit de oude Nederlandse onderzeeboten Hr. Ms. O 13 en Hr. Ms. O 14 en de moderne onderzeeboten Hr. Ms. O 21, Hr. Ms. O 22, Hr. Ms. O 23 en Hr. Ms. O 24.