Artikelen

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 18 mei 2003

Admiral Graf Spee

Deutschland klasse Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd nagenoeg de gehele Reichsmarine-vloot van grote schepen, op last van de geallieerden gesloopt. Via het verdrag van Versailles kreeg Duitsland geen toestemming meer om schepen in bezit te hebben met een gewicht van meer dan 10.000 ton en een geschutskaliber van 28 cm. Om deze bepalingen te omzeilen besloot men bij de wederopbouw van de Kriegsmarine om een aantal schepen te produceren met een bewapening precies aan de toegestane limiet, maar met een lichtere bepantsering en kleinere afmetingen. Deze schepen waren hierdoor in feite zware kruisers met een extra zware bewapening en werden in de volksmond "vestzakslagschepen" genoemd.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 26 februari 2005

Admiral Hipper

In 1922, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd in Washington een conferentie gehouden. Hierin werd onder andere besloten dat de waterverplaatsing van toekomstige kruisers niet meer dan 10.000 ton mocht zijn. De hoofdbewapening mocht maximaal 20,3 cm zijn. Duitsland mocht deze kruisers, vaak ‘Washington-kruisers’ genoemd, echter niet bouwen. Ze moesten het doen met de lichtere kruisers die ze hadden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 18 mei 2003

Admiral Scheer

Deutschland klasse Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd nagenoeg de gehele Reichsmarine-vloot van grote schepen, op last van de geallieerden gesloopt. Via het verdrag van Versailles kreeg Duitsland geen toestemming meer om schepen in bezit te hebben met een gewicht van meer dan 10.000 ton en een geschutskaliber van 28 cm. Om deze bepalingen te omzeilen besloot men bij de wederopbouw van de Kriegsmarine om een aantal schepen te produceren met een bewapening precies aan de toegestane limiet, maar met een lichtere bepantsering en kleinere afmetingen. Deze schepen waren hierdoor in feite zware kruisers met een extra zware bewapening en werden in de volksmond "vestzakslagschepen" genoemd.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Atago

De kruisers vielen net binnen de 10.000 ton welke middels de internationale verdragen waren toegestaan. Het bouwprogramma werd in 1927 eindelijk goedgekeurd, nadat de overheid eerdere plannen al vele malen had afgekeurd. De opzet was in feite een reactie op de Amerikaanse First Cruiser Bill van mei 1924, waarmee de Verenigde Staten nieuwbouw van kruisers aankondigde. Oorspronkelijk zouden de schepen gebouwd worden volgens de plannen van de Myoko-klasse. In 1925 werden echter de specificaties gewijzigd door het toevoegen van 8 inch geschut dat tevens als luchtdoelgeschut kon fungeren. Diverse verbeteringen ten opzichte van de Myoko-klasse werden doorgevoerd en tevens werd er goed naar Britse en Amerikaanse ontwerpen gekeken. Van de Amerikanen keek men de plaatsing van de vliegtuigkatapults af, terwijl de Britse Kent-klasse model stond voor de plaatsing van de torpedobuizen.

Het bleek een zeer succesvol ontwerp te worden. Snel en zwaar bewapend voor een kruiser. De bewapening werd zwaarder dan de meeste Amerikaanse en Britse kruisers uit dezelfde gewichtsklasse. De bepantsering werd afgekeken van het ontwerp van de Myoko-klasse schepen, alhoewel er op basis van nieuwe inzichten wel hier en daar wat aanpassingen werden aangebracht. De constructie van de schepen was niet helemaal zonder risico. Om onder de gewichtseisen van de internationale overeenkomsten te blijven, werd op diverse onderdelen gebruik gemaakt van lichtgewicht metalen. Hierdoor en door de massieve opbouw, leken de schepen wat topzwaar te zijn.

Als hoofdbewapening werd gekozen voor acht-inch 50 caliber 3 Nendo Shiki 2Go geschut (20,3 cm). daarnaast als secundair geschut voor 4,7 inch geschut, dat tevens als luchtdoelgeschut dienst moest kunnen doen. Om de luchtafweer te vergroten werden, buiten de twee 7,7 mm machinegeweren, twee Vickers 40 mm luchtafweerkanonnen geplaatst.

In 1936 werden de schepen verbouwd. Een incident bij de 4e Vloot had uitgewezen dat de schepen in deze klassen inderdaad topzwaar waren. Hiertoe werd de romp versterkt en werden onderdelen van de opbouw verwijderd. Daarnaast werden de enkelloops 40 mm's vervangen door vierloops 13,2 mm machinegeweren. Een totale ombouw, gepland in 1937/1938, werd door drukte op de scheepswerven, alleen op de Takao en Atago doorgevoerd. In de loop der jaren werden nog diverse aanpassingen doorgevoerd, welke bij de individuele schepen worden vernoemd.

De schepen hadden drie vliegtuigen bij zich. Aanvankelijk waren dit Nakajima E8N verkenners. Na de diverse om- en verbouwacties, werden de schepen echter uitgerust met een Aichi E13A 1 ("Jake") verkenner en twee Mitsubishi F1M 2 ("Pete") observatie drijvervliegtuigen. De Chokai kreeg alleen de Aichi toestellen.

Alle vier de schepen kwamen terecht bij het 4e Kruiser eskader, waar ze de schepen van de Myoko-klasse vervingen. Zij zijn als zodanig betrokken geweest bij de invasies van Malakka, Singapore en Nederlands-Indië. Later in de oorlog zijn ze meer en meer individueel ingezet (zie onder bij de schepen zelf).

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Takao
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Zware Kruiser
Waterverpl.: standaard 9850 BRT volledig beladen 14260 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 203,76 meter Breedte: 18,03 meter Diepgang: (volledig beladen) 6,11 meter
Aandrijving: Vermogen: 130,000 shp Max. Snelheid: 33-34 knopen 4 schachten geschakelde turbines 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 102 mm dek 35-32 mm barbettes 38 mm torens 25 mm
Bewapening: 10 - 8"/50 (2 Go) (M1914) (5x2) (203 mm), drie voorwaarts en 2 achter. 4 - 4.7"/45 (M1921) (4x1) (120 mm), later vervangen door 8 - 5"/40 (M1928 & M1929) (4x2). 2 - 40 mm/40 Hi Shiki (2x1), later vervangen door 12 - 25 mm/60 AA MG en na 1930 door 8 - 13 mm/76 AA MG. 12 - 24" (4x3) Torpedobuizen (610 mm). 3 vliegtuigen op twee katapults.
Bemanning: 692 man

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 26 februari 2005

Blücher

In 1922, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd in Washington een conferentie gehouden. Hierin werd onder andere besloten dat de waterverplaatsing van toekomstige kruisers niet meer dan 10.000 ton mocht zijn. De hoofdbewapening mocht maximaal 20,3 cm zijn. Duitsland mocht deze kruisers, vaak ‘Washington-kruisers’ genoemd, echter niet bouwen. Ze moesten het doen met de lichtere kruisers die ze hadden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Chokai

De kruisers vielen net binnen de 10.000 ton welke middels de internationale verdragen waren toegestaan. Het bouwprogramma werd in 1927 eindelijk goedgekeurd, nadat de overheid eerdere plannen al vele malen had afgekeurd. De opzet was in feite een reactie op de Amerikaanse First Cruiser Bill van mei 1924, waarmee de Verenigde Staten nieuwbouw van kruisers aankondigde. Oorspronkelijk zouden de schepen gebouwd worden volgens de plannen van de Myoko-klasse. In 1925 werden echter de specificaties gewijzigd door het toevoegen van 8 inch geschut dat tevens als luchtdoelgeschut kon fungeren. Diverse verbeteringen ten opzichte van de Myoko-klasse werden doorgevoerd en tevens werd er goed naar Britse en Amerikaanse ontwerpen gekeken. Van de Amerikanen keek men de plaatsing van de vliegtuigkatapults af, terwijl de Britse Kent-klasse model stond voor de plaatsing van de torpedobuizen.

Het bleek een zeer succesvol ontwerp te worden. Snel en zwaar bewapend voor een kruiser. De bewapening werd zwaarder dan de meeste Amerikaanse en Britse kruisers uit dezelfde gewichtsklasse. De bepantsering werd afgekeken van het ontwerp van de Myoko-klasse schepen, alhoewel er op basis van nieuwe inzichten wel hier en daar wat aanpassingen werden aangebracht. De constructie van de schepen was niet helemaal zonder risico. Om onder de gewichtseisen van de internationale overeenkomsten te blijven, werd op diverse onderdelen gebruik gemaakt van lichtgewicht metalen. Hierdoor en door de massieve opbouw, leken de schepen wat topzwaar te zijn.

Als hoofdbewapening werd gekozen voor acht-inch 50 caliber 3 Nendo Shiki 2Go geschut (20,3 cm). daarnaast als secundair geschut voor 4,7 inch geschut, dat tevens als luchtdoelgeschut dienst moest kunnen doen. Om de luchtafweer te vergroten werden, buiten de twee 7,7 mm machinegeweren, twee Vickers 40 mm luchtafweerkanonnen geplaatst.

In 1936 werden de schepen verbouwd. Een incident bij de 4e Vloot had uitgewezen dat de schepen in deze klassen inderdaad topzwaar waren. Hiertoe werd de romp versterkt en werden onderdelen van de opbouw verwijderd. Daarnaast werden de enkelloops 40 mm's vervangen door vierloops 13,2 mm machinegeweren. Een totale ombouw, gepland in 1937/1938, werd door drukte op de scheepswerven, alleen op de Takao en Atago doorgevoerd. In de loop der jaren werden nog diverse aanpassingen doorgevoerd, welke bij de individuele schepen worden vernoemd.

De schepen hadden drie vliegtuigen bij zich. Aanvankelijk waren dit Nakajima E8N verkenners. Na de diverse om- en verbouwacties, werden de schepen echter uitgerust met een Aichi E13A 1 ("Jake") verkenner en twee Mitsubishi F1M 2 ("Pete") observatie drijvervliegtuigen. De Chokai kreeg alleen de Aichi toestellen.

Alle vier de schepen kwamen terecht bij het 4e Kruiser eskader, waar ze de schepen van de Myoko-klasse vervingen. Zij zijn als zodanig betrokken geweest bij de invasies van Malakka, Singapore en Nederlands-Indië. Later in de oorlog zijn ze meer en meer individueel ingezet (zie onder bij de schepen zelf).

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Takao
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Zware Kruiser
Waterverpl.: standaard 9850 BRT volledig beladen 14260 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 203,76 meter Breedte: 18,03 meter Diepgang: (volledig beladen) 6,11 meter
Aandrijving: Vermogen: 130,000 shp Max. Snelheid: 33-34 knopen 4 schachten geschakelde turbines 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 102 mm dek 35-32 mm barbettes 38 mm torens 25 mm
Bewapening: 10 - 8"/50 (2 Go) (M1914) (5x2) (203 mm), drie voorwaarts en 2 achter. 4 - 4.7"/45 (M1921) (4x1) (120 mm), later vervangen door 8 - 5"/40 (M1928 & M1929) (4x2). 2 - 40 mm/40 Hi Shiki (2x1), later vervangen door 12 - 25 mm/60 AA MG en na 1930 door 8 - 13 mm/76 AA MG. 12 - 24" (4x3) Torpedobuizen (610 mm). 3 vliegtuigen op twee katapults.
Bemanning: 692 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 18 mei 2003

Deutschland

Deutschland klasse Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd nagenoeg de gehele Reichsmarine-vloot van grote schepen, op last van de geallieerden gesloopt. Via het verdrag van Versailles kreeg Duitsland geen toestemming meer om schepen in bezit te hebben met een gewicht van meer dan 10.000 ton en een geschutskaliber van 28 cm. Om deze bepalingen te omzeilen besloot men bij de wederopbouw van de Kriegsmarine om een aantal schepen te produceren met een bewapening precies aan de toegestane limiet, maar met een lichtere bepantsering en kleinere afmetingen. Deze schepen waren hierdoor in feite zware kruisers met een extra zware bewapening en werden in de volksmond "vestzakslagschepen" genoemd.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMAS Australia

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMAS Canberra

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMS Berwick

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMS Cornwall

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMS Cumberland

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMS Kent

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

HMS Suffolk

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Zware Kruisers van de Mogami-klasse

Door de gebruikte bewapening van 15 6-inch kanonnen, werd het schip aangemerkt als lichte kruiser. Op deze wijze trachtte Japan de wereld echter zand in de ogen te strooïen. Met een waterverplaatsing van meer dan 13.000 ton voldeed de Mogami-klasse totaal niet aan de maximaal 10.000 ton die in internationale verdragen was vastgelegd. Als we daarbij in acht nemen dat de basis waarop de geschutstorens kwamen zodanig was ontworpen dat de schepen later ook 8-inch geschut kon dragen, hebben we het over een vooropgezet plan om internationale verdragen te omzeilen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Zware Kruisers van de Takao-klasse

De kruisers vielen net binnen de 10.000 ton welke middels de internationale verdragen waren toegestaan. Het bouwprogramma werd in 1927 eindelijk goedgekeurd, nadat de overheid eerdere plannen al vele malen had afgekeurd. De opzet was in feite een reactie op de Amerikaanse First Cruiser Bill van mei 1924, waarmee de Verenigde Staten nieuwbouw van kruisers aankondigde. Oorspronkelijk zouden de schepen gebouwd worden volgens de plannen van de Myoko-klasse. In 1925 werden echter de specificaties gewijzigd door het toevoegen van 8 inch geschut dat tevens als luchtdoelgeschut kon fungeren. Diverse verbeteringen ten opzichte van de Myoko-klasse werden doorgevoerd en tevens werd er goed naar Britse en Amerikaanse ontwerpen gekeken. Van de Amerikanen keek men de plaatsing van de vliegtuigkatapults af, terwijl de Britse Kent-klasse model stond voor de plaatsing van de torpedobuizen.

Het bleek een zeer succesvol ontwerp te worden. Snel en zwaar bewapend voor een kruiser. De bewapening werd zwaarder dan de meeste Amerikaanse en Britse kruisers uit dezelfde gewichtsklasse. De bepantsering werd afgekeken van het ontwerp van de Myoko-klasse schepen, alhoewel er op basis van nieuwe inzichten wel hier en daar wat aanpassingen werden aangebracht. De constructie van de schepen was niet helemaal zonder risico. Om onder de gewichtseisen van de internationale overeenkomsten te blijven, werd op diverse onderdelen gebruik gemaakt van lichtgewicht metalen. Hierdoor en door de massieve opbouw, leken de schepen wat topzwaar te zijn.

Als hoofdbewapening werd gekozen voor acht-inch 50 caliber 3 Nendo Shiki 2Go geschut (20,3 cm). daarnaast als secundair geschut voor 4,7 inch geschut, dat tevens als luchtdoelgeschut dienst moest kunnen doen. Om de luchtafweer te vergroten werden, buiten de twee 7,7 mm machinegeweren, twee Vickers 40 mm luchtafweerkanonnen geplaatst.

In 1936 werden de schepen verbouwd. Een incident bij de 4e Vloot had uitgewezen dat de schepen in deze klassen inderdaad topzwaar waren. Hiertoe werd de romp versterkt en werden onderdelen van de opbouw verwijderd. Daarnaast werden de enkelloops 40 mm's vervangen door vierloops 13,2 mm machinegeweren. Een totale ombouw, gepland in 1937/1938, werd door drukte op de scheepswerven, alleen op de Takao en Atago doorgevoerd. In de loop der jaren werden nog diverse aanpassingen doorgevoerd, welke bij de individuele schepen worden vernoemd.

De schepen hadden drie vliegtuigen bij zich. Aanvankelijk waren dit Nakajima E8N verkenners. Na de diverse om- en verbouwacties, werden de schepen echter uitgerust met een Aichi E13A 1 ("Jake") verkenner en twee Mitsubishi F1M 2 ("Pete") observatie drijvervliegtuigen. De Chokai kreeg alleen de Aichi toestellen.

Alle vier de schepen kwamen terecht bij het 4e Kruiser eskader, waar ze de schepen van de Myoko-klasse vervingen. Zij zijn als zodanig betrokken geweest bij de invasies van Malakka, Singapore en Nederlands-Indië. Later in de oorlog zijn ze meer en meer individueel ingezet (zie onder bij de schepen zelf).

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Takao
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Zware Kruiser
Waterverpl.: standaard 9850 BRT volledig beladen 14260 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 203,76 meter Breedte: 18,03 meter Diepgang: (volledig beladen) 6,11 meter
Aandrijving: Vermogen: 130,000 shp Max. Snelheid: 33-34 knopen 4 schachten geschakelde turbines 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 102 mm dek 35-32 mm barbettes 38 mm torens 25 mm
Bewapening: 10 - 8"/50 (2 Go) (M1914) (5x2) (203 mm), drie voorwaarts en 2 achter. 4 - 4.7"/45 (M1921) (4x1) (120 mm), later vervangen door 8 - 5"/40 (M1928 & M1929) (4x2). 2 - 40 mm/40 Hi Shiki (2x1), later vervangen door 12 - 25 mm/60 AA MG en na 1930 door 8 - 13 mm/76 AA MG. 12 - 24" (4x3) Torpedobuizen (610 mm). 3 vliegtuigen op twee katapults.
Bemanning: 692 man

  • Artikel door Tom Notten
  • Geplaatst op 3 april 2003

Kirov

Stalin had er sinds zijn aantreden als secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie steeds de voorkeur aan gegeven om het merendeel van de defensiebudgetten te besteden aan de landstrijdkrachten. Daardoor schoot de financiering van de Rode Marine ernstig tekort en er waren sinds de Eerste Wereldoorlog in de Sovjet-Unie geen grootschalige projecten meer ondernomen voor het bouwen van grote oorlogsschepen. De Sovjet-Unie had in tegenstelling tot bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Frankrijk geen tot de verbeelding sprekende marinetraditie. Zo werd de Russische marine in de Russisch-Japanse Oorlog van 1905 ondanks een numerieke overmacht zo goed als vernietigd. In de jaren dertig stegen echter de internationale spanningen en Stalin zag het belang in van beter uitgeruste maritieme strijdkrachten in de Oostzee en het Verre Oosten. In het Tweede Vijfjarenplan wees Stalin de Rode Marine dan ook extra financiële middelen toe, zodat er kon worden begonnen met de ontwikkeling van een moderne zware kruiser-klasse.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Kumano

Door de gebruikte bewapening van 15 6-inch kanonnen, werd het schip aangemerkt als lichte kruiser. Op deze wijze trachtte Japan de wereld echter zand in de ogen te strooïen. Met een waterverplaatsing van meer dan 13.000 ton voldeed de Mogami-klasse totaal niet aan de maximaal 10.000 ton die in internationale verdragen was vastgelegd. Als we daarbij in acht nemen dat de basis waarop de geschutstorens kwamen zodanig was ontworpen dat de schepen later ook 8-inch geschut kon dragen, hebben we het over een vooropgezet plan om internationale verdragen te omzeilen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 18 mei 2003

Lützow (1929)

Deutschland klasse Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd nagenoeg de gehele Reichsmarine-vloot van grote schepen, op last van de geallieerden gesloopt. Via het verdrag van Versailles kreeg Duitsland geen toestemming meer om schepen in bezit te hebben met een gewicht van meer dan 10.000 ton en een geschutskaliber van 28 cm. Om deze bepalingen te omzeilen besloot men bij de wederopbouw van de Kriegsmarine om een aantal schepen te produceren met een bewapening precies aan de toegestane limiet, maar met een lichtere bepantsering en kleinere afmetingen. Deze schepen waren hierdoor in feite zware kruisers met een extra zware bewapening en werden in de volksmond "vestzakslagschepen" genoemd.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op

Lützow (1937)

In 1922, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd in Washington een conferentie gehouden. Hierin werd onder andere besloten dat de waterverplaatsing van toekomstige kruisers niet meer dan 10.000 ton mocht zijn. De hoofdbewapening mocht maximaal 20,3 cm zijn. Duitsland mocht deze kruisers, vaak ‘Washington-kruisers’ genoemd, echter niet bouwen. Ze moesten het doen met de lichtere kruisers die ze hadden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Maya

De kruisers vielen net binnen de 10.000 ton welke middels de internationale verdragen waren toegestaan. Het bouwprogramma werd in 1927 eindelijk goedgekeurd, nadat de overheid eerdere plannen al vele malen had afgekeurd. De opzet was in feite een reactie op de Amerikaanse First Cruiser Bill van mei 1924, waarmee de Verenigde Staten nieuwbouw van kruisers aankondigde. Oorspronkelijk zouden de schepen gebouwd worden volgens de plannen van de Myoko-klasse. In 1925 werden echter de specificaties gewijzigd door het toevoegen van 8 inch geschut dat tevens als luchtdoelgeschut kon fungeren. Diverse verbeteringen ten opzichte van de Myoko-klasse werden doorgevoerd en tevens werd er goed naar Britse en Amerikaanse ontwerpen gekeken. Van de Amerikanen keek men de plaatsing van de vliegtuigkatapults af, terwijl de Britse Kent-klasse model stond voor de plaatsing van de torpedobuizen.

Het bleek een zeer succesvol ontwerp te worden. Snel en zwaar bewapend voor een kruiser. De bewapening werd zwaarder dan de meeste Amerikaanse en Britse kruisers uit dezelfde gewichtsklasse. De bepantsering werd afgekeken van het ontwerp van de Myoko-klasse schepen, alhoewel er op basis van nieuwe inzichten wel hier en daar wat aanpassingen werden aangebracht. De constructie van de schepen was niet helemaal zonder risico. Om onder de gewichtseisen van de internationale overeenkomsten te blijven, werd op diverse onderdelen gebruik gemaakt van lichtgewicht metalen. Hierdoor en door de massieve opbouw, leken de schepen wat topzwaar te zijn.

Als hoofdbewapening werd gekozen voor acht-inch 50 caliber 3 Nendo Shiki 2Go geschut (20,3 cm). daarnaast als secundair geschut voor 4,7 inch geschut, dat tevens als luchtdoelgeschut dienst moest kunnen doen. Om de luchtafweer te vergroten werden, buiten de twee 7,7 mm machinegeweren, twee Vickers 40 mm luchtafweerkanonnen geplaatst.

In 1936 werden de schepen verbouwd. Een incident bij de 4e Vloot had uitgewezen dat de schepen in deze klassen inderdaad topzwaar waren. Hiertoe werd de romp versterkt en werden onderdelen van de opbouw verwijderd. Daarnaast werden de enkelloops 40 mm's vervangen door vierloops 13,2 mm machinegeweren. Een totale ombouw, gepland in 1937/1938, werd door drukte op de scheepswerven, alleen op de Takao en Atago doorgevoerd. In de loop der jaren werden nog diverse aanpassingen doorgevoerd, welke bij de individuele schepen worden vernoemd.

De schepen hadden drie vliegtuigen bij zich. Aanvankelijk waren dit Nakajima E8N verkenners. Na de diverse om- en verbouwacties, werden de schepen echter uitgerust met een Aichi E13A 1 ("Jake") verkenner en twee Mitsubishi F1M 2 ("Pete") observatie drijvervliegtuigen. De Chokai kreeg alleen de Aichi toestellen.

Alle vier de schepen kwamen terecht bij het 4e Kruiser eskader, waar ze de schepen van de Myoko-klasse vervingen. Zij zijn als zodanig betrokken geweest bij de invasies van Malakka, Singapore en Nederlands-Indië. Later in de oorlog zijn ze meer en meer individueel ingezet (zie onder bij de schepen zelf).

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Takao
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Zware Kruiser
Waterverpl.: standaard 9850 BRT volledig beladen 14260 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 203,76 meter Breedte: 18,03 meter Diepgang: (volledig beladen) 6,11 meter
Aandrijving: Vermogen: 130,000 shp Max. Snelheid: 33-34 knopen 4 schachten geschakelde turbines 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 102 mm dek 35-32 mm barbettes 38 mm torens 25 mm
Bewapening: 10 - 8"/50 (2 Go) (M1914) (5x2) (203 mm), drie voorwaarts en 2 achter. 4 - 4.7"/45 (M1921) (4x1) (120 mm), later vervangen door 8 - 5"/40 (M1928 & M1929) (4x2). 2 - 40 mm/40 Hi Shiki (2x1), later vervangen door 12 - 25 mm/60 AA MG en na 1930 door 8 - 13 mm/76 AA MG. 12 - 24" (4x3) Torpedobuizen (610 mm). 3 vliegtuigen op twee katapults.
Bemanning: 692 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Mikuma

Door de gebruikte bewapening van 15 6-inch kanonnen, werd het schip aangemerkt als lichte kruiser. Op deze wijze trachtte Japan de wereld echter zand in de ogen te strooïen. Met een waterverplaatsing van meer dan 13.000 ton voldeed de Mogami-klasse totaal niet aan de maximaal 10.000 ton die in internationale verdragen was vastgelegd. Als we daarbij in acht nemen dat de basis waarop de geschutstorens kwamen zodanig was ontworpen dat de schepen later ook 8-inch geschut kon dragen, hebben we het over een vooropgezet plan om internationale verdragen te omzeilen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Mogami

Door de gebruikte bewapening van 15 6-inch kanonnen, werd het schip aangemerkt als lichte kruiser. Op deze wijze trachtte Japan de wereld echter zand in de ogen te strooïen. Met een waterverplaatsing van meer dan 13.000 ton voldeed de Mogami-klasse totaal niet aan de maximaal 10.000 ton die in internationale verdragen was vastgelegd. Als we daarbij in acht nemen dat de basis waarop de geschutstorens kwamen zodanig was ontworpen dat de schepen later ook 8-inch geschut kon dragen, hebben we het over een vooropgezet plan om internationale verdragen te omzeilen.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 26 februari 2005

Prinz Eugen

In 1922, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd in Washington een conferentie gehouden. Hierin werd onder andere besloten dat de waterverplaatsing van toekomstige kruisers niet meer dan 10.000 ton mocht zijn. De hoofdbewapening mocht maximaal 20,3 cm zijn. Duitsland mocht deze kruisers, vaak ‘Washington-kruisers’ genoemd, echter niet bouwen. Ze moesten het doen met de lichtere kruisers die ze hadden.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 26 februari 2005

Seydlitz

In 1922, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd in Washington een conferentie gehouden. Hierin werd onder andere besloten dat de waterverplaatsing van toekomstige kruisers niet meer dan 10.000 ton mocht zijn. De hoofdbewapening mocht maximaal 20,3 cm zijn. Duitsland mocht deze kruisers, vaak ‘Washington-kruisers’ genoemd, echter niet bouwen. Ze moesten het doen met de lichtere kruisers die ze hadden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Suzuya

Door de gebruikte bewapening van 15 6-inch kanonnen, werd het schip aangemerkt als lichte kruiser. Op deze wijze trachtte Japan de wereld echter zand in de ogen te strooïen. Met een waterverplaatsing van meer dan 13.000 ton voldeed de Mogami-klasse totaal niet aan de maximaal 10.000 ton die in internationale verdragen was vastgelegd. Als we daarbij in acht nemen dat de basis waarop de geschutstorens kwamen zodanig was ontworpen dat de schepen later ook 8-inch geschut kon dragen, hebben we het over een vooropgezet plan om internationale verdragen te omzeilen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Takao

De kruisers vielen net binnen de 10.000 ton welke middels de internationale verdragen waren toegestaan. Het bouwprogramma werd in 1927 eindelijk goedgekeurd, nadat de overheid eerdere plannen al vele malen had afgekeurd. De opzet was in feite een reactie op de Amerikaanse First Cruiser Bill van mei 1924, waarmee de Verenigde Staten nieuwbouw van kruisers aankondigde. Oorspronkelijk zouden de schepen gebouwd worden volgens de plannen van de Myoko-klasse. In 1925 werden echter de specificaties gewijzigd door het toevoegen van 8 inch geschut dat tevens als luchtdoelgeschut kon fungeren. Diverse verbeteringen ten opzichte van de Myoko-klasse werden doorgevoerd en tevens werd er goed naar Britse en Amerikaanse ontwerpen gekeken. Van de Amerikanen keek men de plaatsing van de vliegtuigkatapults af, terwijl de Britse Kent-klasse model stond voor de plaatsing van de torpedobuizen.

Het bleek een zeer succesvol ontwerp te worden. Snel en zwaar bewapend voor een kruiser. De bewapening werd zwaarder dan de meeste Amerikaanse en Britse kruisers uit dezelfde gewichtsklasse. De bepantsering werd afgekeken van het ontwerp van de Myoko-klasse schepen, alhoewel er op basis van nieuwe inzichten wel hier en daar wat aanpassingen werden aangebracht. De constructie van de schepen was niet helemaal zonder risico. Om onder de gewichtseisen van de internationale overeenkomsten te blijven, werd op diverse onderdelen gebruik gemaakt van lichtgewicht metalen. Hierdoor en door de massieve opbouw, leken de schepen wat topzwaar te zijn.

Als hoofdbewapening werd gekozen voor acht-inch 50 caliber 3 Nendo Shiki 2Go geschut (20,3 cm). daarnaast als secundair geschut voor 4,7 inch geschut, dat tevens als luchtdoelgeschut dienst moest kunnen doen. Om de luchtafweer te vergroten werden, buiten de twee 7,7 mm machinegeweren, twee Vickers 40 mm luchtafweerkanonnen geplaatst.

In 1936 werden de schepen verbouwd. Een incident bij de 4e Vloot had uitgewezen dat de schepen in deze klassen inderdaad topzwaar waren. Hiertoe werd de romp versterkt en werden onderdelen van de opbouw verwijderd. Daarnaast werden de enkelloops 40 mm's vervangen door vierloops 13,2 mm machinegeweren. Een totale ombouw, gepland in 1937/1938, werd door drukte op de scheepswerven, alleen op de Takao en Atago doorgevoerd. In de loop der jaren werden nog diverse aanpassingen doorgevoerd, welke bij de individuele schepen worden vernoemd.

De schepen hadden drie vliegtuigen bij zich. Aanvankelijk waren dit Nakajima E8N verkenners. Na de diverse om- en verbouwacties, werden de schepen echter uitgerust met een Aichi E13A 1 ("Jake") verkenner en twee Mitsubishi F1M 2 ("Pete") observatie drijvervliegtuigen. De Chokai kreeg alleen de Aichi toestellen.

Alle vier de schepen kwamen terecht bij het 4e Kruiser eskader, waar ze de schepen van de Myoko-klasse vervingen. Zij zijn als zodanig betrokken geweest bij de invasies van Malakka, Singapore en Nederlands-Indië. Later in de oorlog zijn ze meer en meer individueel ingezet (zie onder bij de schepen zelf).

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Takao
Aantal in klasse: 4
Land: Japan
Type: Zware Kruiser
Waterverpl.: standaard 9850 BRT volledig beladen 14260 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 203,76 meter Breedte: 18,03 meter Diepgang: (volledig beladen) 6,11 meter
Aandrijving: Vermogen: 130,000 shp Max. Snelheid: 33-34 knopen 4 schachten geschakelde turbines 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 102 mm dek 35-32 mm barbettes 38 mm torens 25 mm
Bewapening: 10 - 8"/50 (2 Go) (M1914) (5x2) (203 mm), drie voorwaarts en 2 achter. 4 - 4.7"/45 (M1921) (4x1) (120 mm), later vervangen door 8 - 5"/40 (M1928 & M1929) (4x2). 2 - 40 mm/40 Hi Shiki (2x1), later vervangen door 12 - 25 mm/60 AA MG en na 1930 door 8 - 13 mm/76 AA MG. 12 - 24" (4x3) Torpedobuizen (610 mm). 3 vliegtuigen op twee katapults.
Bemanning: 692 man

  • Artikel door Tom Notten
  • Geplaatst op 3 april 2003

Voroshilov

Stalin had er sinds zijn aantreden als secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie steeds de voorkeur aan gegeven om het merendeel van de defensiebudgetten te besteden aan de landstrijdkrachten. Daardoor schoot de financiering van de Rode Marine ernstig tekort en er waren sinds de Eerste Wereldoorlog in de Sovjet-Unie geen grootschalige projecten meer ondernomen voor het bouwen van grote oorlogsschepen. De Sovjet-Unie had in tegenstelling tot bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Frankrijk geen tot de verbeelding sprekende marinetraditie. Zo werd de Russische marine in de Russisch-Japanse Oorlog van 1905 ondanks een numerieke overmacht zo goed als vernietigd. In de jaren dertig stegen echter de internationale spanningen en Stalin zag het belang in van beter uitgeruste maritieme strijdkrachten in de Oostzee en het Verre Oosten. In het Tweede Vijfjarenplan wees Stalin de Rode Marine dan ook extra financiële middelen toe, zodat er kon worden begonnen met de ontwikkeling van een moderne zware kruiser-klasse.

  • Artikel door Auke de Vlieger
  • Geplaatst op 26 februari 2005

Zware kruisers van de Admiral Hipper-klasse

In 1922, kort na de Eerste Wereldoorlog, werd in Washington een conferentie gehouden. Hierin werd onder andere besloten dat de waterverplaatsing van toekomstige kruisers niet meer dan 10.000 ton mocht zijn. De hoofdbewapening mocht maximaal 20,3 cm zijn. Duitsland mocht deze kruisers, vaak ‘Washington-kruisers’ genoemd, echter niet bouwen. Ze moesten het doen met de lichtere kruisers die ze hadden.

  • Artikel door Michiel Stinckens
  • Geplaatst op 23 juli 2006

Zware kruisers van de Kent-klasse

De Kent-klasse werd in de late jaren 20 gebouwd om het tekort aan oorlogsschepen in de Stille Oceaan en Chinese Zee op te vangen. Omdat de marineleiding geen aandacht besteedde aan het gevaar uit de lucht, werd er maar weinig luchtafweer voorzien. Dit was ongunstig voor de schepen, want van de zeven schepen zijn er uiteindelijk twee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. In midden jaren 30 werd besloten om ze te voorzien van extra luchtafweer, maar dit bleek niet voldoende. Dat nam niet weg dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog alle zeven waardevolle schepen bleken te zijn. Hoewel ze toen dus al op gevorderde leeftijd waren, zouden zowel de Britten als de Australiërs dankbaar gebruik maken van deze schepen.