Artikelen

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 5 mei 2003

CAM-schepen

Catapult Aircraft Merchantman (CAM-schepen)

In de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog leden de Atlantische konvooien gigantische verliezen. De grootste oorzaak bleek te liggen in een gat in de luchtdekking midden op de Atlantische Oceaan.

Om dit gat te dichten werd vanaf 1941 al geŽxperimenteerd. De eerste oplossing werd gevonden in het plaatsen van een katapult-installatie aan boord van een vrachtschip (zogenaamd CAM (Catapult Aircraft Merchantman)), met een Hawker Hurricane hierop gemonteerd. Op 18 maart 1941 besloot de admiraliteit om 35 nieuwe koopvaardijschepen hiermee uit te rusten.

Een tweede experiment was de ombouw van bestaande schepen tot Escorte vliegdekschepen. In de herfst van 1941 werd hiertoe als proef een buitgemaakt voormalig Duits passagiersschip, de MV Hannover, omgebouwd tot Escort Carrier HMS Audacity. De Escort Carriers waren volwaardige vliegdekschepen in dienst van de Royal Navy en de US Navy.

Een derde experiment was het vanaf 1942 uitrusten van graanschepen of olietanker met een vliegdek, waarbij het schip zijn originele functie als vrachtschip behield en als zodanig ook onder koopvaardijvlag bleef varen, de zogenaamde MAC-schepen.

Voor het vliegen met de katapult-Hurricanes werd op 5 mei 1941 een speciale eenheid opgericht op de RAF basis Speke bij Liverpool, de Merchant Ship Fighter Unit. De eenheid werd uiteindelijk opgenomen bij de Fleet Air Arm van de Royal Navy. De CAM-schepen waren uitgerust met een door een raketmotor aangedreven katapult. Als vliegtuig werd gekozen voor de Hawker Hurricane Mk Ia. De toestellen kwamen al snel bekend te staan als "Catafighters" of "Hurricats" en werden hiermee de eerste Sea Hurricanes.

Naast de CAM-schepen werd ook een aantal zogenaamde Fighter Catapult Ships uitgerust. Dit waren vier door de marine gevorderde koopvaardijschepen en ťťn eigen marineschip. De Fighter Catapult Ships kregen ook een katapult en jager aan boord. Drie van deze schepen werden uiteindelijk in dienst genomen als zogenaamde Ocean Boarding Vessels, de vierde ging al verloren voor deze operationeel was. De taak van de Fighter Catapult Ships was dus iets anders dan de overige CAM-schepen. Waar de CAM-schepen gewoon koopvaarders bleven, waren de Fighter Catapult Ships marineschepen en hadden veelal ook een enterploeg aan boord om op zee een vijandelijk schip te kunnen enteren

De schepen maakten tussen mei 1941 en september 1943 maar liefst 175 tochten, waarbij 12 schepen verloren gingen, acht keer een lancering werd uitgevoerd en zes vijandelijke vliegtuigen (veelal Focke Wulf Condor bommenwerpers) werden neergehaald tegen het verlies van slechts ťťn piloot.

Fighter Catapult Ships:
HMS AriguaniHMS Pegasus
HMS MaplinHMS Springbank
HMS Patia
De Fighter Catapult Ships waren in dienst van de Royal Navy en voeren dus niet onder koopvaardijvlag. Alle waren gevorderde koopvaardijschepen, behalve de HMS Pegasus. Deze laatste was al in dienst bij de Royal Navy. De HMS Ariguani werd eind 1940 verbouwd en kwam in 1941 in dienst als FCS. De HMS Maplin heeft de eer om het eerste schip uit deze groep (CAM-schepen) te mogen zijn, waarvan de Hurricane een vijand neerschoot. In augustus 1941 haalde R.W.H. Everett met zijn Hurricane een Focke-Wulf Fw 200 Condor neer. De HMS Patia (5350 brt) was minder succesvol. Het schip werd op 27 april 1941 tot zinken gebracht bij een Duitse luchtaanval voor de noordoostkust van Engeland, bij Nothumberland. Het schip had toen nog geen enkele keer dienst gedaan bij konvooi bescherming. De HMS Pegasus was, alhoewel van hetzelfde type, al bij de bouw overgenomen door de Royal Navy. Het kwam als HMS Ark Royal (II) in dienst in december 1914 als hulpschip. In december 1934 kreeg het de naam Pegasus nadat een nieuw vliegdekschip de naam HMS Ark Royal toegewezen kreeg. De Pegasus heeft alleen in 1941 dienst gedaan als katapultschip. Tussen 1942 en 1944 werd het gebruikt als trainingsschip. Na de oorlog is de Pegasus als Anita I in de koopvaardijvloot opgenomen om in 1950 te worden gesloopt. De HMS Springbank was gebouwd als vrachtvaarder in 1926 en werd een katapultschip in 1940. Ze werd op 27 september 1941 door de U-201 getorpedeerd tijdens het beschermen van konvooi HG 73. In tegenstelling tot de overige katapultschepen was de Springbank toen uitgerust met een katapult midscheeps (vanaf maart 1941) en een Fairey Fulmar tweepersoons jager. Ook de bewapening week af. In feite was het een luchtafweerschip met maar liefst acht 4 inch (100 mm) kanonnen in vier tweeloops HA koepels en twee batterijen vierloops 2 pond "pom-pom" AA mitrailleurs.

Technische gegevens na verbouw:

Klasse:Pegasus klasse
Aantal in klasse:5
Land:Engeland
Type:Fighter Catapult schepen
Waterverpl.:volledig beladen 3315 BRT
Gebouwd door:Diversen
Verbouwd:1940/1941
Afmetingen:Lengte: over alles:100,6 meter Breedte: 13,3 meter Diepgang: (volledig beladen) 5,4 meter
Aandrijving:Motor: Brow-Curtiss diesel Vermogen:9500 pk Max. Snelheid: 20 knopen
Bepantsering:Geen
Bewapening:Twee 3 inch AA en twee 12-ponder AA. Vliegtuigen: 1(Pegasus ook mogelijk negen watervliegtuigen)
Bemanning:258 oorlogstijd
CAM SS Michael E
s.s. Michael E (verloren gegaan)s.s. Helencrest
s.s. Daghestans.s. Kafinstan
s.s. Dalton Hills.s. Novelist
s.s. Eastern Citys.s. Primrose Hill (verloren gegaan)
Omgebouwd:?

Technische gegevens na verbouw: Onbekend

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 9 maart 2003

Kagu Maru

De Japanse marine nam een aantal voormalige Japanse vrachtschepen in dienst en liet ze ombouwen tot moederschip voor drijvervliegtuigen. In eerste aanvang waren de schepen in dienst genomen als moederschepen voor vliegboten, maar ze werden al snel verbouwd tot drijvervliegtuigtenders.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 6 mei 2003

MAC-Schepen

Merchant Aircraft Carriers (MAC-schepen)