Artikelen

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 4 november 2018

10,5 cm leFH18 (Sf) auf Geschützwagen 39H(f)

Tijdens de Duitse aanval op Frankrijk vanaf mei en juni 1940 werden verschillende kanonnen, tanks en infanteriewapens buitgemaakt. Feit is dat het Franse leger in 1940 sterke middelzware en zware tanks in dienst had die over het algemeen goed tot zeer goed waren gepantserd. De Duitsers waren verrast en soms ook geschokt toen zij voor het eerst Franse zware tanks zoals de Char B1 en Char B1 bis (voluit "Char de Bataille") tegenkwamen. Het was nagenoeg onmogelijk om met de bestaande Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen I (Panzer I/PzKpfw I), Panzerkampfwagen II (Panzer II/PzKpfw II), Panzerkampfwagen III (Panzer III/PzKpfw III) en Panzerkampfwagen IV (Panzer IV/PzKpfw IV) die zware Franse tanks met pantsermunitie uit te schakelen. Het frontale Franse B1 en B1 bis pantser bedroeg 40 tot 60mm staal en was vrijwel ondoordringbaar voor Duitse pantsergranaten. Om de sterkste Franse tanks uit te schakelen werd gebruik gemaakt van superieure tactieken (afsnijden en omsingelen), 10,5 cm artillerie of zwaarder, 8,8 cm luchtafweergeschut (8.8 cm Flak 18/36/37) of duikbommenwerpers (Junkers Ju 87). Sommige middelzware tanks zoals de Hotchkiss H39 werden door Duitse troepen omgebouwd tot gemechaniseerde artillerie. Dat voertuig werd '10,5 cm leFH18 (Sf) auf Geschützwagen 39H(f)' genoemd en was vooral geschikt om vuur af te geven vanaf grote afstand.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 31 oktober 2018

10,5 cm leFH18/3 (Sf) auf Geschützwagen B-2(f)

Tijdens de Duitse aanval op Frankrijk vanaf mei en juni 1940 werden verschillende kanonnen, tanks en infanteriewapens buitgemaakt. Feit is dat het Franse leger in 1940 sterke middelzware en zware tanks in dienst had die over het algemeen goed tot zeer goed waren gepantserd. De Duitsers waren verrast en soms ook geschokt toen zij voor het eerst Franse zware tanks zoals de Char B1 en Char B1 bis (de zogenaamde "Char de Bataille") tegenkwamen. Het was nagenoeg onmogelijk om met de bestaande Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen I (Panzer I/PzKpfw I), Panzerkampfwagen II (Panzer II/PzKpfw II), Panzerkampfwagen III (Panzer III) en Panzerkampfwagen IV (Panzer IV/PzKpfw IV) die zware Franse tanks met pantsermunitie uit te schakelen. Het frontale Franse B1 en B1 bis pantser bedroeg 40 tot 60mm staal en was vrijwel ondoordringbaar voor Duitse pantsergranaten. Om de sterkste Franse tanks uit te schakelen werd gebruik gemaakt van superieure tactieken (afsnijden en omsingelen), 10,5 cm artillerie of zwaarder, 8,8 cm luchtafweergeschut (8.8 cm Flak 18/36/37) of duikbommenwerpers (Junkers Ju 87). Veel Char B1 tanks raakten door hun brandstof en munitie heen en werden verlaten door Franse tankbemanningen. Omdat een klein aantal Char B1 onderstellen door Duitse troepen veroverd werd, was het mogelijk die onderstellen te bewapenen met Duitse 10,5 cm houwitsers. Die '10,5 cm leFH18/3 (Sf) auf Geschützwagen B-2(f)' was een improvisatie om een tankonderstel te combineren met grote vuurkracht. De afkorting '10,5 cm leFH18' verwijst naar '10,5 cm leichte Feldhaubitze 18'.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 10 november 2018

15cm sIG33 (Sf) auf Panzerkampfwagen I Ausf. B

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de rompen van tanks en onderstellen hergebruikt bij de constructie van nieuwe pantservoertuigen. Vaak ging het om verouderde tankmodellen die niet krachtig genoeg (meer) waren om nieuwe generaties vijandelijke tanks en andere pantservoertuigen te vernietigen. De Duitse Panzerkampfwagen I (Panzer I/PzKpfw I) was bewapend met machinegeweren en was licht gepantserd. De tank was over het algemeen te zwak om het op te nemen tegen vijandelijke tanks. Dat werd al in 1940 duidelijk toen de tank eigenlijk al verouderd was. Om het onderstel van de Panzerkampfwagen I te hergebruiken besloten de Duitse legertop en ingenieurs van Alkett om het Panzer I-onderstel met zwaar 15 cm geschut te bewapenen en zodoende nieuw leven in te blazen in de verouderde tank. Zodoende ontstond een nieuw, gemechaniseerd geschut dat in staat was de infanterie van dichtbij te ondersteunen en vuursteun te verlenen.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 20 juli 2004

60 cm Mörser 'Karl' Gerät 040 en 041

Ontwikkeling Om de Franse Maginotlinie te kunnen bestrijden werd er in juni 1937 opdracht gegeven aan Rheinmetall-Borsig voor de bouw van een gemotoriseerde superzware 60 cm mortier. Dit zou het zwaarste gemotoriseerde stuk geschut ooit worden. Generaal Karl Becker van de artillerie was betrokken bij de ontwikkeling, waar de bijnaam ‘Karl’ vandaan komt. Vanuit beveiligingsoogpunt werd het ontwikkelde stuk geschut altijd aangeduid met Gerät 040 of ‘Karl’, dat niets verklapte over wat het was of welk kaliber het stuk had. Toen het prototype gereed was werd deze getest in Unterlüss in mei 1940. De 6 bestelde productiemodellen werden van november 1940 tot augustus 1941 geleverd en waren te laat voor de strijd tegen Frankrijk, maar zouden actie zien aan het Oostfront.

  • Artikel door Kaj Metz
  • Geplaatst op 23 mei 2012

ISU-152 & ISU-122

De ISU-serie (Istrebitelnaja Samokhodnaya Ustanovka: Jacht-zelfrijdende Affuit) is ontsproten uit het succes van het SU-152 gemechaniseerde kanon aan het front en de ontwikkeling van de IS (Iosif Stalin) zware tank. In 1943 werden twee basismodellen ontwikkeld (de ISU-152 en de ISU-122) die beide datzelfde jaar nog in de productie gingen. De ISU-152 en ISU-122 waren bijna identiek aan elkaar en werden ingezet in speciaal gecreëerde zware gemechaniseerde artillerieregimenten om eigen tanks en infanterie vuurondersteuning te verlenen op korte afstand. De ISU-serie bleek een daverend succes en was in het bijzonder effectief tegen vijandelijke tanks, infanterie en steunpunten.

  • Artikel door Tom Notten
  • Geplaatst op 1 maart 2003

M7 Priest

De M7 Priest was een gemechaniseerde houwitser, ingezet door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De Amerikanen gebruikten voordat de Priest ontworpen werd de 75mm en 105mm houwitser, gemonteerd op een halfrupsvoertuig. Maar het Amerikaanse leger wilde een houwitser op een volledig van rupsbanden voorzien voertuig en daarom werd in 1941 een ontwerp gemaakt voor een dergelijk voertuig dat voornamelijk uit al bestaande onderdelen van andere tanks gebouwd moest gaan worden. Er werden twee prototypes gebouwd, die de naam T32 droegen. De prototypes werden getest en er werd besloten de M7 GMC Priest in productie te nemen.

  • Artikel door Martijn Scherjon
  • Geplaatst op 26 februari 2003

Panzerlafette Hummel

Let op: dit artikel is aan herziening toe. Wilt u ons helpen met het (her)schrijven van dit artikel, neem dan contact op met de redactie.

  • Artikel door Tom Notten
  • Geplaatst op 19 januari 2003

Sexton

Eind 1942 werden Britse eenheden in het Midden-Oosten uitgerust met de Amerikaanse M7 Priest. Dit was een gemechaniseerde houwitser die beschikte over een 105mm houwitser met Amerikaanse munitie. Deze munitie werd niet gebruikt door de Britten en daarom moest de Amerikaanse munitie apart aangevoerd worden, wat natuurlijk voor problemen zorgde in de bevoorrading. De Britse conventionele artillerie maakte veel gebruik van de 25 ponder houwitser. Daarom verzochten de Britten de Verenigde Staten om dit kanon te monteren op de M7 Priest. De Amerikanen voelden echter weinig voor de productie van een pantservoertuig dat ze zelf niet zouden gaan gebruiken. Daarom vroegen de Britten aan Canada of zij wel een 25 ponder houwitser konden produceren voor het Britse Leger. De Canadezen stemden wel toe en ontwierpen een gemechaniseerde houwitser op basis van de verouderde Ram middelzware tank, waarin al veel onderdelen opgenomen waren van de M3 Lee/Grant en de M4 Sherman. In 1943 ging de Sexton bij de Montreal Locomotive Company in productie. Ook werden al bestaande Ram tanks omgebouwd tot de Sexton.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 18 juli 2004

StuG III, Sturmgeschütz

Het Sturmgeschütz III was een mobiel aanvalskanon en tankjager op basis van een tankchassis. Ze werden in Duitsland in zeer grote aantallen gebouwd, omdat ze zeer effectief waren en goedkoper om te produceren dan tanks als de PzKfw III en IV. Men kon zelfs bijna vier Stug III's produceren voor hetzelfde geld als een PzKfw VI Königstiger.

  • Artikel door Tom Notten
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Sturmtiger

Tijdens het debacle in Stalingrad kwam er in het Duitse leger de vraag naar een speciaal voertuig dat grote projectielen kon afvuren ter ondersteuning van de infanterie in straatgevechten. Er was al een dergelijk voertuig in gebruik, namelijk het Sturminfanteriegeschütz 33 (SIG 33), die was gebaseerd op de PzKpfw III. Er waren er hiervan 24 geproduceerd en die waren ook tijdens de Slag om Stalingrad gebruikt. Men was ook bezig met de ontwikkeling van de Brumbär eind 1942, maar die was ook nog niet in produktie.

  • Artikel door Kaj Metz
  • Geplaatst op 13 februari 2012

SU-122

De SU-122 (Samokhodnaya Ustanovka “zelfrijdend affuit” 122) was een middelzware gemechaniseerde houwitser die tussen 1942 en 1945 in gebruik was bij het Rode Leger. De SU-122 bleek efficiënt te zijn in een ondersteuningsrol voor infanterie- en tankformaties maar het geschut was niet geschikt voor een rol als tankjager (en zeker niet op lange afstand). Pogingen om de SU-122 te verbeteren mislukten en uiteindelijk werd de productie in de zomer van 1944 stopgezet. Vanaf eind 1943 werd de SU-122 geleidelijk vervangen door het SU-152, ISU-122 en ISU-152 zware gemechaniseerd geschut en de SU-85 tankjager.

  • Artikel door Kaj Metz
  • Geplaatst op 4 september 2011

SU-76

De SU-76 (Samokhodnaya Ustanovka “zelfrijdend affuit” 76) was een licht gemechaniseerd kanon dat na de T-34 het meest gefabriceerde Sovjet gepantserde voertuig tijdens de Tweede Wereldoorlog was. Het diende als vervanging voor de primaire rol van de lichte tank (T-60 & T-70) in de korte afstandsondersteuning van de infanterie op het strijdtoneel. Hoewel de SU-76 niet in staat was om zware tanks uit te schakelen was het een ideaal wapen om in te zetten als ondersteuning van infanterieformaties. De SU-76 werd tussen 1942 en 1945 gefabriceerd.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 8 mei 2018

Type 4 Ho-Ro gemechaniseerd geschut

Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceerde het Japanse Keizerrijk verschillende tanks en andere pantservoertuigen. De meest bekende Japanse tanks zijn de lichte Type 95 Ha-Go en de middelzware Type 97 Chi-Ha. Niet alleen tanks werden door Japan gebouwd maar ook gemechaniseerde artillerie. De Type 4 Ho-Ro was een krachtig Japans gemechaniseerd geschut bewapend met een 150mm houwitser. Het voertuig was een van de weinige soorten gemechaniseerd geschut die het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog gebruikte.