Artikelen

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 9 december 2010

Britse destroyers voor de Nederlandse marine

Op 10 mei 1940, de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen en voor Nederland de Tweede Wereldoorlog begon, beschikte de Koninklijke Marine over acht torpedobootjagers van de Admiralen-klasse. Verder waren er in Nederland vier torpedobootjagers van de Gerard Callenburgh-klasse in aanbouw. Reeds op die 10e mei ging de eerste jager verloren toen Hr. Ms. Van Galen, na een Duitse luchtaanval op het schip, zonk in de Merwehaven.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 8 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Esk (H15)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Glowworm (H92)

De Britse torpedobootjager HMS Glowworm (H92) was een torpedobootjager van de Britse G-klasse, welke betroken was bij de internationale blokkade tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarvan de bevelhebber zijn schip opofferde in een poging de Duitse zware kruiser Admiral Hipper een halt toe te roepen. Bij het treffen met de Admiral Hipper ging HMS Glowworm strijdend ten onder.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Greyhound (H05)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Hardy (H87)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Havock (H43)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Hero (H99)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Hotspur (H01)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Hunter (H35)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Hyperion (H97)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Icarus (D03)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Ilex (D61)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Imogen (D44)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 8 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Impulsive (D11)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Inglefield (D02)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Isis (D87)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 maart 2015

Britse Torpedobootjager HMS Ivanhoe (D16)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 20 april 2003

Britse Torpedobootjagers van de Admiralty-klasse

De Admiralty type "S" klasse

Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de Royal Navy behoefte aan grotere hoeveelheden, snel te bouwen torpedobootjagers. De standaardjagers op dat moment waren de "V", "W" en "R"-Klasse torpedobootjagers. Deze waren echter gebouwd met het idee dat de Duitse marine in bezit was van zwaar bewapende torpedobootjagers. Rond 1917 was men er echter achter gekomen dat de Duitse torpedobootjagers lang niet zo zwaar bewapend waren als men tot dan toe had aangenomen. Men besloot toen om op basis van de "R"-Klasse een aangepaste serie te bouwen. Het werd een kleiner en goedkoper schip dat snel in grote hoeveelheden kon worden gebouwd, de "S"-Klasse. Bij het ontwerp, werd met name de torpedorol uitgebreid door twee extra torpedobuizen, die later echter weer werden verwijderd. Er werden maar liefst 69 schepen besteld, waarvan er twee al snel werden geschrapt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen 25 schepen gereed. Van de overigen werd de bouw dusdanig vertraagd dat de meesten pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw in dienst kwamen.

Na de Eerste Wereldoorlog volgden diverse aanpassingen aan met name de bewapening. Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog waren nog 11 schepen in dienst bij de Britse Royal Navy. De schepen werden qua bewapening veelal aangepast aan hun rol als escortejager of mijnenlegger. Hierdoor kon de bewapening van schip tot schip nogal verschillen. De schepen in deze klasse, waren totaal niet meer geschikt voor moderne oorlogsvoering en werden dan ook uiteindelijk voornamelijk ingezet voor konvooidiensten.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Admiralty S-klasse
Aantal in klasse: 11 (tijdens Wo2)
Land: Groot BrittanniŽ
Type: Torpedobootjager
Waterverpl.: standaard: 1075 BRT volledig beladen: 1220 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 70 meter Breedte: 6.4 meter Diepgang: (volledig beladen) 2,8 meter
Aandrijving: Vermogen: 27000 shp Max. Snelheid: 36 knopen 2 schachten geschakelde turbines
Bewapening: 3 - 4" Mk V (3x1) (Escortedienst Wo2, slechts 1 - 4"over) 1 - 2 pdr Pom-Pom luchtafweergeschut (Escortedienst Wo2, 1 - 3"(12 ponder) Luchtafweer) 8 - 0.50 cal Luchtafweer (2x4) (Escortedienst Wo2, vervangen door 2 - 20 mm Mk.5 Oerlikon) 4 - 21" torpedobuizen (2x2) Verwijderd in de jaren 1941-1942 2 - rekken voor Mk VIII dieptebommen aan achterzijde (Mijnenleggers, 40-50 mijnen) 8 - dieptebommenwerpers
Bemanning: 90 man
Hieronder volgt een globaal overzicht van de schepen uit de E-klasse. Het is geen compleet overzicht, maar schetst een beeld van de levensloop van de betrokken schepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

HMS Sabre H.18

Stephen-Clyde

10-09-1917

23-09-1918 09-11-1918 11-1945
De HMS Sabre werd vlak na het uitbreken van de oorlog in september 1939 beschadigd bij een aanvaring. Toen het in mei 1940 gerepareerd was, werd het ingedeeld bij het 16e Torpedojagerflottielje te Portsmouth. Tussen 28 mei en 10 juni werd het schip intensief ingezet bij de evacuaties vanuit Duinkerken. Alhoewel beschadigd door Duits artillerie, bleef het in de vaart. Op 18 juni was de HMS Sabre betrokken bij de evacuatie van troepen uit Cherbourg. Tot oktober 1940 werden diverse escortediensten ondernomen met koopvaardijschepen. Hierna werd het schip ingedeeld bij de 1ste Escorte Groep, gestationeerd in Londonderry. Escortes werden uitgevoerd tot oktober 1941, waarna herplaatsing volgde bij de 21ste Escorte Groep Western Approaches. Diverse escortes volgden tot de HMS Sabre in aanvaring kwam met een onderzeeboot in november 1942. Na de nodige reparaties werd het schip in februari 1943 weer in dienst genomen en in 1944 overgeheveld naar Rosyth Command als mijnenvegertrainingschip. In 1945 ging de HMS Sabre in reserve om eind dat jaar verkocht te worden aan een sloper.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 8 maart 2015

Britse Torpedobootjagers van de E-klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2015

Britse Torpedobootjagers van de G-klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 maart 2015

Britse Torpedobootjagers van de H-klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 8 maart 2015

Britse Torpedobootjagers van de I-klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 21 augustus 2003

Britse Torpedobootjagers van de Tribal-klasse

HMS Afridi
HMS Cossack
HMS Mohawk
HMS Zulu
HMS Sikh
HMS Ghurka
HMS Nubian
HMS Somali
HMS Ashanti
HMS Eskimo
HMS Maori
HMS Matabele
HMS Tartar
HMS Bedouin
HMAS Arunta
HMS Mashona
HMS Punjabi
HMAS Warramunga
HMCS Iroquois
HMCS Athabaskan
HMCS Huron
HMCS Haida
HMAS Bataan
Niet meer ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog waren: HMCS Micmac, HMCS Nookta, HMCS Cayuga en HMCS Athabaskan (II).

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 20 april 2003

Britse Torpedobootjagers van de V- en W-klasse, ongewijzigd

De Britse "V" en "W" klasse, ongewijzigde serie

De schepen van de "V" en "W" klasse stamden uit de Eerste Wereldoorlog en waren oorspronkelijk ontworpen als flottieljeleiders. Gezien de veranderende eisen zoals deze door de Royal Navy werden opgesteld, werden de schepen in 1920 gereclasseerd als torpedobootjager. Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog waren nog 22 schepen uit deze klasse in de vaart, waaronder de HMAS Vampire en HMAS Vendetta bij de Australische marine en de overige bij de Britse Royal Navy.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 11 november 2014

Duitse torpedobootjagers van de Z 1-klasse

Torpedobootjager (ZerstŲrer in het Duits) was tot 1934 een onbekend begrip voor de Duitse marine. Dit type oorlogsschepen dat speciaal ontworpen en gebouwd werd om op torpedoboten te jagen, kwam pas goed tot ontwikkeling tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, kreeg in 1919 echter zeer veel beperkingen opgelegd door de geallieerden. De voorwaarden stonden beschreven in het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en de Duitsers. De Duitse marine mocht onder andere geen torpedobootjagers bezitten met een grotere waterverplaatsing dan 800 ton. Schepen met een dergelijk klein tonnage en bewapend met torpedolanceerbuizen waren te klein en te langzaam om te fungeren als torpedobootjagers. Het waren in feite gewoon torpedoboten. De Reichsmarine kwam hierdoor niet tot de ontwikkeling van ZerstŲrer.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 9 maart 2003

Fubuki

De Fubuki klasse

Het ontwerp van de Japanse Fubuki-klasse torpedobootjagers was zeer revolutionair en zette een nieuwe trend in het denken over dit soort schepen. Voor het eerst werd een bewapening toegepast van dubelloops 5 inch koepels op torpedobootjagers, waarbij de koepel waterdicht was en niet meer met de hand hoefde te worden gedraaid. Tot die tijd kenden de torpedobootjagers over de gehele wereld open geschutsopstellingen of koepels die aan de achterzijde open waren gelaten. Daarnaast werd voor het eerst een automatisch herlaadbare torpedolanceerinstallatie gebruikt.

Bij de indienststelling in 1928 waren het de modernste en krachtigste schepen van dit type over de gehele wereld. Het enige nadeel was een tekortkoming die voor alle Japanse schepen uit deze tijd gold. Doordat Japan zich strikt hield aan internationale verdragen, kenden de Japanse schepen uit deze tijd een vorm van overgewicht. Te veel en te zware bewapening werd ingebouwd in schepen die eigenlijk te klein waren. Een modernisering vanaf 1935 verhielp dit probleem. De romp werd toen zwaar verstevigd en extra ballast werd toegevoegd, waardoor de schepen echter wel langzamer werden en afbreuk werd gedaan aan het moderne torpedolaadsysteem. De totale waterverplaatsing steeg namelijk tot 2090 ton en hun snelheid nam af tot 34 knopen

De schepen zijn in twee groepen te verdelen op basis van hun hoofdbewapening. De eerste groep (Fubuki, Hatsuyuki, Isonami, Shinonome, Usugumo, Shirakumo, Shirayuki, Uranami en Murakumo) waren uitgerust met Model "A" geschutskoepels, waarbij een elevatie van 40 graden mogelijk was. De tweede groep (Shikinami, Ayanami, Asagiri, Amagiri, Yugiri, Sagiri, Akebono, Oboro, Ushio en Sazanami) kregen een Model "B" koepel, waarbij de elevatie maar liefst 70 graden bedroeg.

In 1933 werden de type 90 torpedo's vervangen door nieuwe zuurstof aangedreven type 93 torpedo's. Tussen 1942 en 1943 werd het luchtafweer van de schepen drastisch uitgebreid. Alle schepen kregen de Model "B" koepels aangemeten en de "X" koepel werd vervangen door zes 25 mm luchtafweerkanonnen. Aanvullend werden acht extra 25 mm kanonnen en twee 13 mm mitrailleurs geplaatst. De reservetorpedo's werden deels verwijderd en de torpedolanceerinrichtingen kregen een pantserschild. De aanwezige mijnenveeginstallatie werd vervangen door vier dieptebommenwerpers. In 1944 werden de overgebleven schepen nogmaals onder handen genomen. Het luchtafweergeschut werd uitgebreid tot 22 x 25 mm en 6 tot 10 x 13 mm.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse:Fubuki
Aantal in klasse:20
Land:Japan
Type:Torpedobootjager
Waterverpl.:standaard 1680 BRT volledig beladen 2260 BRT
Afmetingen:Lengte over alles: 118,50 meter Breedte: 10,36 meter Diepgang: (volledig beladen) 3,20 meter
Aandrijving:Vermogen: 50000 shp Max. Snelheid: 38 knopen 2 schachten geschakelde turbines 4 Kanpon boilers
Bepantsering:pantsergordel 63,5 mm dek 50,8 mm
Bewapening: 6 - 5"/50 SP of DP Model 1914 (127 mm) in drie dubbelloops koepels 2 - 13mm/76 luchtafweermitrailleurs 9 - 24" (610 mm) Torpedolanceerbuizen (3x3) met 18 - 24"(61 cm) Type 90 of 93 Model 2 torpedo's Mijnenleg en -veeg installatie
Bemanning:197 man
Hieronder volgt een globaal overzicht van de schepen uit de Fubuki-klasse. Het is geen compleet overzicht, maar schetst een beeld van de levensloop van de betrokken schepen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Torpedobootjagers van de Akatsuki-klasse

De vier schepen van de Japanse Akatsuki klasse werden volgens het bouwprogramma 1927 gebouwd als afgeleide van de Fubuki Klasse. In 1935, 1942/1943 en 1944 werden de schepen verbouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerden alle vier de schepen bij de Japanse 6e Torpedobootjager-Divisie.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 17 januari 2012

Japanse Torpedobootjagers van de Hatsuharu Klasse

De Hatsuharu-klasse torpedobootjagers werden ontworpen volgens de regels zoals deze afgesproken waren bij het London Naval Treaty in 1930. Hierdoor waren ze qua omvang en waterverplaatsing kleiner dan andere torpedobootjagers.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Torpedobootjagers van de Kagero-klasse

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 23 maart 2015

Noorse Torpedobootjager KNM Sleipner (H48)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 maart 2015

Noorse Torpedobootjagers van de Sleipner-klasse

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 19 januari 2010

Torpedobootjagers van de Admiralen-klasse

In 1925 en 1927/28 werden bij verschillende Nederlandse werven acht nieuwe torpedobootjagers op stapel gezet, verdeeld in twee groepen, ter vervanging van de verouderde roofdierklasse torpedobootjagers. Het ontwerp van deze klasse kwam van de Britse werf Yarrow & Co te Glasgow. De prototypes van dit ontwerp waren HMS Ambuscade en HMS Amazone, twee fleet destroyers die de Britse Admiraliteit in 1924/25 liet bouwen. Met slechts kleine wijzigingen werd het ontwerp door de Koninklijke Marine overgenomen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 21 juni 2010

Torpedobootjagers van de Gerard Callenburgh-klasse

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald dat de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan uit onder andere 24 torpedobootjagers. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde ďvlootplan DeckersĒ behelsde slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1923 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het ďhalve minimumĒ genoemd.