Artikelen

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 24 februari 2003

Bf 108, Messerschmitt

De Bf 108 werd ontwikkeld onder de fabrieksaanduiding M.37 uit een acrobatisch sportvliegtuig, de M.35. Het toestel was ontwikkeld als deelnemer aan de 4e Challange de Tourisme Internationale van 1934. De, later tot Bf 108 omgedoopte, geheel metalen laagdekker was geen succes voor de wedstrijd, maar maakte wel indruk vanwege de uitstekende vliegeigenschappen. Het was het eerste geheel metalen vliegtuig van Messerschmitt. Het eerste prototype vloog in het voorjaar van 1934. Het tweepersoons sportvliegtuigje werd aangedreven door een Hirth HM8U motor met een vermogen van 250 pk.

Messerschmitt Bf 108A: De Bf 108A productieserie was nagenoeg gelijk aan het prototype. Een klein aantal van deze in beperkte hoeveelheden gebouwde versie werd in afwijking aangedreven door een Argus As17 met een vermogen van 210 pk. De uitstekende vliegeigenschappen wekte de interesse van het Reichsluftfahrtministerium en Messerschmitt ging al snel over tot een nieuwe serie.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

C.V, Fokker

Dit vliegtuig werd direct ontwikkeld uit de Fokker C.IV (C-4) een verkenner uit 1923. De C.IV was rechtstreeks afgeleid van succesvolle Fokker-jager van het einde van de Eerste Wereldoorlog, de D.VII ( D-7). De laatste C.IV's en D.VII's werden pas in 1938 afgeschreven en het heeft dus weinig gescheeld of een Duits succestoestel uit de Eerste Wereldoorlog had het moeten opnemen tegen de moderne Messerschmitts. Zover is het niet gekomen, alhoewel de nieuwere vliegtuigen van de Nederlandse LVA uiteindelijk ook geen partij waren. De eerste opvolger van de C.IV werd de C.V. Alhoewel reeds verouderd bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 wisten deze toestellen het de vijand nog moeilijk te maken.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

C.VI, Fokker

Dit vliegtuig werd direct ontwikkeld uit de Fokker C.IV (C-4) een verkenner uit 1923. De C.IV was rechtstreeks afgeleid van succesvolle Fokker-jager van het einde van de Eerste Wereldoorlog, de D.VII ( D-7). De laatste C.IV's en D.VII's werden pas in 1938 afgeschreven en het heeft dus weinig gescheeld of een Duits succestoestel uit de Eerste Wereldoorlog had het moeten opnemen tegen de moderne Messerschmitts. Zover is het niet gekomen, alhoewel de nieuwere vliegtuigen van de Nederlandse LVA uiteindelijk ook geen partij waren. De eerste opvolger van de C.IV werd de C.V. Alhoewel reeds verouderd bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 wisten deze toestellen het de vijand nog moeilijk te maken.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

C.X, Fokker

De C.X werd oorspronkelijk ontworpen voor de LA/KNIL (Luchtvaartafdeling voor de KNIL). Het toestel was gebaseerd op de C.VE, en had net als alle Fokker-vliegtuigen uit die tijd een gemengde constructie. De romp bestond uit gelaste staalbuis, aan de voorzijde bekleed met metalen platen en aan de achterzijde overtrokken met linnen. De vleugel was opgebouwd uit hout. In eerste instantie werd als "staartwiel" gekozen voor een ski. Het onderstel zelf was zodanig uitgevoerd dat de wielen eenvoudig vervangen konden worden door drijvers of ski's. Met het ontwerp werd in 1933 begonnen en het prototype vloog in 1934. Het prototype was uitgevoerd met een Rolls Royce Kestrel V motor van 650pk. Ondanks een ongeval met het prototype werd het toestel besteld door de LA/KNIL.

Fokker C.XK (Koloniën) De eerste serie bestond uit 13 toestellen voor de LA/KNIL. Dit zou uiteindelijk de standaarduitvoering van dit vliegtuig worden. Na eerst de C.V's te hebben vervangen bij de 3e vliegtuigafdeling, werden ze zelf al snel vervangen door Glenn Martin 139 bommenwerpers. De C.X werd hierna in Indië tot 1941 gebruikt als trainingsvliegtuig bij de vliegschool. In de eerste oorlogsjaren in Nederlands-Indië, zijn ze gebruikt als fotoverkenner en als doelsleper. Uiteindelijk zijn alle toestellen door eigen personeel vernield voor de Japanse inval. De Indische C.X'en droegen de registratie FC-450 t/m FC-463. De LVA in Nederland bestelde 16 toestellen van dit type. Ze werden in 1936 geleverd onder de nummers 704 t/m 719. De toestellen waren voorzien van een staartwiel ipv het skietje en hadden evenals de Indische toestellen een gesloten cockpitkap voor de piloot en een half open cockpit voor de waarnemer.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.XK
Taak: Strategische verkenner/ lichte bommenwerper.
Bemanning:
Afmetingen: Spanwijdte: 12m Vleugeloppervlak: 31,50 m2 Lengte: 9,27m Hoogte: 3,20m
Gewicht: Leeggewicht: 1460 kg Geladen gewicht: 2310 kg
Prestaties: Max. snelheid: 316 km/u Kruissnelheid: 270 km/u Plafond: 8800 m Bereik: 850 km
Motor: Rolls Royce Kestrel V van 640 pk
Bewapening: 1vaste 7,9 mm FN-Browning mitrailleur 1 beweegbare 7,9 mm Lewis mitrailleur 400kg bommen
Productie: 29 (13 LA/KNIL en 16 LuVa) 4 later verbouwd tot zelfde specificaties

Fokker C.XH (Holland) De eerste vier (700 t/m 703) toestellen voor de LVA waren uitgevoerd zonder cockpitkap en met een andere motor, de Rolls Royce Kestrel IIS. Door de grote problemen met deze motor en het enthousiasme over de cockpit van de overige toestellen zijn deze vier later hetzelfde uitgevoerd als de overige.

De meidagen De vliegtuigen waren zeer populair bij de bemanningen. Ze waren degelijk en zeer wendbaar. Op 10 mei 1940 stonden de 701 t/m 703 in onderhoud bij Fokker. Deze toestellen waren uitgevoerd met dubbele bediening om als lestoestel te fungeren en hebben geen rol gespeeld. De overige waren verspreid over de diverse verkenningseenheden. Een aantal werd op de grond vernield bij de eerste Duitse luchtaanvallen doordat ze voor reparatie in hangars stonden. De overgebleven vliegtuigen werden voor diverse verkennings- en bombardementsvluchten ingezet. Hier werd wisselend succes mee geboekt. Doordat de toestellen niet opgewassen waren tegen de snellere Duitse jagers gingen met name de piloten van de C.X een nieuwe tactiek toepassen, hu-bo-be (huisje-boompje-beestje) waarbij de vijand van zeer geringe hoogte werd aangevallen en de toestellen werkelijk over de huisjes, boompjes en beestjes "heen sprongen". Uiteindelijk wisten twee vliegtuigen te ontkomen, de 700 naar Caen en de 705 naar Duinkerken. Alle toestellen zijn uiteindelijk verloren gegaan.

Spaanse R.7 De Spaanse Republikeinse regering kocht 1 C.X, kreeg er 1 van de kerk en verkreeg de licentie ervan. In totaal waren er 2 toestellen in gebruik en nog 25 in aanbouw toen de Nationalisten aan het einde van de Burgeroorlog de fabrieken innamen. Alleen de twee complete toestellen werden onder de aanduiding R.7 door de Spanjaarden in gebruik genomen, welke identiek waren aan de Nederlandse toestellen.

Finse C.X De Finse regering kocht 4 toestellen in 1936, welke in 1937 werden geleverd met de nummers FK-78 t/m FK-81 De Finse toestellen kregen een andere motor waardoor ze net als de Finse C.V's een heel ander uiterlijk kregen. In licentie bouwden de Finnen in 1936 13 en in 1937 volgde een serie van 17 C.Xen. Om verliezen aan te vullen werden in 1942 nog eens vijf vliegtuigen gebouwd. De vliegtuigen zijn allen gebouwd bij de Valtion Lentokonetehdas in Tampere en werden in dienst genomen als serie onder de nummers FK-82 t/m FK-115. De toestellen onderscheidden zich zowel in de Winteroorlog van 1939 tot 1940 als in de Vervolgoorlog van 1941 tot 1944 en in de Laplandoorlog in 1944. In deze laatste oorlog was echter niet meer de Sovjet-Unie de vijand, maar oude vriend Duitsland. Uiteindelijk waren er na de oorlogen nog 7 Fokker C.X'en over. De allerlaatste stortte in 1958 neer, waarmee aan een langdurige en succesvolle gebruik door de Finnen een einde kwam.

Technische gegevens:

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

C5M, Mitsubishi

Oorspronkelijk bedoeld en gebruikt als een lichte bommenwerper, werd de Mitsubishi Ki-15 in 1935 ontworpen als een private produktie door Mitsubishi onder leiding van ontwerper Fumichika Kono. Als uitgangspunten had men gekozen voor een gemakkelijke bediening en een groot bereik. Het eerste prototype koos mei 1936 het luchtruim.

Mitsubishi Ki-15-I De eerste produktieversie onder de naam Leger Type 97 Verkenner Model 1, werd uitgevoerd met een Nakajima Ha-8 motor met een vermogen van 640 pk. Het toestel is zowel als lichte aanvalsbommenwerper en als verkenner ingezet. Vooral in de eerste rol was het een redelijk succesvol type tijdens de aanvang van de 2e Chinees-Japanse oorlog (1937-1945). Na 1941 was het toestel echter te langzaam om nog op tijd weg te kunnen komen en werd het alleen nog maar ingezet voor verkenningsdoeleinden. Ook hierin bleek het echter al snel tekort te komen en was men blij over een nieuwe versie te kunnen beschikken.

Model: Mitsubishi Ki-15-I
Taak: Lichte Aanvalsbommenwerper/Verkenner
Bemanning: 2
Afmetingen: Spanwijdte: 12,00 m Vleugeloppervlak: 20,36 m2 Lengte: 8,49 m Hoogte: 3,24 m
Gewicht: Leeggewicht: 1399 kg Max. Gewicht: 2300 kg
Prestaties: Max. snelheid: 450 km/u Kruissnelheid: 320 km/u Plafond: 8600 m Bereik: 2400 km
Motor: Nakajima Ha-8 (Legertype 94) met een vermogen van 750 pk
Bewapening: één 7,7 mm type 89 beweegbare mitrailleur in het achterste deel van de cockpit en 250 kg aan bommen
Productie: 437 (inclusief Ki-15-II)
Mitsubishi Ki-51-II In mei 1938 vloog het eerste exemplaar van de verbeterde versie van de Ki-15 als Leger Type 97 Verkenner Model 2, aangedreven door een Mitsubishi Ha-26-I motor. Ook dit toestel is tweeledig ingezet, als lichte aanvalsbommenwerper en als verkenner.
Model: Mitsubishi Ki-15-II
Taak: Lichte Aanvalsbommenwerper/Verkenner
Bemanning: 2
Afmetingen: Spanwijdte: 12,00 m Vleugeloppervlak: 20,36 m2 Lengte: 8,70 m Hoogte: 3,34 m
Gewicht: Max. Gewicht: 3100 kg
Prestaties: Max. snelheid: 480 km/u
Motor: Mitsubishi A.14 Kinsei met een vermogen van 800 pk
Bewapening: twee 7,7 mm type 89 mitrailleurs, één in het achterste deel van de cockpit en één in de vleugel, en 500 kg aan bommen
Productie: 437 (inclusief Ki-15-I)
Beide Ki-15 typen waren redelijk succesvol tot in 1942. Ze hebben dienst gedaan op nagenoeg alle fronten in de Pacific en in China. Alle luchtbrigades hadden wel een aantal toestellen als verkenner in dienst. Vanaf 1943 werden de toestellen uit de frontlinie teruggetrokken en nog alleen ingezet als trainer en verbindingsvliegtuig. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden nog verscheidene exemplaren ingezet als kamikazevliegtuig. Ter vervanging werd getracht een nieuwe versie te ontwikkelen, de Ki-15-III. Toen het prototype klaar was heeft men de verdere ontwikkeling stopgezet, ten gunste van de nieuwere Mitsubishi Ki-46.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

CW-22, Curtiss

Gebaseerd op het mislukte ontwerp voor een sportvliegtuig, de Curtiss CW-19R, welk ontwerp later werd omgezet in een trainingsvliegtuig, ontwierp de Curtiss-fabriek een lichtgewicht jachtvliegtuig de CW-21. Het toestel viel op door de zeer smalle staartbasis welke in geen enkele verhouding leek te staan met de groot uitgevallen motorkap. Het eerste exemplaar (NX19431) vloog in januari 1939 en was eigenlijk gelijk al verouderd. De CW-21 had geen enkel bescherming voor de piloot en was zwak bewapend. Het geheel metalen toestel was echter snel te leveren en werd daarom voor de export bestemd. De Amerikanen zelf vonden het toestel te licht voor gevechtsdoeleinden. Rechtsreeks van de CW-21 werd op basis van hetzelfde concept een verkenner ontwikkeld, de CW-22. Over beide typen is relatief weinig bekend. Van de CW-22 is zelfs minder bekend dan van de CW-21. Beide toestellen zijn nagenoeg gelijk qua ontwerp, alleen was de CW-22 iets langer door de tweepersoons cockpit.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Duitse Luchtschepen van de Hindenburg-klasse

.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Fi 156, Fieseler

De Fieseler Fi 156 Storch (Ooievaar) is wel het bekendst geworden verkenning en verbindingsvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. De Storch kan met recht 's werelds eerste STOL (short take off and landing) vliegtuig genoemd worden. Het toestel kon opstijgen binnen 65 meter en landen binnen 20 meter en was daardoor ideaal voor het gebruik als verkenner, verbindingsvliegtuig en ambulance, rond of nabij het slagveld. Het vliegtuig is dan ook nagenoeg op elk slagveld ingezet. In 1935 stelde het Duitse luchtvaartministerie de specificaties op voor een lichtgewicht vliegtuig bestemd voor verbindingsdoeleinden en gewondentransport. Drie fabrikanten, Fieseler, Siebel en Messerschmitt schreven hier op in, terwijl Focke Wulf op eigen titel met de gevraagde specificaties een gewaagd experiment opzette voor de bouw van een autogyro (voorloper van de helikopter). Ontwerpers Reinhold Mewes en Viktor Mangsch wisten bij Fieseler een ontwerp neer te zetten dat vanaf het begin af aan de voorkeur genoot bij het luchtvaartministerie. Het werd een hoogdekker, opgebouwd uit metalen buisframe, overtrokken met linnen. De vleugels en de staart waren opgebouwd uit houten segmenten, die eveneens waren overtrokken met linnen. Wat vooral opviel was het ontwerp voor de cockpit. Deze had een uitstekend uitzicht rondom door het gebruik van veel glazen panelen. De lange poten van het landingsgestel konden de schokken bij het landen, ook op zeer slecht terrein, uitstekend opvangen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 24 juni 2007

FK-51, Koolhoven

Frits Koolhoven, was die andere Nederlandse vliegtuigontwerper. Werkend in de schaduw van Fokker, zijn zijn ontwerpen veelal minder bekend geworden. Daardoor is hij ook enigszins miskend. De vliegtuigontwerpen waren minstens net zo goed, en misschien zelfs wel iets beter dan die van Fokker. Het mocht echter niet baten. Het vertrouwen in Fokker was ongekend. Niettemin wist Koolhoven toch diverse typen te slijten en één van de successen was de FK-51.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

FK-52, Koolhoven

De Koolhoven FK-52 was een Nederlands product en eigenlijk door Koolhoven ontworpen als opvolger voor de Fokker C.V (C-5) van de Nederlandse LVA. Het was een dubbeldekker met een vast onderstel en een ruime cockpit. De Bristol Mercury motor dreef een driebladige propeller aan.

  • Artikel door Arnold Palthe
  • Geplaatst op 19 april 2005

Fw 200, Focke Wulf

Eén van de grootste tekortkomingen van de Luftwaffe tijdens de Tweede Wereldoorlog was het bijna geheel ontbreken van een zware, lange-afstandsbommenwerper. Niet lang nadat de Duitsers hun aanvallen op Engeland waren begonnen ervoeren ze het gemis aan een zware bommenwerper die Britse konvooien ver op de Atlantische Oceaan kon aanvallen. Omdat de vraag urgent was en het te lang zou duren voordat een nieuw toestel ontwikkeld kon worden, stond hen maar één weg open: het nieuwe burgerverkeersvliegtuig, de door Kurt Tank ontworpen Focke Wulf Fw 200 Condor, ombouwen tot bommenwerper. Vreemd genoeg bleek dit één van de meest succesvolle conversies uit de oorlog te worden, al was de Condor voor dit doel niet ideaal. Britse konvooien waren zeer kwetsbaar voor en onvoldoende beschermd tegen luchtaanvallen en dat was de reden voor het ongewoon grote succes van de Condor.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Gordon, Fairey

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Gordon, Fairey

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

Ki-15, Mitsubishi

Oorspronkelijk bedoeld en gebruikt als een lichte bommenwerper, werd de Mitsubishi Ki-15 in 1935 ontworpen als een private produktie door Mitsubishi onder leiding van ontwerper Fumichika Kono. Als uitgangspunten had men gekozen voor een gemakkelijke bediening en een groot bereik. Het eerste prototype koos mei 1936 het luchtruim.

Mitsubishi Ki-15-I De eerste produktieversie onder de naam Leger Type 97 Verkenner Model 1, werd uitgevoerd met een Nakajima Ha-8 motor met een vermogen van 640 pk. Het toestel is zowel als lichte aanvalsbommenwerper en als verkenner ingezet. Vooral in de eerste rol was het een redelijk succesvol type tijdens de aanvang van de 2e Chinees-Japanse oorlog (1937-1945). Na 1941 was het toestel echter te langzaam om nog op tijd weg te kunnen komen en werd het alleen nog maar ingezet voor verkenningsdoeleinden. Ook hierin bleek het echter al snel tekort te komen en was men blij over een nieuwe versie te kunnen beschikken.

Model: Mitsubishi Ki-15-I
Taak: Lichte Aanvalsbommenwerper/Verkenner
Bemanning: 2
Afmetingen: Spanwijdte: 12,00 m Vleugeloppervlak: 20,36 m2 Lengte: 8,49 m Hoogte: 3,24 m
Gewicht: Leeggewicht: 1399 kg Max. Gewicht: 2300 kg
Prestaties: Max. snelheid: 450 km/u Kruissnelheid: 320 km/u Plafond: 8600 m Bereik: 2400 km
Motor: Nakajima Ha-8 (Legertype 94) met een vermogen van 750 pk
Bewapening: één 7,7 mm type 89 beweegbare mitrailleur in het achterste deel van de cockpit en 250 kg aan bommen
Productie: 437 (inclusief Ki-15-II)
Mitsubishi Ki-51-II In mei 1938 vloog het eerste exemplaar van de verbeterde versie van de Ki-15 als Leger Type 97 Verkenner Model 2, aangedreven door een Mitsubishi Ha-26-I motor. Ook dit toestel is tweeledig ingezet, als lichte aanvalsbommenwerper en als verkenner.
Model: Mitsubishi Ki-15-II
Taak: Lichte Aanvalsbommenwerper/Verkenner
Bemanning: 2
Afmetingen: Spanwijdte: 12,00 m Vleugeloppervlak: 20,36 m2 Lengte: 8,70 m Hoogte: 3,34 m
Gewicht: Max. Gewicht: 3100 kg
Prestaties: Max. snelheid: 480 km/u
Motor: Mitsubishi A.14 Kinsei met een vermogen van 800 pk
Bewapening: twee 7,7 mm type 89 mitrailleurs, één in het achterste deel van de cockpit en één in de vleugel, en 500 kg aan bommen
Productie: 437 (inclusief Ki-15-I)
Beide Ki-15 typen waren redelijk succesvol tot in 1942. Ze hebben dienst gedaan op nagenoeg alle fronten in de Pacific en in China. Alle luchtbrigades hadden wel een aantal toestellen als verkenner in dienst. Vanaf 1943 werden de toestellen uit de frontlinie teruggetrokken en nog alleen ingezet als trainer en verbindingsvliegtuig. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden nog verscheidene exemplaren ingezet als kamikazevliegtuig. Ter vervanging werd getracht een nieuwe versie te ontwikkelen, de Ki-15-III. Toen het prototype klaar was heeft men de verdere ontwikkeling stopgezet, ten gunste van de nieuwere Mitsubishi Ki-46.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

Ki-46, Mitsubishi

. De "Dinah" zoals de geallieerden hem noemden of de "Shitei" zoals de Japanners de Mitsubishi Ki-46 noemden staat bekend als één van de beste verkenners van de Tweede Wereldoorlog en één der elegantste vliegtuigen ooit ontworpen. Het toestel werd speciaal ontworpen als lange-afstandsverkenner voor grote hoogte. De specificaties werden in 1937 alleen gegund aan Mitsubishi en golden voor een lange-afstandsverkenner voor een strategische, operationele en tactische rol.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 24 februari 2003

Ki-9, Tachikawa

In 1933 evalueerde het Japanse leger een privaat ontwerp van de Tachikawa-fabriek, de Tachikawa R-5. Het was een klein trainingsvliegtuig met een motor van 125 pk welke door de legerleiding te licht bevonden werd. Het toestel had echter een aantal positieve kwaliteiten en in april 1934 kreeg de fabriek de opdracht om met de ontwikkeling te beginnen van een vliegtuig dat zowel als basistrainer en als voortgezette trainer kon dienen. De basistrainer zou een Nakajima NZ motor krijgen met een vermogen van 150 pk. De voortgezette trainer zou een zwaardere Hitachi Ha-13a motor moeten krijgen.

Tachikawa Ki-9a Onder het toezicht van ontwerper Ryokichi Endo werd de Ki-9 ontworpen. Het werd een dubbeldekker met een met linnen overtrokken stalen buizenconstructie. Het bezat twee open cockpits, één voor de leerling en één voor de instructeur. De eerste van drie prototypen koos op 7 januari 1935 het luchtruim als voortgezette trainer. De proeven met de prototypen waren succesvol en uiteindelijk werd alleen de voortgezette trainerversie gebouwd als Leger Type 95-1 Voortgezette trainer Model A. Het werd de standaard trainer van het Japanse leger.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

LZ 129

.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

LZ 130

.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

R.7, Fokker

De C.X werd oorspronkelijk ontworpen voor de LA/KNIL (Luchtvaartafdeling voor de KNIL). Het toestel was gebaseerd op de C.VE, en had net als alle Fokker-vliegtuigen uit die tijd een gemengde constructie. De romp bestond uit gelaste staalbuis, aan de voorzijde bekleed met metalen platen en aan de achterzijde overtrokken met linnen. De vleugel was opgebouwd uit hout. In eerste instantie werd als "staartwiel" gekozen voor een ski. Het onderstel zelf was zodanig uitgevoerd dat de wielen eenvoudig vervangen konden worden door drijvers of ski's. Met het ontwerp werd in 1933 begonnen en het prototype vloog in 1934. Het prototype was uitgevoerd met een Rolls Royce Kestrel V motor van 650pk. Ondanks een ongeval met het prototype werd het toestel besteld door de LA/KNIL.

Fokker C.XK (Koloniën) De eerste serie bestond uit 13 toestellen voor de LA/KNIL. Dit zou uiteindelijk de standaarduitvoering van dit vliegtuig worden. Na eerst de C.V's te hebben vervangen bij de 3e vliegtuigafdeling, werden ze zelf al snel vervangen door Glenn Martin 139 bommenwerpers. De C.X werd hierna in Indië tot 1941 gebruikt als trainingsvliegtuig bij de vliegschool. In de eerste oorlogsjaren in Nederlands-Indië, zijn ze gebruikt als fotoverkenner en als doelsleper. Uiteindelijk zijn alle toestellen door eigen personeel vernield voor de Japanse inval. De Indische C.X'en droegen de registratie FC-450 t/m FC-463. De LVA in Nederland bestelde 16 toestellen van dit type. Ze werden in 1936 geleverd onder de nummers 704 t/m 719. De toestellen waren voorzien van een staartwiel ipv het skietje en hadden evenals de Indische toestellen een gesloten cockpitkap voor de piloot en een half open cockpit voor de waarnemer.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.XK
Taak: Strategische verkenner/ lichte bommenwerper.
Bemanning:
Afmetingen: Spanwijdte: 12m Vleugeloppervlak: 31,50 m2 Lengte: 9,27m Hoogte: 3,20m
Gewicht: Leeggewicht: 1460 kg Geladen gewicht: 2310 kg
Prestaties: Max. snelheid: 316 km/u Kruissnelheid: 270 km/u Plafond: 8800 m Bereik: 850 km
Motor: Rolls Royce Kestrel V van 640 pk
Bewapening: 1vaste 7,9 mm FN-Browning mitrailleur 1 beweegbare 7,9 mm Lewis mitrailleur 400kg bommen
Productie: 29 (13 LA/KNIL en 16 LuVa) 4 later verbouwd tot zelfde specificaties

Fokker C.XH (Holland) De eerste vier (700 t/m 703) toestellen voor de LVA waren uitgevoerd zonder cockpitkap en met een andere motor, de Rolls Royce Kestrel IIS. Door de grote problemen met deze motor en het enthousiasme over de cockpit van de overige toestellen zijn deze vier later hetzelfde uitgevoerd als de overige.

De meidagen De vliegtuigen waren zeer populair bij de bemanningen. Ze waren degelijk en zeer wendbaar. Op 10 mei 1940 stonden de 701 t/m 703 in onderhoud bij Fokker. Deze toestellen waren uitgevoerd met dubbele bediening om als lestoestel te fungeren en hebben geen rol gespeeld. De overige waren verspreid over de diverse verkenningseenheden. Een aantal werd op de grond vernield bij de eerste Duitse luchtaanvallen doordat ze voor reparatie in hangars stonden. De overgebleven vliegtuigen werden voor diverse verkennings- en bombardementsvluchten ingezet. Hier werd wisselend succes mee geboekt. Doordat de toestellen niet opgewassen waren tegen de snellere Duitse jagers gingen met name de piloten van de C.X een nieuwe tactiek toepassen, hu-bo-be (huisje-boompje-beestje) waarbij de vijand van zeer geringe hoogte werd aangevallen en de toestellen werkelijk over de huisjes, boompjes en beestjes "heen sprongen". Uiteindelijk wisten twee vliegtuigen te ontkomen, de 700 naar Caen en de 705 naar Duinkerken. Alle toestellen zijn uiteindelijk verloren gegaan.

Spaanse R.7 De Spaanse Republikeinse regering kocht 1 C.X, kreeg er 1 van de kerk en verkreeg de licentie ervan. In totaal waren er 2 toestellen in gebruik en nog 25 in aanbouw toen de Nationalisten aan het einde van de Burgeroorlog de fabrieken innamen. Alleen de twee complete toestellen werden onder de aanduiding R.7 door de Spanjaarden in gebruik genomen, welke identiek waren aan de Nederlandse toestellen.

Finse C.X De Finse regering kocht 4 toestellen in 1936, welke in 1937 werden geleverd met de nummers FK-78 t/m FK-81 De Finse toestellen kregen een andere motor waardoor ze net als de Finse C.V's een heel ander uiterlijk kregen. In licentie bouwden de Finnen in 1936 13 en in 1937 volgde een serie van 17 C.Xen. Om verliezen aan te vullen werden in 1942 nog eens vijf vliegtuigen gebouwd. De vliegtuigen zijn allen gebouwd bij de Valtion Lentokonetehdas in Tampere en werden in dienst genomen als serie onder de nummers FK-82 t/m FK-115. De toestellen onderscheidden zich zowel in de Winteroorlog van 1939 tot 1940 als in de Vervolgoorlog van 1941 tot 1944 en in de Laplandoorlog in 1944. In deze laatste oorlog was echter niet meer de Sovjet-Unie de vijand, maar oude vriend Duitsland. Uiteindelijk waren er na de oorlogen nog 7 Fokker C.X'en over. De allerlaatste stortte in 1958 neer, waarmee aan een langdurige en succesvolle gebruik door de Finnen een einde kwam.

Technische gegevens:

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 februari 2003

Ro.1, Meridionali

Dit vliegtuig werd direct ontwikkeld uit de Fokker C.IV (C-4) een verkenner uit 1923. De C.IV was rechtstreeks afgeleid van succesvolle Fokker-jager van het einde van de Eerste Wereldoorlog, de D.VII ( D-7). De laatste C.IV's en D.VII's werden pas in 1938 afgeschreven en het heeft dus weinig gescheeld of een Duits succestoestel uit de Eerste Wereldoorlog had het moeten opnemen tegen de moderne Messerschmitts. Zover is het niet gekomen, alhoewel de nieuwere vliegtuigen van de Nederlandse LVA uiteindelijk ook geen partij waren. De eerste opvolger van de C.IV werd de C.V. Alhoewel reeds verouderd bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 wisten deze toestellen het de vijand nog moeilijk te maken.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Seal, Fairey

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Seal, Fairey